DELGRES - MO JODI

Debuutplaat van een hoogst origineel Frans trio rond gitarist Pascal Danaë. Deze stergitarist, die optrok en optrad met Morcheeba, Youssou N’Dour en Peter Gabriël, was het op een bepaald moment grondig beu “een miljoen noten per seconde” te moeten spelen en hij stapte uit het circuit, om in Amsterdam te gaan herbronnen. Daar botste hij toevallig op een oude en goedkope dobro-gitaar en dat leverde meteen een geweldige klik op: Danaë ontdekte dat de klank van zijn dobro heel goed samenging met die van het Creools, dat hij had geërfd van zijn familie, die in Guadaloupe leefde en hij ging dus nummers schrijven in dat Creools en zocht gezelschap om die “nieuwe” muziek mee vorm te geven. Zo kwam hij uit bij drummer Baptiste Brondy en sousafoonspeler Rafgee, twee Franse bleekscheten die zijn zwarte ziel perfect bleken aan te voelen. De bandnaam vonden ze bij Louis Delgrès, een militair, die heel lang in het leger van Napoleon had gediend, maar die zich uiteindelijk tegen de keizer keerde, toen hij vaststelde dat die plannen had om in de zogeheten overzeese gebieden de slavernij opnieuw in te voeren. Toen bleek dat Delgrès en zijn vierhonderd medestanders het nooit zouden kunnen halen van de overmacht van het Franse leger, deden ze iets heel bijzonders: ze bliezen zichzelf collectief op in een munitiedepot, in een ultieme poging om zoveel mogelijk slachtoffers te maken bij dat Franse leger. Bijzonder….

Dat adjectief gaat ook op voor de muziek op deze debuutplaat: het trio speelt al ruim acht jaar samen en heeft zich een taal eigengemaakt, die weliswaar heel veel van de oude Deltablues geleend heeft, maar tegelijk uit funk, soul en Afrobeat put en dat leidt tot een heel smakelijke Creoolse stoofpot. Bij opener “Respecte Nou”, kun je niet anders dan aan Howlin’ Wolf denken, terwijl “Mr. President” onmiskenbare glamrock-kenmerken vertoont en “Sere Mwen Pli Fo” (“Serre-moi plus fort” ofte “pak me ’ns stevig vast”) een ballad-met-Afrobeat-inslag is, waarop Morcheeba-zangeres Skye Edwards een heel mooie duetpartij inzingt. “Vivre Sur La Route” kent dan weer een Manu Chao-ritme, maar blijft vooral hangen vanwege de heel fijne trompetpartij van Rafgee, terwijl je met “Can’t Let You Go” en “Anko” heel diep in de Delta terecht komt en “Ti Manmzel” met zijn electronica heel funky klinkt. Het allermooiste nummer van de plaat vind ik “Ramene Mwen”, een song vol heimwee naar het land van de voorvaderen: heel knappe ritmes, recht uit New Orleans geïmporteerd, waarboven de gitaar heerlijke dingen doet en de stem van Danaë mooi in dialoog gaat met de sousafoon/trombone/trompet lijnen van Rafgee.

Bij “”Chak Jou Bon Dié Fè” kan ik bezwaarlijk om de invloed van Peter Gabriël heen en afsluiter “”Pardoné Mwen” klinkt op en top Afrikaans, zelfs in het instrumentale “post scritum”, zodat je met recht en reden kunt zeggen dat Delgrès je drie kwartier lang meeneemt op een soort reis rond de wereld, die je van West-Europa via New Orleans naar Guadeloupe en Afrika voert. Dat een en ander muzikaal erg knap vertaald wordt, is alleen maar meegenomen en wie een beetje moeite doet, ontwaart al snel de boodschap van opstandigheid, die doorheen veel van de teksten dwaalt. Geen idee of u al een ticket heeft voor het concert dat het trio op 11 december in de AB speelt, maar zelf heb ik er toch al eentje aangeschaft: deze plaat is namelijk erg knap en dus moeten we dit trio live gaan bekijken, zo simpel is het.

(Dani Heyvaert)

 

 

11 dec 2018 - AB Brussel

 


Artiest info
Website  
 

Label: Jazz Village
distr.: PIAS

video