GERRY SPEHAR - ANGER MANAGEMENT

Exact een jaar geleden had ik het immense genoegen mijn licht te mogen laten schijnen over “I Hold Gravity”, de comeback-plaat, na dertig jaar afwezigheid, van Gerry Spehar uit Grand Junction, Colorado en ik was daar, op z’n zachtst gezegd, nogal enthousiast over. Vandaag is er dus al een opvolger en dat die er al zo snel komt, heeft zo z’n redenen: Gerry verloor in de laatste dagen van de afwerking van de vorige plaat zijn echtgenote en daarenboven werd in de States een kerel tot president verkozen, waarvan we met z’n allen dachten dat hij het niet zou worden en nu, na anderhalf jaar presidentschap alom kunnen zien wat hij er van gaat bakken.

Beide gebeurtenissen waren voor Gerry nogal ingrijpend en hij kroop in z’n pen om een dozijn songs later met een plaat voor de dag te komen, waarop hij met z’n woede in het reine tracht te komen en de boodschap probeert uit te dragen dat we met z’n allen op deze planeet samen verder moeten, hoezeer we ook van elkaar verschillen. De plaat wordt opgedragen aan Woody Guthrie en aan overleden echtgenote Susan: de eerste, omdat hij dé stem bij uitstek was van diegenen die anders niet gehoord werden. De tweede, omdat ze hem een leven lang bleef steunen en liefhebben. Dat mag een beetje melig klinken, maar je hoeft maar één keer naar deze krachtige plaat te luisteren om de eerlijkheid te voélen.

Net als bij de vorige plaat kwamen de vrienden van I See Hawks in L.A. een handje meehelpen om , met andere toppers als Rick Shea en Brantley Kearns, de op muziek gezette woede van Gerry in goede banen te leiden en vanaf opener “Thank You Donald” merk je dat dat goed komt: op heel fijne, Prine-achtige wijze, bedankt Gerry de oranjeharige nitwit uit het Witte Huis, omdat die, door wie hij is en waar hij voor staat, zin geeft aan het leven van mensen als Gerry, die nodig zijn en blijven, al was het maar om op gezette tijden een “welgemeende fuck you” zijn richting uit te sturen.

Het is niet de enige song, waarin Het GeTrumpte aangesproken wordt: in “Bitch Heaven” wordt het waargebeurde verhaal gedaan van Woody’s ontmoeting met de vader van de man-wiens-naam-ik-niet-ga-noemen. De titel “Freedom to Grab” zegt in ware Randy Newman-stijl ongeveer alles wat over “respectvol omgaan met vrouwen” gangbaar blijkt in bepaalde omgevingen. Afsluiter “What Would Jesus Do?” is wat mij betreft het allerknapste nummer van de hele plaat en vertelt over de wereldvreemde godsdienstwaan, waar sommigen aan lijden en die alle mogelijke crapuleuze daden van de mens met een pseudo-religieus sausje overgieten, om ze toch maar aannemelijk te maken. Straffe tekst die, enkel door één akoestische gitaar begeleid, een geweldig krachtige song wordt.

Daarmee had ik het nog alleen maar over de nummers die rechtstreeks in verband staan met de goudkleurige gek en dat zou onrecht aandoen aan ander moois als “Son of an Immigrant” -problematiek is overduidelijk- of “Pearl Harbor”. Ook een oudere president wordt door de mangel gehaald: Lyndon Johnson wordt opgevoerd in “Carnival” en waar “Except for the Bomb” over gaat, laat zich ook raden…

Dit is dus, samengevat, een ouderwetse maar hedendaagse protestplaat geworden, verpakt in catchy Americana en drijvend op lyrics van zeldzaam hoog niveau. Beluister deze plaat vlak voor en vlak na de “The Prodigal Son” van Ry Cooder en je bent weer helemaal mee: er is nog hoop voor the U.S. of A.!

(Dani Heyvaert)

 

 

 


Artiest info
Website  
 

CD Baby

video