PATRICK SWEANY - ANCIENT NOISE

Patrick Sweany is een klassemuzikant, van de onopvallende soort, want zoals een goede, langgerijpte whisky nooit gaat vervelen en met de jaren alleen maar beter wordt, zo is het ook met de doorleefde mix van rock, soul, swamp en blues van deze uit Ohio afkomstige Amerikaanse singer-songwriter, die inmiddels bijna twintig jaar platen maakt die allemaal ongeveer hetzelfde klinken, maar ook allemaal een onuitwisbare indruk maken. Dit geldt ook weer voor zijn nieuwe plaat "Ancient Noise", waarmee hij na het vorig album "Daytime Turned Into Nighttime" nu op de proppen komt. Patrick bracht zijn eerste opnamen als solo bluesman uit in 1999 met het album "I Wanna Tell You". Twee jaar later vormde hij een elektrisch trio met de naam The Patrick Sweany Band die steeds een roterende cast van gitaristen kenmerkte, waaronder de frontman van the Black Keys, Dan Auerbach, die ook zijn eerste 2 albums produceerde en met wie hij de concurrentie met diens muziek soms wel aangaat. Zijn album "Close To The Floor" (2013) was een uiterst sobere plaat, die grotendeels in het teken stond van het dramatische verlies van twee familieleden. 10 nummers live on tape gezet in een huis in Nashville. Soms solo, dan weer met de hulp van mensen uit de bands van Webb Wilder, Levon Helm en Lambchop. Qua geloofsbrieven kan dat tellen en dit leverde dan ook een album van pure schoonheid op. Op "Daytime Turned Into Nighttime" (2015) laat Sweany wederom horen dat hij een meester is in het aan elkaar smeden van de verschillende stijlen binnen het rootssegment, wat van dit album weer een heerlijk veelzijdige plaat maakte. Het was echt een plaat om verliefd op te worden en vervolgens nog heel lang te blijven. De vraag is, kan hij deze vorige albums overtreffen?

We kunnen dit best meteen verklappen, want al is deze plaat over het algemeen genomen even ingetogen, zijn muziek is meer gevarieerder en veelkleuriger geworden, voor ons de beste plaat van Patrick Sweany tot dusver en zal beslist snel in de Euro Americana Chart verschijnen, en meteen ook hoog scoren, want dat verdient deze plaat wel echt. Als de bluesfakkel aan de volgende generatie wordt doorgegeven, is dit wel door het werk van artiesten als Gary Clark Jr. en Patrick Sweany. Deze jongens, maar ook anderen, nemen de ruwe basis van de blues in zijn volle eerlijkheid over en verwerken dit in hun emotionele gitaarspel en zang. Dat levert, voor Clark, meer psychedelische muziek op en in Sweany's werk een meer gedurfde benadering van singer-songwriter. Zo getuigt hij in de ballad "Country Loving" aan zijn vrouw, en aan de klassieke muziek die hij liefheeft als hij zingt: "Turn on the songs of your dad’s and mom’s/ Those records man are really something." Verder zijn er in zijn songs subtiele verwijzingen naar het huidige politieke klimaat in de gospel getinte slide gitaar swamprocker "Old Time Ways" met de tekst "Used to be people cared when you told a lie … them old time ways ain’t coming back again." Het is niet verrassend dat we ook weer een flinke scheut soul horen op deze plaat, met name op het zoete en smakelijke "Play Around", waarin Sweany op zijn Memphis-uitstapje klinkt als Willy DeVille of Boz Scaggs, en samen met zijn nagalm gitaarspel is dit wel een hoogtepunt op deze plaat. Het knarsende "Outcast Blues" bezielt de hypnotiserende diepe Mississippi gumbo terwijl Sweany zingt over de frustratie bij het rechtzetten van een fout wanneer "Someone you don’t know, is trying to take your name and your job from you."

Begonnen als een traditionele akoestische Delta-zanger, heeft Sweany door de jaren geleidelijk aan country, R & B en rock 'n roll in zijn mix toegevoegd. Toch blijft uiteraard de doorleefde stem van Sweany, die soms klinkt als een zwarte bluesman, zijn bijzonderste kenmerk. Zo gaat het op de eerste single "Up and Down", een hulde aan bluesmonumenten als Howlin’ Wolf, er alleszins rauw aan toe. Maar persoonlijk hou ik meer van songs waarbij Sweany, Southern rock, swamp muziek en gothic soul met elkaar weet te verweven en denk ik aan songs als het New Orleans funky en ritmische "Cry of Amédé", waar Sweany die typische Lowell George’s soulvolle en grommende stem naar boven haalt. En dat Little Feat gevoel herhaalt zich gelukkig in meerdere nummers.....maar zijn toch 100% Patrick Sweany. Zijn liedjes zitten vol met blues- en soulinvloeden, zijn gitaarspel doet denken aan de legendarische Eddie Hinton, die hij naast Doug Sahm en Bobby ‘Blue’ Bland tot zijn helden rekent, en dat is te horen op dit rauwe in de Sam Phillips Recording Studios in Memphis opgenomen album. Samen met de Grammy winnende producer Matt Ross-Sprang bracht hij ex-Wilco drummer Ken Coomer, veteraan bassist Ted Pecchio (Chris Robinson Band, Susan Tedeschi, Shemekia Copeland) en de befaamde Al Green toetsenist Charles Hodges die ook op de meeste nummers speelt, naar deze studio's en het resultaat mag er zijn. Sweany speelt en zingt werkelijk verbluffend, maar ook zijn band en achtergrondvocalisten Susan Marshall en Reba Russell dragen in een aantal tracks nadrukkelijk bij aan het muzikale plezier, zodat de vertrouwde geluiden uit een ver verleden een nieuwe kleur krijgen en vooral deze plaat meer veelzijdiger maakt. "Ancient Noise", is zo’n plaat waarvoor je direct bij eerste beluistering al als een blok valt, maar de ware kracht van de songs van Sweany ontdek je pas wanneer je deze plaat vele malen hebt gehoord. Het is een plaat waarop eenvoud regeert, maar de uitwerking van de plaat is diep en veelkleurig.

 

 

Artiest info
Website  
 

Label: Nine Mile Records
Distr.: V2

video