THE EQUATORIAL GROUP - APRICITY

Van de kust van het Engelse Sussex komt dit vijfkoppige gezelschap, dat, na het gebruikelijke stel EP’s en een minder gebruikelijke live-plaat nu met een heus studiodebuut komt aanzetten. Het vijftal bestaat uit de dames Helen Weeks (pedal steel, gitaar en zang) en Teresa Fox (toetsen en zang en de heren Dave Davies (gitaar en zang) en de broers Andy (bas en zang) en Mike Tourle (drums). Hun naam hebben ze van een complex van gebouwen en installaties, die allemaal rond astronomie draaien en die gevestigd zijn in Herstmonceux, Sussex, en waar zowel Helen als Bradford Gross, een vroegere drummer van de band, ooit tewerkgesteld waren.

Waar, in een eerste fase, de band alleen het vrouwelijke duo omvatte en Helen de songwriter van dienst was, breidde dat duo uit tot een vijftal, waarbinnen ook Dave songs aan te dragen en vandaag schrijven beiden samen het leeuwendeel van de nummers samen. Die songs, waarvan er tien op deze plaat staan, handelen, zoals het hoort en verwacht kan worden, over relaties -hun ontstaan, hun verloop en hun eindigheid-, over verwondering, warmte -de CD ontleent zijn titel aan een Latijns woord dat “door de zon verwarmd” betekent-, optimisme en over het vermogen en de nood om recht te krabbelen en opnieuw te beginnen.

Opener “Lights Shine” is er zo eentje: de song blijkt één van de oudste schrijfselen van Helen te zijn en het bekijkt een stamelende, stotterende relatie van binnen én van buitenaf, maar op een tijdstip dat geen van beide hoofdpersonages zich al bewust is van de nakende implosie. Heel knap geformuleerd en daar zit een van de grote aantrekkingspolen van deze plaat: ze is akelig raak geformuleerd.

Tweede sterk punt is de muzikale aankleding van de songs: heel vaak lijkt die op wat we wel eens ”geluidslandschappen” durven te noemen: meer sfeer dan echte melodie, maat bij TEG wordt dat, in heuse Cowboy Junkies-stijl uitgewerkt tot ragfijne composities, waarin de pedal steelgitaar weliswaar een prominente rol toebedeeld krijgt, maar ook ruimte gemaakt wordt voor heerlijke samenzang , aanzwellende orgeltonen, een gitaar, die al eens mag scheuren. De ijzersterke ritmetandem is daarbij cruciaal: op het eerste gehoor klinkt het allemaal erg simpel, maar wie nader luistert, hoort geraffineerde baslijnen en subtiele ritmepatronen, die het voor de overige muzikanten erg comfortabel maken.

Om even op de songs terug te komen: “Toy Shark” en “Motorbikes” handelen over kapotte relaties, maar dan bekeken vanaf het tijdstip waarop het stof al min of meer is gaan liggen. “Juggernauts” klinkt zo eenvoudig als maar kan, maar graaft wel behoorlijk diep, met als mijn favoriet “Surrogate Funeral”, dat als het eerst het beste Magic Numbers-popdeuntje begint, maar de zang maakt dat die song zwaar onder je vel kruipt, net als het huppelende en afsluitende “Sometime in Spring”, dat alles in huis heeft om een radiohit te worden. Bijzonder knappe plaat is dit, zeker weten. En een band om in de gaten te houden!

(Dani Heyvaert)


Artiest info
Website  
 

video