|
||||||||
|
Al geruime tijd behoort James Brandon Lewis tot een van mijn absoluut favoriete saxofonisten en dan vooral in de bezetting met Aruán Ortiz (piano), Brad Jones (contrabas) en Chad Taylor (drums). In deze bezetting is dit de zevende cd van James Brandon Lewis, het is dan ook geen wonder dat er hier sprake is van een super geoliede muzikale machine ! Lewis maakte zijn professionele debuut in 2010, hij heeft bewezen dat hij een doortastende sterke persoonlijkheid is, maar “Omni” mag wel zijn meest persoonlijke verklaring zijn tot nu toe. “Omni” is een samenvatting van drie geloven over de hele wereld vertaald in de titels “Omniscient“ (alwetend), “Omnipotent” (krachtig) en “Omnipresent”(een energie die overal verschijnt op dezelfde tijd). Mocht dit allemaal te zweverig overkomen, vergeet het en luister naar de indrukwekkende muziek. Het album opent met het nogal plechtstatige “Omnipotent”, een solo van James die naadloos overloopt in “The Sermon” waarin het hele kwartet is te horen. Bij beluistering is goed te horen wat een fantastische saxofonist deze James Brandon Lewis wel is. Krachtige uithalen, Ayleriaanse licks in combinatie met lyrische momenten. Daarna is het de beurt aan Aruán Ortiz op piano en drummeer Chad Taylor om de spanning verder op te voeren, geweldig. Ook in “Fire in my bones” is het raak, in een razend tempo gaan Ortiz en Lewis een duel aan waarna de rust weerkeert en rustige klanken de boventoon voeren. “Testify” klinkt als een soort van smeekbede met gierende uithalen van Lewis en een indrukwekkende solo van Ortiz, een spannende compositie met veel verve vertolkt door dit superieure kwartet. Daarna volgt “Omniscient” een rustig, bijna melancholiek muziekstuk met fraai basspel van Brad Jones. “Call the worship” is weer een spiritueel gebeuren met opnieuw een spannende solo van Lewis. “Line upon line” is opnieuw een uitgelezen vehikel voor de Ayleriaanse uitbarstingen van Lewis. “Spirit of the living god” begint met gedreven drummen van Taylor en gedragen klanken van Lewis, in deze sfeervolle compositie hoor ik toch ook duidelijk de invloed van ene John Coltrane in het spel van Lewis. Het is het langste stuk (ruim 10 minuten) op dit album en een van de meest beklijvende, vooral het laatste gedeelte met opzwepend drumspel maakt dit tot een van de hoogtepunten op dit album. Het album wordt afgesloten met “Omnipresent”, een serene ballade met romantische klanken van zowel Ortiz als Lewis die hier laat horen hoeveel verschillende sferen hij kan oproepen met zijn saxofoonspel. Een waar juweel dit album ! Jan van Leersum. |
|||||||