ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008

MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008


EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!


THE GARY BERNATH BAND - WAIT ON TIME

GREG WEEKS - THE HIVE

MIKE CULLISON - BLUE COLLAR TIRED

KYM CAMPBELL - SO ALIVE

MONTE MONTGOMERY - SAME

DAVID M. BAILEY - HOME BY ANOTHER WAY

REDD VOLKAERT - REDDHEAD

THE BLUES MERCHANTS - LIKE THERE'S NO TOMORROW

THE CITY SHAKERS featuring Big Boy Bloater - THE VERY BEST OF …

KEN STACEY - I WILL STILL BE ME


 

 

 

THE GARY BERNATH BAND
WAIT ON TIME
Website Contact CDBaby


 

Gary Bernath band eerste embryonale stadium gaat terug naar de jaren zestig. Onder de indruk na het bijwonen van concerten van Paul Butterfield, Little Walter, Charles Musselwhite en Junior Wells wist Gary dat het dit was wat hij ook wou doen. In 1971 richtte hij de eerste band op, toen Bil Mc Grew Band gedoopt. Pas veel later in 1989 kwam de Gary Bernath band, maar na twee jaar durfden ze voor het eerst naar buiten komen voor het echte werk. In 1993, weer twee jaar later dus, verscheen een cassette met hun muziek "Around The Town" die gedraaid werd op plaatselijke radiostation in de omgeving van Boston. In 1996 was het dan zover, hun debuut, de eerste "echte" cd, met de naam "Inside The Blues" was een feit. In 2003 werd door Gary de West End Blues Band opgericht, die een cd uitbracht met eigen materiaal, maar slechts een paar jaar samenbleef. Nu, weer twaalf jaar later, is er dus deze "Wait On Time", een cd half studio, half live, met voornamelijk covers van anderen, zoals titelsong" Wait On Time", een song uit een van The Fabulous Thurderbirds eerste cd's, maar ook covers van Dylan (She Belongs To Me), Tracy Chapman (Give Me One Reason) en Buddy Holly (Not Fade Away). Het speelplezier loopt als een rode draad doorheen deze cd en de veelal bekende songs worden met veel vuur en vakmanschap gebracht, wat echter niet wegneemt dat er voor de echte bluesliefhebber weinig echte verrassingen op deze cd aanwezig zijn, juist vanwege het feit dat de nummers wat voorspelbaar zijn. Het meesterschap van Gary op zijn bluesharp, zoals op de Not Fade Away jam, en de hechtheid van de band, maakt echter dat slechts één klein minpuntje is op deze voor de rest wel sterk gebrachte combinatie studio/ live cd.
(RON)


 

GREG WEEKS
THE HIVE
Website Myspace
Label : Wichita Recordings
Distr. : V2 Music

 

 

Het album “The Hive” is de vierde cd van de Amerikaanse singer-songwriter Greg Weeks uit Philadelphia. De opvolger van “Blood Is Trouble” bestaat uit tien zelfgeschreven liedjes en één cover in een experimentele en voornamelijk akoestische folkstijl. Greg Weeks stond naast zangeres Meg Baird aan de wieg bij het ontstaan van de psychedelische folkrockgroep ‘Espers’ en hij speelt daarnaast ook nog mee in ‘The Valerie Project’. Vorig jaar stichtte hij samen met echtgenote Jessica Weeks zijn eigen platenlabel ‘Language Of Stone’. Zijn samenwerking met Marissa Nadler is één van de belangrijkste wapenfeiten uit zijn toch al tien jaar durende muzikale loopbaan. De liedjes vertonen een sixties-invloed en worden muzikaal geconstrueerd met akoestische gitaar, harmonium, orgel en strijkers. Dromerige, zachte tonen waarop filosofische overpeinzingen over relaties en over de dingen die in de wereld gebeuren geuit worden. Liedjes als “The Lamb’s Path”, “Lay Low” en de titeltrack “The Hive” doen de luisteraars onbewust terugdenken aan Tim en Jeff Buckley omwille van de typerende laidback vertelstijl. Ook de sound van een artiest als Devendra Banhart menen wij in een paar nummers te kunnen herkennen. Bijvoorbeeld in de liedjes “You Won’t Be The Same Ever Again”, de haast onherkenbare coverversie van Madonna’s “Borderline” en “Funhouse” gaat deze vergelijking toch wel op. De songs worden allemaal in een natuurlijke en relaxte sfeer gezongen en als dat dan allemaal meer dan 9 minuten in beslag neemt - zoals in “The Hive” - dan moet dat maar zo zijn. Met de song “Not Meant For Light” beweegt hij zich zelfs even op het pad van de folk-popmuziek. Greg Weeks beweert zelf vooral door Nick Drake beïnvloed te zijn en ook dat kan je in een paar songs horen waar de verhalende teksten korte poëtische reflecties zijn van een progressieve muzikant.
(valsam)


 

 

MIKE CULLISON
BLUE COLLAR TIRED
Website Contact
Label: Cullison Music
Distr.: Hemifran CDBaby

 

Met Johnny Neel als producer, je kent 'm wel, de Allman Brothers duivel doet -al, die trouwens bij zijn voorgaande cd ook al de productie deed, kon je verwachten dat dit een goed product zou worden. Met hun tweetjes schreven ze het overgrote deel van de songs op deze cd, die gevuld is met hoofdzakelijk good old honky tonkin' country. Veel pedal steel van Neel, wat 't country gevoel nog meer aandikt. Zo is de binnenkomer "Wish I Didn't Like Whiskey" een mooie country song die helemaal drijft op de gitaren, pedal steel en slide. De titelsong "Blue Collar Tired" met een apart hamerend "fabrieksritme" is ook weer voorzien van uitstekende southern slides door beide heren. En dan een cover, het bluesnummer wat 'The Owl" schreef voor zijn band Canned Heat:"Going up The Country", is bijna onherkenbaar in zijn country jasje. De rockende honky tonk songs "Break My Fall" en "More Of The Same" zijn nummers dat ik me zo kan voorstellen, gezongen door Delbert McClinton of Lee Roy Parnell. De tweede cover is "Waitin In Your Welfare Line", en die Buck Owens original is uitstekend bewerkt. "Where's Joe Friday" is een soort Bo Didley meets the Allman Brothers song waar de slide gitaar lekker scheurt. Zulke dingen worden dan weer afgewisseld met sentimentele tearjerkers waar een pedal steel het droevige sfeertje oproept. Zo ééntje is "Miss Magie Rose". Luister naar die song en je ziet de eenzame cowboy aan de toog in zijn whisky zitten staren terwijl barman de glazen spoelt, de ultieme bar song. "Pour Hank On The Pain" de tweede broken - heart song, met origineel klinkende Hank Williams gitaartjes en een Ernest Tubb gevoel is zo mogelijk nog droeviger, maar dat is weer even snel vergeten, want "This Old Heart" en "The Grapes Of Wrath Are Ripe Again" de twee laatste songs op de cd, zijn beide door het typische slide werk en Hammond van een hoog Allman gehalte en brengen weer wat leven in de keet. Twee kerels die samen prima werk afleveren, die Cullison en Neel.
(RON)


 

 

 

KYM CAMPBELL
SO ALIVE
Website Myspace CDBaby

 

Ze is in feite afkomstig uit Seattle, maar ging in 2001 naar Australië als student bij een uitwisselingsproject. Ze verloor er haar hart aan de schoonheid van het continent en ging er wat later definitief wonen, vlakbij het strand en brengt daardoor nu dagelijks wat tijd door met surfen. Dat is ook van grote invloed op haar muziek, want net als die andere surfer-singer-songwriter Jack Johnson is haar sound een relaxte, zonnige soort muziek. Kym is zowat het vrouwelijke equivalent van hem. Zelf zegt ze begonnen te zijn met gitaar spelen toen ze Ben Harper voor het eerst hoorde. Op de universiteit kon ze gratis studiotijd en het meest recente topmateriaal "in bruikleen" krijgen, waardoor ze over een periode van zes maanden, beetje bij beetje, deze cd gratis kon opnemen in samenwerking met studenten "geluidstechnieken". Een buitenkansje als je weet wat studiotijd tegenwoordig kost. Kym moet wel onder een gelukkig gesternte geboren zijn, want wat later kreeg ze de kans aangeboden om een song te plaatsen op een verzamel-cd die gratis verdeeld werd in de meeste cafés in Australië, en dat zijn er heel wat! Dat betekende "exposure" in overvloed dus. Er moet dus wel waarheid zitten in de uitdrukking "Wie goed doet, goed ontmoet" want Kym geeft 10 % van de opbrengst van de cd aan de "Surfrider Foundation", een beweging die zich inzet voor het opruimen van stranden, veiligheid van surfers en dergelijke. Over naar de muziek nu. Ik gaf het al aan: simpel klinkende singer songwriter songs, die de zon en het strand binnenhalen. Net als bij Jack Johnson word ik hier dadelijk goed gezind van. Neem bijvoorbeeld "Rolls That Way" gebracht met ukelele of de heerlijke titelsong "So Alive", je voelt de levensvreugde en het strandleven zo de huiskamer binnenstromen tijdens het beluisteren. Opletten voor natte voeten, dus! Het door een licht reggaebeatje gedragen "Free Flowing" geeft je datzelfde gevoel. Haar stem palmt je in. Met het speelse "Mockin Bird" of "Moments" demonstreert ze hier dat ze reeds een eigen stijl gevonden heeft: een mix van folk, rustige surfer songs en rootsy alt.country vermengd met wat levensblijheid. "That little surfie chick from next door", zoals ze haar aan de Australische goudkust kennen, zal het down under zeker ver schoppen. Nu de rest van de wereld nog!
(RON)


 

 

MONTE MONTGOMERY
SAME
Website Myspace
Label : Eminent Records
Info: Lotos Nile
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Toen ik de openingssong "River" uit de boxen hoorde schallen, moest ik even checken of ik niet toevallig een cd van Chris Whitley opgezet had, want die stem lijkt er hier perfect op en bovendien is deze song rijkelijk van slide gitaarwerk voorzien. Neen dus, wel degelijk Monte Montgomery. De gelijkenis is verder in de cd veel minder groot en was dit eerder toevallig zo te horen. Monte Montgomery is een gitaarwonder, maar heeft net niet die: "kijk moeder, zonder handen" attitude die kerels als Vai en Satriani kenmerkt. Bovendien lijkt hij wat te willen breken met die reputatie en eerder zijn songwriters talenten met deze cd te willen demonstreren in plaats van zijn gitaarvirtuositeit. Helemaal weg is het ultrasterke gitaarwerk niet natuurlijk, want dadelijk in de zo net vernoemde opener worden we al dadelijk met de neus op de feiten gedrukt. Hij speelt op een versterkte akoestische gitaar en klinkt toch bijna als een stratocaster. Maar zoals we al zegden is het op deze cd vooral vocaal en tekstueel dat de accenten liggen. De muzikanten die Monte bijstaan zijn dan ook niet de eerste de besten. Zo is er onder meer de befaamde Reese Wynans op keyboards, Phil Bass op drums en bassist David Piggott. Tussen de voortreffelijke eigen songs slechts één cover, het tien minuten durende Hendrix-epos “Little Wing”, al vaak gecoverd maar hier in Montgomery’s versie uiterst origineel uitgevoerd. De cd werd met de meest eenvoudige middelen, bijna zonder overdubs, live in de studio gepeeld, dank zij de technische kennis van Rob Clark en John Billings, die door een vernuftige microfoonopstelling het “live” spelen mogelijk maakten. Kijk ook even naar onze clips want Monte is niet voor niets een You Tube topper wat betreft het aantal ‘hits”. Het overdadig georchestreerde “Love’s Last Holiday” is een sfeervolle mooie song, rustig van opbouw en in schril contrast met het zenuwachtige, gejaagd klinkende “Can’t Fool Everyone” met aan Jeff Beck herinnerend gitaarwerk. “Could’ve Loved You Forever” is een van mijn lievelingssongs op deze cd, een subtiele mix van lichte reggaeritmes en funky jazz met een bluesy toets. Complex van opbouw maar een mooi smaakvol resultaat vormend, als een goede wijn. De rustige afsluiter “Midlife Matinee” is het nummer wat van de ganse cd het meest de nadruk legt op de singer songwriterkwaliteiten van Monte Montgomery. Een plaat waaraan het even wennen is, die je niet zo direct inpakt, maar na een paar luisterbeurten zijn complexere karakter verliest en helemaal onder je huid gaat kruipen. Monte Montgomery na acht pure gitaarreleases nu eens van een andere zijde belicht.
(RON)


 

 

 

DAVID M. BAILEY
HOME BY ANOTHER WAY
Website Contact CDBaby

 

Zijn grootvader was een Schot, zijn grootmoeder een Engelse, zijn vader een Presbyteriaan missionaris die in Beiroet, Libanon belandde. David bracht er zijn jeugd door, maar toen de burgeroorlog uitbrak zette hij zijn studies in Duitsland voort. Al vroeg leerde hij klassieke gitaar, speelde op College in een akoestisch duo en probeerde zijn eigen muziek uit als straatmuzikant. Tenslotte verhuisde hij naar Amerika waar op zeker moment een kwaadaardige hersentumor werd vastgesteld. Nu woont hij met zijn gezin in Charlottesville, Virginia. Dit alles maakte de singer-songwriter tot wat hij nu is, een gedreven folkzanger die zijn liefdesboodschap en zijn hoop op vrede en geluk in melodische songs verwerkt. De ongunstige prognose wat zijn ziekte betrof maakte dat hij zich op zijn muziek stortte en passioneel begon te schrijven. In de twaalf jaren volgend op het onheilsbericht heeft hij ongeveer 18 albums uitgebracht, bleef hij intensief toeren en nam hij deel aan conferenties en seminaries. Zijn verhaal haalde het nieuws op de radio en in de krant, wat David niet belette om ongestoord zijn weg te vervolgen. Hij stelde zich tot doel om naast zijn gezin de muziek te laten primeren, alhoewel hij daarnaast nog genoeg tijd overhoudt om als activist of als ‘profeet met gitaar’ te proberen de wereld ten goede te veranderen. Dit alles komt zowat in zijn nieuwe Cd aan bod, waarin in 17 songs, aanklagend, droefgeestig of reflectief verschillende thema’s worden aangeraakt. Opmerkelijk is hoe de hunker naar veiligheid, een home, het thuisgevoel, beschuttende engelen langs de weg zijn pad markeren. Strijkers, harmonica, piano, orkestrale begeleiding, de viool van Eddie Dickerson en vooral zijn eigen akoestische gitaarbegeleiding hechten een waas van weemoed aan de songteksten. Zo zweven ‘Summer Lullaby’, ‘I Am Looking’ en ‘The Letter’ als vereenzaamde wolkjes door de gevoelsatmosfeer. Soms herinneren zijn stem en songs aan deze van Ralph McTell, het desolate van ‘Streets of London’ oproepend. In het verdwaasde ‘Miracle In Manhattan’, de rouwtijd na 9/11 evocerend, is het zelfs alsof Bruce Springsteen door de straten doolt. Alle songs zijn verpakt in mooie arrangementen, waarbij David het principe ‘Less is More’ huldigt, titel die hij trouwens aan één van zijn songs meegeeft. Andere klinken wat opgewekter zoals ‘You Come Home’ en ‘If I Tell You’, zodat de mistroostigheid wat doorbroken wordt. In ‘The Recruit’ keert hij zich scherp tegen de oorlog. Aan inspiratie heeft David geen gebrek, gevoed door zijn levensdrift en gedreven door het besef dat ‘bread feeds the body, but flowers feed the soul’, zoals in de Koran te lezen staat. Want David is ook een religieuze minnedichter en een overlevingskunstenaar, die gelooft in een God en zijn toekomst zolang hij maar zijn dromen en muziek blijft volgen.
Marcie


 

REDD VOLKAERT
REDDHEAD
Website Myspace
Label: Telehog Records
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Voor een potje traditioneel geschoolde diversiteit zit je bij Redd Volkaert aan het juiste adres. Al sinds zijn dagen bij Merle Haggard's band the Strangers, en als gitarist van de bands Heybale en The Lucky Tomblin band bewijst de man zich telkens opnieuw als een echte entertainer hors catégorie, die stilistisch gezien amper een uitdaging uit de weg gaat. En dat is ook op zijn nieuwste weer zo. De nadruk mag daarop dan al een weinig op western swing zijn komen te liggen, een veelheid aan andere stijlen als country, blues en jazz worden door Volkaert en zijn begeleiders van dienst al evenmin geschuwd. Volkaert is muziekconnaisseur, muzikant, gitarist en blijkt van vele markten thuis. "Reddhead" is een caleidoscopisch werkstukje en is vakkundig opgenomen in The Top Hat Recording studios in Austin, Texas. Het geheel illustreert op passende wijze de muzikale veelzijdigheid van Volkaert die zich als een vis in het water voelt in zowel country ("We Need to Talk"), rockend ("Just Because I Don't Care"), een meer swingendhonky tonk nummer als "Is Anything Alright", een roadhouse blues rocker "Call the Pound" tot een gevangenis ballade als "I'll Break Out Tonight". 14 songs op deze plaat, waarvan een aantal zelf geschreven zijn, maar zijn versies van The Box Tops klassieker, "The Letter", als "End of the Line", "Only Daddy That'll Walk the Line" en Buddy Emmons instrumental, "Raisin the Dickens" mogen er best ook wezen. Als een volbloed-kameleon haalt hij telkens weer het beste uit om het even welk zich toevallig aandienend materiaal en precies dat is het, wat van deze “Reddhead” een echte knaller van een partyplaat maakt. Redd Volkaert is reuze veelzijdig bezig en zijn plaat is een staalkaart van tal van rootsy genres. Het mes komt weliswaar niet ter tafel, maar een feel good-plaat van deze kwaliteit hoor je ook niet elke dag. Redd Volkaert dendert hier als een vers geoliede stoomlocomotief door deze 14 liedjes, waarbij hij glansvol wordt bijgestaan door zijn vriendjes Chris Gilson (drums), Nate Rowe (bas), Rich Harney (keyboards) en Buzz Evans (steel gitaar). Of het nu gaat om schuifelcountry, ouderwetse Western swing, jankende ballads of van die hele vette gitaar-riffen van Volkaert's Telecaster als in het twangy en shuffelende "Send It Back" en de swingend versie van Buddy Emmons' "Raisin' the Dickens", de twee instrumentale tracks op deze plaat, Redd Volkaert flirt duidelijk met swing en zoekt met deze plaat z’n heil nadrukkelijk in countrywateren.


 

 

 

THE BLUES MERCHANTS
LIKE THERE'S NO TOMORROW
Myspace CDBaby

 

Ze hebben hun thuisbasis in Cincinnatti, Ohio. Vier door de wol geverfde bluesveteranen die hun talenten en jarenlange expertise samen brachten onder de naam Blues Merchants. Hun sound bestaat uit wat traditionele blues en rock songs met een bluesy ondertoon die een originele eigen stempel meekregen. Dit is niet zomaar het zoveelste twaalf maten bluesbandje waarvan we er wekelijks wel een aantal binnengestuurd krijgen. De ervaring die deze jongens elk met zich meedragen vertaalt zich in een vlot, soepel groepsgeluid en originele uitvoering van hun hoofdzakelijk eigen geschreven materiaal. Chris Kepes, de (prima) gitarist en zanger is zowat het belangrijkste groepslid. Hij schreef het merendeel van de songs, maar liefst zeven van de tien songs zijn van zijn hand. Dave Koenig op drums en bassist Phil Buscema zorgen voor de strakke ritmes. Bob Nave op keyboards en zang, was vroeger een bekende radiopresentator van een bekende jazz show. Hij tekende ook voor één song "Sorry Jack", een prachtige instrumental waarin hij samen met gitarist Chris het mooie weer maakt. Invloeden van de Al Kooper/Micheal Bloomfield/Stephen Stills session en van vroege Allman Brothers, Bozz Scaggs, Santana en Robben Ford zijn duidelijk merkbaar op meerdere nummers. Ze brengen dit met zo'n vakmanschap dat je meermaals het idee hebt dat je zit te luisteren naar een van die seventies bands. Zo klinkt "More Where That Came From" als een lang verloren en eindelijk ontdekte opname uit de legendarische "Live At The Fillmore East", Duane lives! Met de bekende riff uit "Killing Floor" van Howlin Wolf is "Cat and Mouse" opgebouwd, een nummer van Phil Buscema. In het langzame bluesnummer "Is This Even The Blues", channelt Chris voor een tweede maal Duane Allman op perfecte wijze, terwijl Bob Nave ook op Hammond dat sfeertje prachtig weet weer te geven. Het sfeertje van Bozz Scaggs "Loan Me A Dime" zit dan weer perfect in "The Way I Treated You". Het mag gezegd zijn, deze Blues Merchants hebben hun naam niet gestolen, ze weten hun handeltje best te verkopen. Ik hoef het niet nog eens te herhalen, vooral fans van het vroegere Capricorn geluid van de Allmans, grijp je kans!
(RON)


 

 

 

THE CITY SHAKERS featuring Big Boy Bloater
THE VERY BEST OF …
Website Myspace
Label : Azan Records CDBaby

 

‘The Very Best Of The City Shakers’ is geen verzamelalbum zoals u zou kunnen verwachten. Dit is het debuutalbum van enkele veteranen van het hedendaagse Britse bluesscène. De zanger van deze band is Big Boy Bloater. Een gitarist die vooral in de jumpblues een degelijke reputatie heeft opgebouwd. The City Shakers is zijn nieuwste project dat zich wil richten op de traditionele Chicagoblues uit de jaren 50. Belangrijk voor de Chicagosound is de scheurende harmonica van Laurie Garman. De ritmesectie bestaat uit Bomber Wade op drums en Mike Powell op bas. Het repertoire dat gebracht wordt op dit schijfje bestaat grotendeels uit de bekende klassiekers van het genre. ‘Got My Mojo Working’ en vooral ‘Mellow Down Easy’ klinken niet slecht, maar zijn toch al te vaak gebracht. Dan klinken de herwerkingen van Lightnin’ Hopkins nummer ‘Shake That Thing’ en de verbastering van ‘Shake Your Moneymaker’ naar ‘Roll Your Moneymaker’ veel frisser. De zware, ruwe stem van Big Boy past perfect in de traditie van Howlin’Wolf. Muzikaal steelt Laurie Garman met zijn knappe, vetklinkende harmonicalijnen de show. Verbazend dat deze muziek van een ras Britse bluesband komt, terwijl dit echte vintage Chicagoblues is die nog maar weinig door de Amerikanen wordt vertolkt. De muziek is niets nieuw, maar als het goed gebracht wordt zoals bij deze gasten, blijft het de mooiste stijl binnen het bluesgenre.
Bootsy Lester


 

 

KEN STACEY
I WILL STILL BE ME
Website Myspace Contact CD-Baby
Label : Butterpie Records
Distr.: Hemifran

 

Ken Stacey is een naam die sinds vele jaren meedraait in de popscène. Zo is hij de zanger en frontman van de progressieve rockgroep ‘Ambrosia’. Deze in Woodland Hills, Californië wonende artiest droeg ook vocaal bij aan de cd “One Night Only” van Elton John waarvoor hij trouwens vaak het voorprogramma verzorgde en met wie hij optrad in diens begeleidingsgroep als gitarist en zanger. Daarenboven deed hij ook backing vocals voor andere grootheden als Neil Young, Bette Midler, Julio Iglesias, Phil Collins en Bonnie Raitt. Meerdere van zijn liedjes werden ook weerhouden voor soundtracks van tv-series en films. Het populaire tv-programma ‘American Idol’ koos zijn song “Only Love” als één van de top 20 nummers voor hun songschrijverswedstrijd in 2008. Die song staat nu ook op zijn debuutplaat als soloartiest. “I Will Still Be Me” heet die plaat die uit tien songs bestaat die hij ofwel helemaal alleen of met hulp van co-writers (o.a. zijn vrouwtje Windy Wagner) heeft neergepend. Symfonische, melodieuze en erg hedendaagse pop- en rockliedjes die stuk voor stuk over een behoorlijke portie hitparadegevoeligheid beschikken. Zijn muziek heeft enkele Beatlesinvloeden ondergaan en zijn liedjes en vooral zijn stem doen me meermaals aan Cliff Richard denken, o.a. in het nummer “She Is”, in “Innocent Poison” en in de titeltrack “I Will Still Be Me”. Andere nummers die voor ons nog eens door de speakers mogen zijn “Shine”, “Rain”, “Enemy Within” en “The Long Road”. Wie houdt van gesofisticeerde, goed opgebouwde en mooie melodieuze popmuziek zal met dit album zijn gading zeker vinden. Anderen vinden de sound van deze cd misschien wat te gepolijst. De productie van de plaat werd door Ken Stacey zelf verzorgd en is zeer professioneel uitgevoerd. We denken niet dat hij met deze plaat uit is op ruimere naambekendheid of eeuwige roem maar zijn ei heeft hij zeker kunnen leggen en aan zijn capaciteiten om moderne popsongs te schrijven twijfelen wij alvast niet.
(valsam)