TRACK DOGS - KANSAS CITY OUT GROOVE

Hun naam ontlenen ze aan de schoonmaakploegen die de New Yorkse metro proper houden: die mensen, die uit het zicht van zowat iedereen werkzaam zijn, moeten goed voor zichzelf en voor elkaar zorgen en uit die vaststelling kwam het idee voor de bandnaam van deze vier in Madrid gehuisveste expats. Twee Ieren, een Engelsman en een Amerikaan…het lijkt op het begin van een niet erg grappige mop, maar het is wel het begin van deze band: Garrett Wall, Robbie K. Jones, Howard Brown en Dave Mooney spoelden allemaal in Madrid aan en, zoals dat gaat met muzikanten, kwamen elkaar in 2011 op café tegen. De een bleek een verleden te hebben in bluegrass, de ander in latino muziek en allemaal hadden ze wat met folk.

Eén en ander werd bijeengebracht en het vervolg laat zich raden: er kwam een nieuwe groep uit voort, die niet meteen voor een klassieke opstelling koos, maar resoluut voor een ongewone aanpak koos: akoestische gitaar, ukelele, cajón, banjo, vibrafoon, mandoline, bas en…trompet, dat waren en zijn de instrumenten waarvan de vier heren zich bedienen. Dàt en vier geweldige stemmen, die bijzonder goed bij elkaar passen en vele genres blijken aan te kunnen, zoals blijkt uit deze “Kansas City Out Groove”, hun vierde plaat, die haar titel dankt aan de uitnodiging, die de heren vorig jaar ontvingen om te gaan spelen op Folk Alliance International, zowat de hoogmis voor al wat met akoestische muziek bezig is.

Die is, met haar speelduur van nauwelijks 37 minuten, eerder kort van stof, maar de elf songs bieden wel voldoende inzicht in wat de band voorstelt. Ik beken dat ik de heren nooit eerder gehoord had en dus ook niks kan zeggen over een mogelijke evolutie in hun muzikale boterham. Ik ben dus “gedoemd” om mij te houden wat ik hier hoor en dat is een leuke smeltkroes van stijlen, die één ding gemeen hebben: de groove. Deze plaat laat je als luisteraar nauwelijks de tijd of de kans om onderweg af te haken en dat is grotendeels te danken aan het gevarieerde aanbod aan songs, die aangeven hoe bijzonder de samenzang van de vier is, over alle genregrenzen heen.

Opener “The Deep End” drijft op een trompet-en-gitaar riff, die van Amparanoia of, beter nog, van Rupa & The April Fishes, had kunnen zijn. Sommigen zullen hier wel echo’s van Calexico in horen, maar dit heeft niet die woestijnbijklank, die je daar wel hebt. Aanstekelijke song om de debatten te openen, die nauwelijks uitgestorven is, als “Dead to Rights” losbreekt met zijn ukelele begeleiding en zijn CSNY-vocalen in een heel mooi lied over spijt, het meest nutteloze van alle gevoelens. Voor “Gonna Get My Way” krijgen de vier de hulp van hun vrienden van The Barefoot Movement ui Nashville, die met hen een opzwepende bluegrass-met-punkattack neerzetten, gekenmerkt door razendsnelle loopjes op mandoline en gitaar. Die drie song samen vormen eigenlijk de introductie tot de “body” van de plaat, die opent met het Morricone-fluitje in “Everything Went South” en zijn hoogtepunt kent -volgens mij althans- met het rustige “A Lucky Man In Kansas City”.

Vind ik de andere tracks dan niet goed? Integendeel, maar nummers als “Find Me a Rose” od “Papa Joe” zijn toch eerder uitnodigingen om de band ooit eens live te gaan bekijken, wat ik maar wat graag zou doen, als de gelegenheid zich voordeed. Feestje gegarandeerd, maar voorlopig moeten we het hier stellen -allerminst tegen onze zin, trouwens- met deze zomerse plaat, die uitermate welkom is om uw en mijn wat kouwelijke lentedagen op te fleuren.

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Label: Mondegreen Records

video