JOSH CHRISTINA - INSTINCTS

Hij ziet er nog altijd piepjong uit, deze zanger en pianist uit Baltimore, Maryland en toch is hij al ruim vijftien jaar met muziek bezig. Hij is er dan ook op tijd aan begonnen en het feid dat z’n vader een drummer is en z’n moeder zangeres, zal ook wel meegeholpen hebben bij het detecteren van muzikaal talent bij de heel jonge Josh, die de microbe te pakken kreeg, toen hij voor het eerst Elvis Presley hoorde. Muziekles vanaf z’n zesde, een Blues Brothers-imitatiegroepje op z’n achtste…het waren de prilste stappen van de muzikant, die nauwelijks afgestudeerd, aan zijn eerste plaat, “Man from Another Time” begon te werken. Die bevatte de gebruikelijke mix van pril eigen werk en covers van songs, die hun nut en klasse al bewezen hadden.

Met z’n tweede plaat, “Good Old Love” mocht het al iets groter: Josh was namelijk bij Kent Wells in de kijker gelopen en die mens heeft bijvoorbeeld met Dolly Parton gewerkt. Onder zijn leiding kwam er dus die tweede plaat en die opende dan weer de eerste internationale deuren: radiostations begonnen zijn songs ook in Europa te draaien en de deerste TV-optredens, vooral in de U.K., waren er het gevolg van.

Vandaag is er dus plaat nummer 3 en zodra je die opzet, word je als het ware teruggecatapulteerd in de tijd. Je waant je in de late jaren ’50, maar dan wel met een klankkwaliteit van vandaag. De geest van Presley waart de hele tijd rond op deze plaat, maar net zo goed hoor je nauwelijks verholen echo’s van Jerry Lee Lewis, Little Richard en Chuck Berry. De hoogtijdagen van de rock ’n’ roll, dus. Muziek uit een tijd, waarin velen van ons nog niet eens geboren waren, maar waar we met z’n allen retroactief zijn gaan van houden.

Als Josh rockt, dan kun je onmogelijk stil blijven zitten, maar als hijzelf het tempo laat zakken, dan wordt je aandacht als vanzelf naar de zang en de tekst van een nummer als “Blasted in the Basement”, ooit de titeltrack van een Bill Danoff-plaat van een tiental jaar geleden. Bill Danoff…jawel, de mens die John Denver van “Take Me Home, Country Roads” voorzag en sindsdien eigenlijk niet meer hoeft te werken, maar dit terzijde: de manier waarop Josh Christina dit nummer aanpakt, is zonder meer indrukwekkend. Het is overigens de enige cover van de plaat, met uitzondering van de afsluitende “Rock and Roll Medley” na. Daarin zitten war weer alle bovengenoemde grote namen op een kluitje bijeen en dat nummer geeft een goed idee van wat een Josh Christine-concert live kan betekenen.

Voor het overige dus allemaal eigen nummers, sommige geschreven in samenwerking met co-producer Jon Carrol, ook bekend van zijn werk met Mary Chapin-Carpenter en John McCutcheon. De productie is glashelder en je hoort aan alles dat er bijzonder hard aan de harmonieën gewerkt is. Nog even vermelden dat Booker T & the MG’s-drummer Steve Potts de hele plaat lang de vellen beroert en dat je, als je de plaat wil gaan beluisteren, best begint bij het heerlijke “Spic & Span”. Al is dat laatste maar mijn persoonlijke mening….

(Dani Heyvaert)


Artiest info
Website  
 

CD Baby

video