BOB CORRITORE & FRIENDS – DON’T LET THE DEVIL RIDE

Bob Corritore nog voorstellen is misschien overbodig.  Als  mondharmonicaspeler van de ‘old- school’, radiomaker, producer en eigenaar van de befaamde Rhythm Room club in Phoenix, Arizona zorgt Corritore voor het in leven houden van de bluescultuur, en dit al bijna 40 jaar. De "Keeping The Blues Alive" award die hij in 2007 ontving was dan ook meer dan verdient. Ondertussen is Corritore al genomineerd voor vijf Blues Music Awards. "Don’t Let The Devil Ride" is het dertiende album van Corritore, hoewel hij op meer dan zeventig anderen verschijnt.

Als Bob twaalf is, hoort hij voor het eerst Muddy Waters op de radio. Dit feit verandert zijn leven. Nog geen jaar later, speelt hij al mondharmonica. Als hij op het middelbare school gymnasium zit, krijgt hij de kans om naar een optreden van Muddy Waters te gaan. Als tiener was hij vaak te vinden bij grote mondharmonicaspelers als 'Big' Walter Horton, 'Little' Mack Simmons, Louis Myers, Junior Wells, 'Big' John Wrencher en Carey Bell, van wie hij vaak tips en aanmoedigingen kreeg. Bob ging naar optredens van Howlin' Wolf, Billy “Boy” Arnold, John Brim, 'Sunnyland' Slim, 'Smokey' Smothers, Eddie Taylor, met wie hij vaak bevriend geraakte. Corritore werkte in de late jaren ’70 en begin jaren ’80 al samen met “Tail Dragger”, “Big Moose” Walker, Willie Buck, Louis & Dave Myers en Eddie Taylor.

In 1981 verhuist Bob naar Phoenix, Arizona. Daar speelt hij ruim een jaar lang samen met Louisiana Red, voordat Red naar Duitsland verhuist. Bob zit niet stil en werkt ook samen met 'Big' Pete Pearson, Buddy Reed, Tommy Dukes, 'Chief' Schabuttie Gilliame en Janiva Magness. In 1984 gaat Bob, naast zijn optredens en opnames, ook de ‘Those Lowdown Blues’, een blues radio show,  op KJZZ verzorgen. KJZZ is het vlaggenschip van de Nationale publieke omroep in Tempe, Phoenix, Arizona. Ze zenden uit vanaf de campus van het ‘Rio Salado College’, die als sinds 1985 de eigenaar is van het station.  In 1991 opent Bob zijn bekende blues en roots concert club, 'The Rhythm Room'. De club opent nieuwe perspectieven voor Bob. Hij nodigt er grote artiesten uit om samen met zijn band 'The Rhythm Room All-Stars', te komen optreden. Deze sessies zijn nu nog altijd beroemd. Als gasten ontving Bob in zijn club Bo Diddley, Little Milton, John Brim, Jimmy Rogers, Henry Gray, Pinetop Perkins, Henry Townsend, Honeyboy Edwards, Big Jack Johnson, Ike Turner, Smokey Wilson. Lil’ Ed, Willie 'Big Eyes' Smith, Nappy Brown, R.L. Burnside, Robert Lockwood, Jr., Sam Lay, Barbara Lynn en …

In 1999 brengt Bob zijn éérste album "All-Stars Blues Sessions" uit. Zijn (inter) nationale doorbraak komt er na optredens met Henry Gray, Louisiana Red en 'Big' Pete Pearson. In 2007 verklaart de burgemeester van Phoenix officieel, dat 29 september de 'Bob Corritore Day' wordt, om hem te eren voor al zijn muzikale bijdragen aan de Phoenix’ gemeenschap. In hetzelfde jaar ontvangt Bob ook de "Keeping The Blues Alive" award van de ‘Blues Foundation’. Bob's album "Travelin' The Dirt Road", dat hij in 2007 opnam met Dave Riley, is genomineerd voor een ‘Blues Music Award’. In 2008 werkt Bob samen met Pinetop Perkins, die met het album een Grammy®-nominatie haalt. In 2010 wint Bob met het album "Harmonica Blues" een ‘Blues Music Award’. In 2012 krijgt Bob in de categorie mondharmonica de ‘Living Blues Award en is hij de ‘Star Blues' Artist Of The Year’. Bob treedt regelmatig op met de 'Rhythm Room All-Stars'samen met Dave Riley, Louisiana Red, Henry Gray, Sam Lay, Tail Dragger, John Primer, Mud Morganfield, Diunna Greenleaf, Bob Margolin, “The Andy T/Nick Nixon Band”, “The Delta Groove Harp Blast” e.a.

Bob heeft meerdere albums op zijn eigen naam staan, maar dit zijn vaak compilatiealbums, die hij samen opnam met verschillende andere blues muzikanten, en zijn nieuwe album "Don’t Let The Devil Ride" is ook niet anders. Dit album is een verzameling nummers die zijn opgenomen tijdens sessies die zijn gehouden tussen 2014 en 2017.  Op deze 12 songs die niet eerder uitgebracht werden krijgt Corritore o.a. steun van tal van vocalisten, als Alabama Mike, Sugaray Rayford, Oscar Wilson, Willie Buck, Tail Dragger, Bill 'Howl-N-Madd' Perry en George Bowman. Maar ook horen we Henry Gray, Jimi 'Primetime' Smith, Junior Watson, Bob Welch, Rockin Johnny, Bob Stroger, Big Jon Atkinson en vele andere vrienden.

Het knappe Chicago bluesopeningsnummer "Went Home This Morning" is geschreven en gezongen door Willie Buck, die twee eigen albums op het Delmark label heeft. Corritore krijgt die hoge rouwerige klank uit zijn harp en wordt vergezeld door Big Jon Atkinson en Mojo Mark, op gitaren, Troy Sandow op bas en Brian Fahey aan de drums. Het boogiewoogie getinte "Tell Me Mama" van Little Walter wordt gezongen door Oscar Wilson, de frontman  van de The Cash Box Kings. Wilson zingt opnieuw op een originele Corritore track "Fork in The Road". Piano legende Henry Gray is op beide nummers te horen . Twee nummers zijn geschreven en gezongen door 'Sugarray' Rayford, op de blues slijper "The Glide" horen we gitarist Junior Watson, Fred Kaplan op piano, en als ritmesectie Kedar Roy op bas en Rene Beavers op drums.  Op "Steal Your Joy" komen de gitaristen Chris James en Mojo Mark, naast Patrick Rynn op bas en Fahey op drums aan het werk. "Laundromat Blues", voor het eerst opgenomen in 1984 door Albert King, wordt hier gezongen door Alabama Mike. Corritore speelt op een chromatische harp met Atkinson, Sandow, Dodson en Bob Welch op piano. Mike zingt opnieuw op de meer slow bluesnummers: het titelnummer "Do not Let The Devil Ride" en op "Blues Why You Worried Me?" met als gitarist Danny Michel. Het rockende "Lovey, Dovey, Lovey One" bevat Bob Welch, nu met fantastisch gitaarspel als Mike aanmoedigende woorden roept. "Willie Mae" is geschreven en gezongen door gitarist Bill 'Howl-N-Madd' Perry. Hij en Corritore worden op drums vergezeld door Malachi Johnson.  Op "I Was A Fool", geschreven en gezongen door George Bowman, bestaat Corritore's band uit Atkinson, Michel, Sandow en Fahey. Het afsluitende "Thundering and Raining" is van de in Chicago wonende zanger James Y. Jones, aka Taildragger. Corritore en Fahey worden hier vergezeld door gitaristen Rockin 'Johnny en Illinois Slim, Henry Gray op piano en Bob Stroger op bas.

Het helpt je uiteraard, als je kan rekenen op enkele prima backing muzikanten, want zomaar 26 muzikanten waaronder 10 gitaristen, 3 pianospelers, 6 zangers, 4 bassisten en 3 drummers, begeleiden allen op dit album Corritore met zijn krachtige mondharmonica licks. Hij is dan ook een mondharmonicaspeler, met een goede blaastechniek, maar ook iemand die heel genuanceerd kan fraseren. "Don’t Let The Devil Ride" is wederom een geweldige traditionele bluesopname met een frisse, gepassioneerde aanpak om het 'old school'-gevoel naar voren te brengen, terwijl het relevant blijft in het hedendaagse blueslandschap. Voor zowel de Chicago Blues als de rootsliefhebber een aanrader en dus alle reden om dit album aan te schaffen.

Artiest info
Website  
 

Label: Vizztone