ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008

JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008 - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

SLEEPY JOHN ESTES - ON 80 HIGHWAY

ZAC HARMON - SHOT IN THE KILLZONE

JIM SUHLER & ALAN HAYNES - LIVE AT THE BLUE CAT BLUES CLUB

PHIL LEE - SO LONG, IT’S BEEN GOOD TO KNOW YOU

MARKUS RILL - BAG OF TRICKS

DEBORAH CROOKS - ADDING WATER TO THE ASHES

ERIC HISAW - NATURE OF THE BLUES

SEASICK STEVE - I STARTED OUT WITH NOTHING AND I STILL GOT MOST OF IT LEFT

POPA CHUBBY WITH GALEA - VICIOUS COUNTRY

MARIEE SIOUX - FACES IN THE ROCKS

 



 

 

 

SLEEPY JOHN ESTES
ON 80 HIGHWAY
Label: Delmark Records
Distr.: Music & Words
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Af en toe levert het cd-tijdperk nog echte verrassingen op. Na "The Legend of Sleepy John Estes", "Broke and Hungry, Ragged and Hungry Too", "Brownsville Blues", "Down South Blues" en "Sleepy John Estes In Europe" is deze nieuwste Delmark, "On 80 Highway" wederom een grote verrassing. De opnames gebeurden dan ook in een studio in Chicago in juli ‘74, juist voordat hij naar Japan afreisde, maar ook juist drie jaar voor zijn overlijden in 1977. Sleepy John Estes was een Amerikaanse blues gitarist die geboren is in Ripley, Tennessee. In 1915 verhuisde hij met zijn familie naar Brownsville, Tennessee. Kort nadat hij daar was aangekomen kreeg hij een steen tegen zijn oog waardoor hij een deel van zijn zicht verloor. In 1919 begon hij als professional op te treden, vooral op cocktail feestjes en picknicks. Meestal deed hij dit samen met Hammie Nixon (harmonica) en James "Yank" Rachell, een gitarist en mandoline speler. Hij speelde 50 jaar met deze muzikanten! Zijn eerste plaat maakte hij in Memphis in 1929 voor Victor Records. Later stapte hij over naar Decca en Bluebird. Hij nam in 1952 "Runnin' Around" en "Rats in My Kitchen" op in de bekende Sun Studio in Memphis. Hij was een gemiddeld gitarist, geen virtuoos, maar werd vooral bekend door zijn huilerige zangstem. Omdat zijn stem zo als een oude man klonk werd veelal aangenomen dat hij al dood was. Big Bill Broonzy noemde de zangstijl van John Estes "crying the blues" vanwege de overduidelijk aanwezige emotionaliteit die hij uitte. Door zijn blindheid veroordeeld tot thuisblijven raakte John steeds meer verarmd. Tijdens de hernieuwde interesse in de blues tijdens de zestiger jaren, waarbij ook Mississippi John Hurt, Son House en Skip James opnieuw in de belangstelling kwamen, kreeg Sleepy John Estes weer de gelegenheid op te treden en opnamen te maken. Hij toerde zelfs weer met zijn oude maatjes Hammie Nixon en Yank Rachell. Voordat hij in 1974 naar Japan wou afreizen met Hammie Nixon, doken ze samen de studio in om 17 tracks op te nemen, songs die meestal gebaseerd zijn op mensen en gebeurtenissen uit zijn eigen leven, maar ook songs waarin hij zijn mening vertolkte over de gewelddadige dood van JFK: "President Kennedy", en dit zelfs in twee tracks, take 13 en 14, voor ons wel de sterkste nummers op deze cd. Af en toe is er wel een valse start te horen of een verkeerd akkoord, hetgeen de muziek alleen maar levendiger maakt. De mannen hadden er hoorbaar zin in en speelden op de toppen van hun kunnen. Estes' gekende klaaglijke stemgeluid en simpele gitaarbegeleiding worden perfect ondersteund door Nixon's onmiskenbare blaaswerk op de mondharmonica en de snerpende kazoo. Estes koos voor een aantal oudere traditionals zoals "When The Saints Go Marching In", "Brownsville Blues" en "Mary Come On Home", waarvan hij hier een prachtige versie weet te vertolken. De songs gaan meestal om beschrijvingen van mensen of gebeurtenissen uit Estes' directe omgeving. Een kleine wereld, die in de jaren '60 door zijn herontdekking plotseling een stuk groter werd. "On 80 Highway" is een bijzonder album, dat dan bijna vijfendertig jaar heeft kunnen rijpen.



 

 

 

ZAC HARMON
SHOT IN THE KILLZONE (LIVE)
Website Myspace Contact
Label: Isabel Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Zac Harmon is een van de "echte" bluesartiesten, iemand die rechtstreeks uit het hartje van hét bluesgebied bij uitstek komt: Jackson, Mississippi. Meer bepaald uit Farish Street, de plaats waar ondermeer Elmore James ook vandaan komt, samen met meerdere andere originele groten van de blues. Een broedplaats van talent, waar alles blues "ademt". Zac’s vader had de eerste "zwarte" apotheek in het Mississippi gebied. Hijzelf nam alle invloeden op muzikaal gebied die de omgeving hem bood in zich op en zoals bij zo velen, was de kerk de eerste stap naar zijn muzikale ambities. Hij speelde orgel en gitaar, en zijn eerste podiumervaring kwam er als begeleider van Z.Z Hill, Dorothy Moore en Sammy Myers. Deze laatste was zijn mentor, die hem via rock 'n roll op het ware bluespad bracht. Even onderbrak hij zijn muzikale carrière voor hogere studies, maar de lokroep bleek te sterk en toen hij van de hogeschool kwam begon hij toch weer met optreden. In Los Angeles werd hij een van de beste en meest gevraagde studiomuzikanten en later ook producer. Of het nu blues, soul of pop was, hij begeleidde iedereen: van Evelyn Champagne King, via the Whispers tot Alexander O'Neill. Als producer kreeg hij een Grammy voor zijn werk aan het "Mystical Truth" album van de formatie Black Uhuru. Dit album werd live opgenomen in “Le Meridien” in Parijs en opent met “Hattie Mae”, een eigen, downhome bluesnummer dat echter duidelijk zijn inspiratie bij R.L Burnside vandaan haalde. Een nummer dat zijn titel absoluut niet gestolen heeft is “Boogie Down” dat begint in de beste Jimmy Reed traditie, om vervolgens de pure boogie boven te halen en klinkt als een John Lee Hooker in overdrive. De rust keert even terug in “Shot In The Killzone” een langzame blues waar harpspeler Jeff Stone zich even kan bewijzen, en Zac een heerlijk lange sfeervolle gitaarsolo speelt, die dit nummer boven de rest laat uitsteken. In een lekker zware versie van Muddy Waters “Mannish Boy” switcht Zac van Engels naar Frans en terug, een leuke gimmick, vooral het innemende accent. Het funky “Mississippi State Line” gaat “Forty days” vooraf, een knappe shuffle met gitaarinvloeden van zowel Freddy King en Albert Collins subtiel verwerkt in het nummer. Ook de Hendrix cover “Little Wing” mag er zijn, en toont wat een veelzijdige gitarist hij wel kan zijn. Een volgend hoogtepunt van dit concert is de “talking” blues “Chicago Train Song” waar het treinritme je in zijn ban heeft. Dit live meemaken lijkt me wel wat. Waarom Zac Harman’s naam onder Willie Dixon’s “Spoonful” staat is me een raadsel, want tekst en melodie zijn onveranderd. Voor het laatste nummer “Rock Me Baby” staat BB King wel als componist vermeld, en dit is een mooie uitvoering. Zac Harmon was duidelijk in vorm op 15 maart van vorig jaar daar in Parijs. Een afwisselende cd boordevol speelplezier was het gevolg.
(RON)


 

 

 

 

 

JIM SUHLER & ALAN HAYNES - LIVE AT THE BLUE CAT BLUES CLUB - Distr: Music Avenue

 

 

Als 2 gitaristen uit Texas samen het podium betreden dan mag je er zowat prat op gaan dat er vuurwerk ontstaat uit zo’n samenwerking. En dan mogen we ons zeker gelukkig prijzen als die 2 heren dan ook nog eens beslissen dit vuurwerk vast te leggen voor de eeuwigheid. De 2 heren van dienst zijn niemand minder dan Jim Suhler, ons allen wel bekend, en Alan Haynes, de vroegere huisgitarist van de legendarische Antone’s Bluesclub in Austin Texas. Samen tekenen ze voor acht songs en het zijn zeker niet de acht minste of wat dacht je van ‘Are You Experienced’ van wijlen Jimi Hendrix? Maar ik loop vooruit, laat ik eerst ook even vermelden wie er op deze opnames achter de drums zat en de bas hanteerde. Op drums is dat Paul Hollis en aan de bas Carlton Powell, beide heren treffen we wel vaker aan in de gelederen bij Jim Suhler. Er wordt van start gegaan met een oude traditional van Louisiana Red genaamd ‘Too Poor To Die’ en al meteen halen beide gitaristen hun scheurijzers, beter gekend als bottleneck, erbij en scheuren ermee over de gitaren dat het een lust is voor je oortjes. De volumeknop gaat hier dan ook al dadelijk een flink stuk naar rechts en zo scheuren wel lekker door naar de song ‘Knockin’ At Your Door’. Welke trouwens voortreffelijk wordt gezongen door Alan Haynes, zijn stem leunt trouwens dicht aan bij die van Jim. Gelukkig krijgen we niet enkel de bekende klassiekers geserveerd maar is er ook ruimte voor enkele songs neergepend door Jim Suhler zelve. Zo krijgen wel als 4de song ‘Down And Out In Texas’. En deze song laat perfect horen dat Jim Suhler zich bij de groten mag noemen, muzikaal zowel als vocaal hoor je het talent naar buiten borrelen. En om dit alles te bevestigen gooit hij er nog de lekker groovende ‘Don’t Do It’ achteraan. Deze songs zou Jim veel meer live moeten spelen als je het mij vraagt. Maar niet alleen moet Jim bepaalde songs meer live spelen, hij mag zeer zeker ook Alan Haynes eens meebrengen naar België. Want ik wil die man wel eens in het echt aan het werk zien de volgende keer dat hij ons kleine land bezoekt. En voor wie wil weten of ze deze cd nu moeten aanschaffen of niet kan ik enkel zeggen ja, zoniet luister even naar de afsluiter ‘Are You Experienced’. Misschien toch nog even erbij vermelden dat we hier ten huize Blueswalker terecht een beetje fier zijn op deze cd. Beide foto’s van Jim Suhler op deze CD zijn van de hand van Lady blue en daar mogen we toch ook een beetje trots op zijn, niet?
Blueswalker



 

 

PHIL LEE
SO LONG, IT’S BEEN GOOD TO KNOW YOU
Website Myspace
Info: Medicine Music
VIDEO 1 VIDEO 2

 

De Amerikaanse singer-songwriter Phil Lee uit Nashville bracht in 1999 zijn debuut ‘The Mighty King Of Love’ uit. Hij was toen bijna vijftig. Twee jaar later verscheen de opvolger ‘You Should Have Known Me Then’. En vandaag ligt zijn derde album ‘So Long, It's Been Good To Know You’ voor ons, door Phil zelve beschreven als zijn eerste postume plaat. Typische humor van de man die, als enige andere hobby buiten de muziek, de kunst van het messenwerpen beoefent en qua looks niet zou misstaan in de cultserie ‘DeadWood’. Omdat zijn nieuwe plaat bespreken ons net iets minder riskant leek dan een deelname aan een ‘Knife Throwing Show’, hebben we ons maar aan het luisteren gezet. En wat blijkt? Deze derde cd, geproduced door Richard Bennett (bekend van Mark Knopfler, Emmylou Harris, Neil Diamond..) is een juweeltje! Alles wat de Amerikaanse muziek groot heeft gemaakt zit erin verweven: folk, country, blues, rock, jazz en zelfs soul. Het mag dan ook niemand verwonderen dat dit een rijke en gevarieerde plaat is geworden. Deze variatie voelen wij ook in de teksten, waarin humor en (zelf)spot meestal de bovenhand halen. Het openingsnummer ’25 Mexicans’ is een sociaal drama over gastarbeiders in Texas en we zouden zweren dat dit een nummer van een ietwat hese John Prine is. ‘Sonny George’, over de lotgevallen van een Truckdriver die een hoopje kinderen van de weg maait, klinkt dan weer een beetje als Bob Dylan ten tijde van ‘Desire’. In ‘Neon Tombstone’ laat Phil & band de bluesduivels los en ‘Let There Be Love, Tonight’ is een mooie ballad voor zijn nieuw liefje : ‘You are Young and pretty/ Me, I’m old and grey/I like the way you don’t let any of that come in the way’. Wees gerust, onze Phil kan het uitleggen! Al wil het leven ook niet altijd meevallen. In het mistroostige ‘Lovers Everywhere’ klaagt de zanger dat hij het kotsbeu is overal verliefde koppeltjes te zien opduiken, terwijl hij zelf net zo eenzaam is (‘I see lovers everyplace/ I just want to slap their face’). In ‘Just Because’ lijkt Phil Lee zich te ontpoppen als een volwaardig lid van de Traveling Wilbury’s en het mooie ‘We Cannot Be Friends Anymore’ doet denken aan de Beatles ten tijde van ‘Rubber Soul’. En nu we het toch over soul hebben: ‘The Taterbug Rag’ klinkt geheel en al als Bob Dylan meets The Stylistics. Ook het Woody Guthrie walsje ‘ So Long, It’s Been Good To Know You’ staat Mr. Lee op het lijf geschreven. Tenslotte nog even enkele woorden van lof voor de song ‘Where A Rat Lip’s Has Touched’ waarin onze messenwerper (compleet met mannenkoor) alle registers opentrekt om vrouwlief te waarschuwen dat hij zijn nooit meer zijn lippen nog zal zetten op de ontrouwe mond die met een andere ‘rat’ heeft liggen tongen. De humor en zelfrelativering (hij verwijst naar zichzelf als naar een ‘weazle’) die Phil in deze en andere songs ten toon spreidt, doet soms denken aan een stukje pure Monty Phython. Na al dat moois hopen wij slechts één ding en dat is dat Phil Lee niet nog eens zeven jaar wacht om zijn volgende ‘postume’ plaat uit te brengen.
Shake



 

MARKUS RILL
BAG OF TRICKS
Website Myspace
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Laat het vooraf duidelijk zijn: coverplaten kunnen ons maar matig bekoren. Ze willen te vaak iets verbergen: een impasse, writer's block, de verplichting om aan de slotakkoorden van een contract te voldoen. Of ze zijn een vluggertje tussendoor, to keep the customer satisfied. Met "Bag of Tricks" is Markus Rill reeds aan zijn negende plaat toe in tien jaar tijd, en dit na de zeer goed ontvangen cd's: het zo geprezen "The Price Of Sin" uit 2006 en "The Things That Count" van begin dit jaar. Het gebeurt wel eens meer dat singer/songwriters de lust bekruipt om zich gedurende een hele plaat te werpen op het werk van anderen. David Bowie deed het op "Pin Ups", Mark Eitzel op "Music For Courage and Confidence", Will Oldham op "The Brave and The Bold", dit om zo maar willekeurig artiesten te vernoemen, maar nu is er onze extreem getalenteerde Duitser daar met zijn coverplaat. Let wel, hij staat er niet alleen voor want tal van zijn vrienden musiceren mee, maar over hun toegevoegde waarde valt te discussiëren. Het is toch vooral Rill die de diverse songs naar zijn hand zet. Divers is trouwens het sleutelwoord van deze coverplaat. Even uiteenlopend als de keuze van de gecoverde nummers zijn de bewerkingen ervan. Zoals zijn grote held Bob Dylan tijdens zijn optredens zijn eigen klassiekers onherkenbaar maakt, zo vindt Rill op "Bag of Tricks" de songs telkens opnieuw uit. En het zijn niet de minsten van wie ze de liedjes aldus stript en heraankleedt: "If I were a Carpenter" (Tim Hardin), "Brown-Eyed Handsome Man" (Chuck Berry), "I Still Miss Someone" (Johnny Cash), "Guitar Town" (Steve Earle), "Nadine" (Chuck Berry), "Fade Away" (Michael Weston King), natuurlijk Bob Dylan (het intoverte "Not Dark Yet") en zowaar ook zichzelf in de rockende opener, "Kill Will". Vanaf deze opener tot aan de afsluiter, weet Rill de aandacht vrijwel constant vast te houden met een reeks aan uitschieters, zoals zijn versie van Elvis Presley's "Can’t Help Falling In Love" en Rich Hopkins "Tender Mercies" in dit nummer bijgestaan door Todd Tibbaud. Verder wordt Rill daarbij op deze plaat ook bijgestaan door Sunny Sweeney en Dennis Schûtze, een briljant stel muzikanten, die zijn schorre stem op perfecte wijze bijkleuren. "Bag of Tricks" is kortom alles behalve een lullige verzameling covers: deze nummers lijken enkele tot vele jaren geleden al voor deze troubadour geschreven te zijn, maar zijn mooi wel eerst door de grote auteurs zelf uitgevoerd. Vanaf nu behoren ze dankzij deze erg mooie plaat toe aan Markus Rill. Een bijzonder geslaagde plaat, soulvolle Americana op en top.


Track listing:
Kill Will (Markus Rill)
Can’t help falling in Love (Creatore, Peretti & Weiss)
Ghost Riders in the Sky (Stanley Jones)
If I were a Carpenter (Tim Hardin) - with Sunny Sweeney
Not Dark Yet (Bob Dylan)
Brown-Eyed Handsome Man (Chuck Berry) - with Dennis Schûtze
I Still Miss Someone (Johnny Cash)
Guitar Town (Steve Earle)
Tender Mercies (Rich Hopkins) - with Todd Tibbaud
Nadine (Chuck Berry)
Understand Your Man (Cash)/ Don’t Think Twice (Dylan) with Dennis Schütze
Fade Away (Michael Weston King)
Six Days on the Road (Earl Montgomery)



 

 

DEBORAH CROOKS
ADDING WATER TO THE ASHES
Website Myspace Contact CD-Baby
Label : Bird In The Tree Music

 

 

Zij zingt op intieme wijze over de liefde, het winnen en het verlies van die liefde, over het leven en over het noodzakelijke vertrouwen in elke relatie. We hebben het over Deborah Crooks, afkomstig uit Santa Cruz, maar sinds enige tijd werkend vanuit San Francisco. Ze zingt sinds 2000 en schrijft haar eigen liedjes. In 2003 brengt ze een eerste plaat uit met de ep “5 Acres” en vier jaar later volgt een tweede ep “Turn It All Red”. Met “Adding Water To The Ashes” brengt deze getalenteerde jongedame een eerste full-cd op de markt waarop een aantal ‘Bay Area’-muzikanten voor de knappe instrumentale ondersteuning zorgen en daardoor deze plaat een professioneel mooi geproduceerde tintje bezorgen. In elf zelfgepende liedjes weet Deborah Crooks ons op dit album onvoorwaardelijk te overtuigen van haar grote muzikale capaciteiten en kwaliteiten. Zij draagt haar werk op aan de continue strijd voor vrede op de wereld en het eeuwigdurende gevecht voor vrijheid bij nog te veel verschillende volkeren. De zangeres is dan ook een erg bereisde persoon als milieuactiviste en zij studeerde op haar reizen doorheen de wereld over de kunst van yoga en over het Boeddhisme. Daarnaast publiceerde zij meerdere essays, gedichten en artikelen in tijdschriften en kranten. Haar debuutplaat “Adding Water To The Ashes” bevat enkele tekstueel lyrische en muzikale pareltjes zoals het heerlijke “St. Anthony”, het emotionele doch hoopvolle “Little Girl”, het muzikale hoogstandje “Land’s End” met schitterend harmony vocals door Eamon Ryland, het beklijvend eerlijke “Miss Me Sometime” en het intens intieme “Believe”. Vocaal doet Deborah Crooks me bij momenten vreugdevol denken aan Natalie Merchant (van 10.000 Maniacs) of aan Margo Timms (van Cowboy Junkies), evenzo mooi is haar stem te omschrijven. Toch heeft Deborah Crooks vooral een eigen unieke stemgeluid dat de kwaliteit van haar liedjes op deze plaat meer dan ten goede komt. “Where You’re Going” is een countrygetinte ballade waarbij voorwaar Lucinda Williams om de hoek komt kijken als ware het om te vragen of zij deze song misschien a.u.b. op haar eerstvolgende plaat zou mogen opnemen. Tenslotte willen we graag nog een extra vermelding geven aan het mooie schilderij “Fire/Sky” van Patty Neal dat een eigen verhaal mag komen vertellen op het platenhoesje. “Adding Water To The Ashes” is een koesterplaatje van een ijzersterke zangeres die wat ons betreft niet te lang hoeft te wachten om alweer nieuw werk op ons los te laten. Wij zijn nu al vereerd om onder de categorie “fans van het eerste uur” geklasseerd te worden.
(valsam)



 

ERIC HISAW
NATURE OF THE BLUES
Website Myspace VIDEO
Info: Medicine Music
Label: Saustex Media

 

Ik hou van Texaanse muziek, of het nu singer-songwriters zijn, Americana artiesten, Tex-Mex of pure Texaanse blues, het gaat erin als gesneden koek. Hoewel Eric Hisaw, de gitarist van Blue Diamond Shine, zijn derde cd "Nature Of The Blues" genoemd heeft, is dit verre van blues. In een stijltje dat balanceert tussen wat Ryan Adams, Alejandro Escuvedo en Springsteen doen, brengt hij ons zijn sterke teksten over alledaagse dingen en gevoelens. "Cheap Living heeft zelfs iets swampy. Fogerty en C.C.R klanken waaien je tegemoet en een resonator vermengt zich daar feilloos mee. "Shout Out Loud" klinkt bijna als de Britse bands van vroeger, een jonge Van Morrison en Them. "We are Living In The Middle Of Somebodies Goold Old Days" zingt Eric en daarin vertelt hij aan hoe enkel het prettige onthouden wordt en pijnlijke en genante gebeurtenissen stilletjes verzwegen worden. De sterke songs volgen mekaar op in deze "Nature Of The Blues". Hoewel Eric uit Texas komt hoor ik regelmatig wel Engelse invloeden, zoals in "Shout Out Loud" (clip) en "The Night Johnny Died" waar zijn stem en zangstijl wat van Graham Parker heeft. "Driftin' Life " is daarna weer heel andere koek, echte Americana is dit, ingetogen, met subtiele, sobere begeleiding van zijn band, net als het sterke "Hypnotized". De voorlaatste song "Jake" die het midden houdt tussen laid back J.J Cale ritmes en Johnny Cash twang, is wat mij betreft één van de sterkste songs op deze cd, die trouwens over de ganse lijn bewijst dat deze Eric Hisaw een jongen is die vanaf nu bij de groten mag gerekend worden. Zijn naam duikt bovendien ook op tussen de kandidaten voor een van de eerste grote festivals deze zomer, duimen maar.
(RON)


 

 

SEASICK STEVE
I STARTED OUT WITH NOTHING AND I STILL GOT MOST OF IT LEFT
Website Myspace
VIDEO
Label: Warner Brothers Records

 

 

Hij had al heel wat jaren rondgezworven als onbekende hobo en busker toen wij meer dan anderhalf geleden een special maakten rondom zijn twee cd's die waren verschenen op het onbekende Londense “Bronzerat” label. Omstreeks dat moment haalde ook Jools Holland hem uit de obscuriteit en maakte in één slag een ster van hem tijdens zijn Hootennany show. Het verhaal is bekend, met zijn goedkope driesnarige gitaar zette hij toen een geluid neer die alle aanwezige popsterren, waaronder Paul Weller, op zijn zachtst gezegd de wenkbrauwen deed fronsen. De meeste zag je met open mond en vol bewondering verrast toekijken toen deze "weirdo" tussen de in galapakken gestoken popstars gedropt werd. Steve Wold, want zo heet deze hobo die tot voor kort in Noorwegen woonde, heeft nu zijn derde cd uit, en ditmaal bij een "major" voor zover dit woord nog de lading dekt. Het gevaar dat er dan flink op authenticiteit moet ingeleverd worden en de sound flink moet bijgepolijst worden zit er dan natuurlijk in, maar we moeten zeggen dat dit hier gelukkig helemaal niet zo is. We genoten al erg van de twee eerste cd's (Zie blikvangers), maar ik mag gerust zeggen dat dit veruit zijn beste werk is tot nu toe. Enkele bekende gasten zoals K.T Tunstall en Nick Cave deden mee, maar voor de rest verandert er aan de opzet van Steve's sound weinig. "Started Out With Nothing" de opener heeft een paar gospelzangeressen (waaronder de fantastische Ruby Turner) als bonus, maar verder gaan de versierselen niet. Steve houdt het basic, zoals vroeger. Bijna elke song is voorzien van een korte introductiezin, en als bonus komt er nog een lang hoboverhaal na het laatste nummer. Het akoestische "Walkin Man" doet sterk denken aan het werk van Keb' Mo'. Het funky "St Louis Slim" klinkt ook wel wat verzorgder dan wat we van hem gewoon zijn, maar het is een prachtig nummer. Het Mississippi delta geluid gebruikt hij prachtig om een treinritme op te roepen in "Prospect Lane" en zijn herkenbare vettig klinkende gitaargeluid à la Burnside is weer terug in "Thunderbird", een drinking song over de "Liquor shacks" De samenwerking met Nick Cave in "Just Like A King" levert nog een verder hoogtepunt op in deze 11 songs tellende plaat zonder ook maar één enkel zwak moment. Seasick heeft dus duidelijk niet aan snedigheid ingeleverd door zijn eerste stap naar een meer comfortabelere levensstijl. Houwen zo!
(RON)

Seasick Steve LIVE - di. 17 feb. 2009 - 20u00 - AB - Brussel

 


 

 

POPA CHUBBY WITH GALEA
VICIOUS COUNTRY
Website Myspace Contact
Label: Dixiefrog
Distr: Bertus (NL) Parsifal (B)
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Hadden we enkele dagen geleden nog de allernieuwste van de "Blues Queen of New York" Roxy Perry te bespreken, nu is het de beurt aan wat we gerust de "Blues King Of New York" mogen noemen. Een man die al voor een even glamoureuze naam koos, precies een gewoonte in de Bronx en omstreken. Maar geef toe Popa Chubby bekt heel wat beter dan Ted Horowitz, de naam waaronder Popa in 1960 het levenslicht zag. Aanvankelijk was hij voor even een jong drummertje, maar omstreeks1970, onder de indruk van de bluesrock die hij overal hoorde, veranderde hij van interessesfeer, en op 17 jaar greep hij naar de gitaar, om hem nooit meer los te laten. Hij begon in Richard Hell's punkband, The Voidoids. Zijn licks haalde hij grotendeels bij Albert en BB. King, maar toen wat later een vriend hem de derde King, Freddy, liet beluisteren, ging hij compleet voor de bijl voor de Texas Cannonball. Vervolgens volgde een wereldtoer met Pierce Turner en toen dit achter de rug was startte Popa zijn eigen band in 1980. Zijn naam kwam er tijdens een jamsessie met Bernie Worell van Parliament, die een nummer met die naam speelde en tijdens het aankondigen ervan naar zijn mollige gitarist wees. Popa combineert die harde gitaarblues van hem met moderne stadselementen en andere invloeden, tot hip hop toe en creëert zo zijn eigen sound, wat hem ondertussen al bijna dertig cd's opleverde. Een groot deel daarvan verscheen hier in Europa voor het prestigieuze Dixiefrog label. Nu is er dus deze "Vicious Country", samen met het vrouwtje Galea, een bassiste die ondertussen ook al haar eigen release op ons losliet een drietal jaartjes geleden: "Dairy Of A Bad Housewife", ook een Dixiefrog release, waarna ze samen “Flashed Back” maakten. Zoals de titel het al aangeeft, wijkt Popa hier even af van het bluespad om plaats te maken voor zijn tweede liefde, en vooral die van Galea: country en rockabilly. Vooral via de invloed van zijn vrouwtje kwam Popa in contact met de "twang en rumble" van de oudere rockabilly grootheden. Galea is inderdaad een "truck drivers daughter", een milieu waar de rockabilly en natuurlijk de truck drivers songs welig tieren. Via een door Galea in huis gehaalde cd van Hank Williams III, waarnaar Popa maandenlang luisterde, kwam hij langzaam tot bij Gram Parsons, Merle Haggard, Santo & Johnny, Dave Dudley en Gene Vincent. Hij was plots in nieuw Chubbyland en genoot ervan. Hij coverde enkele van de songs waarvan hij zo hield en werd geïnspireerd door de Sun opnames om zelf nummers in die stijl te schrijven (zoals het mooie "Baby Don't Care", waar de Jordanairs model voor stonden). Een andere song is geïnspireerd door de flamboyante drummer en wapenfreak Sam Lay, die deel uit maakte van de originele Howlin Wolf Band, naast Hubert Sumlin. Natuurlijk blijft er genoeg van de originele Popa Chubby aanwezig, en is zijn gitaarspel bij momenten soms nog snediger om de die hard fans niet te ontgoochelen. Zodoende kan Popa met deze nieuwe cd enkel maar fans bijwinnen. Fans die vroeger zijn muziek net wat te bluesrock-achtig vonden, zullen op deze cd eerder aan hun trekken kunnen komen, want hij vond de perfecte mix. Geen fan van country? Niet weglopen, want this is some "vicious country".
(RON)

 

POPA CHUBBY LIVE
30 nov - Hardenberg - Podium
1 dec - Amersfoort - De Kelder
2 dec - Eindhoven - Effenaar
3 dec - Zoetermeer - Boerderij
8 dec - VERVIERS - SPIRIT OF 66

 

 



 

 

MARIEE SIOUX
FACES IN THE ROCKS
Myspace
Label: Grass Roots Records
Distr.: Bang! Records CDBaby

 

Na Alela Diane verschijnt nu ook de jeugdige Mariee Sioux aan de zandkleurige horizonten van Californië. Beide waren schoolvriendinnen en groeiden op in Nevada City. Mariee stond recent nog in het voorprogramma van Alela, die inmiddels internationaal is doorgebroken. Maar ook Mariee’s doortocht in Brussel bleef niet ongemerkt en na beluistering van ‘Faces in the Rocks’ begrijp je waarom. Geboren in februari 1985 schreef Mariee al verzen toen zij nog op de schoolbanken zat. Ook de natuur en de muziek waren haar van kindsbeen af vertrouwd, evident als je een vader hebt die mandoline speelt. Haar vader en deze van Alena speelden trouwens vaak samen. Maar ook haar gemengde afkomst laat zich horen in haar songteksten. Met een Pools/Hongaarse vader en een Spaans/Mexicaanse moeder met Indiaans bloed stel je je als vanzelfsprekend open voor alle culturen waarin familiewaarden en het respect voor de natuur centraal staan. Ook de Indiaanse cultuur blijkt dus een voorname inspiratiebron, wat nog meer verklanking krijgt wanneer een Indiaanse fluit de melodielijnen beschuttend of optillend begeleidt. Maar de poëzie van Mariee lijkt uit zichzelf te ontspringen met metaforen en beeldtaal die bol staan van betekenis en ietwat herinnert aan de Joni Mitchell van ‘Ladies In The Canyon’. Mariee’s etherische zang doet echter meer aan Laura Nyro of Vashti Bunyan denken. Alle acht songs op dit album ademen spiritualiteit uit, alsof Mariee’s prille geest alle imaginaire grenzen tussen hemel en aarde verkent. In ‘Bravitzlana Rubakalva’ bouwt Mariee zo aan een spookachtige droomwereld. De indiaanse thema’s zitten verborgen tussen de lijnen, zoals in ‘Two Tongues’ of ‘Wild Eyes’. Aan dit album gingen al twee albums vooraf, beiden in eigen beheer uitgegeven. Op deze ‘Faces In The Rocks’ omringt zij zich echter met begeleiders, die allen bijdragen aan de exotische rijkdom van dit album. Behalve haar vader, Gary Sobonya met mandoline kon Mariee rekenen op Gentle Thunder die niet alleen met de Indiaanse fluit mystieke sfeer creëert maar ook met de Buffalo- en Basdrum magie inbrengt, zoals op ‘Buried In Teeth’. ‘Bundles’, een tien minutensong, komt je echter tegemoet als een geschenk van de Grote Geest, want gitaar, mandoline en de invallende cello van Luke Janela verglijden als in een verwarmend zielsmooi Credo. Ergens zou je kunnen gissen dat Mariee een onzichtbaar medicijnzakje rond de hals draagt waarin zij het geheim bewaart om haar dichtkunst de vlucht van een ‘Sioux’ gebedsvogel te geven. Met deze ‘Faces In The Rocks’ doet de songschrijfster een gooi naar internationale erkenning. Wat haar ongetwijfeld zal lukken.
Marcie

Mariee Sioux Live
AB - Brussel - ma. 23 feb. 2009