|
||||||||
|
De eerste bebop opnames uit 1945 klonken nogal revolutionair voor de luisteraars van swing jazzmuziek. Maar zelfs toen de bebop van Charlie Parker en Dizzy Gillespie hun publiek vonden waren er andere modernisten die gelijkwaardige moderne jazz maakten, denk aan Thelonius Monk en Lennie Tristano (1919-1978). Tristano was het middelpunt van een kleine groep waaronder een paar van zijn “leerlingen” zoals de saxofonisten Lee Konitz (1927-2020) en Warne Marsh (1927-1987). Ik heb ze beiden zien optreden waarbij vooral het concert van Marsh in een bioscoopzaal tijdens een van de eerste Northsea festivals me nog goed bijstaat, fantastische muziek. Zoals de titel reeds aangeeft is dit al het vierde album van Rasmussen dat is gewijd aan de muziek van Tristano en zijn volgelingen zoals saxofonist Ted Brown (1927) wiens “Jazz of two cities” dit album opent. “Quintessence” is van de Engelse pianist Ronnie Ball (1927-1984) ook een van de volgelingen van Tristano, van Tristano zelf staan er geen composities op dit album die staan op eerdere delen van school of Tristano. We vinden ook vier composities van Lee Konitz op dit album evenals vier van Rasmussen. Hij wordt bijgestaan door gitarist Nate Bradley, bassist Dave Ambrosio en drummer Mark Ferber, allemaal Amerikanen. Om weer in de sfeer te komen van de Cool jazz of West- Coast jazz zoals de benamingen van deze jazzsoort die indertijd rond gingen, heb ik weer eens wat muziek gedraaid van de grootheden uit die tijd zoals Warne Marsh en Lee Konitz , een genot om naar te luisteren, vooral de triple cd van Lee Konitz “Motion” was weer een feest om te beluisteren. Mede hierdoor valt het beluisteren van “school of tristano 4” wel tegen, het mist het enthousiasme en de inzet van de originele muziek uit de jaren ’60. Helemaal niet verkeerd deze terugblik op de “Cool Jazz” uit die tijd maar kwalitatief kan de muziek van Eric Rasmussen echt niet wedijveren met zijn idolen van weleer, het mist de spanning en inventiviteit van de originele albums . Jan van Leersum
|
|||||||