‘NDIAZ - SON’ROD

Voor zover ik er zicht op heb -mijn platenkast weet niet alles- is dit de tweede plaat van dit Bretoense kwartet, na een titelloos debuut van een drietal jaar geleden. Het kwartet, dat zijn Youn Kamm (trompet, bugel en saxhoorn), Yann LeCorre (accordeon), Timothée Le Bour (sax) en Jérôme Kerihuel (percussie), mensen met intussen flink wat podiumjaren op de teller, die de voorbije vijftien jaar betrokken waren bij al wat te maken heeft met hedendaagse Bretoense muziek, waar een jazzy tintje aan zit.

Het was op het debuut al te horen en op deze tweede plaat krijgt het nog wat meer accent: deze heren houden van hun folkmuziek, maar ze zijn evenzeer bezeten door jazz en het resultaat van deze prettige besmetting is een soort fusie, zoals die vandaag ook bij onze Waalse landgenoten wel eens gemaakt wordt: veel lijkt geïmproviseerd, maar de muzikanten voelen en vullen elkaar dermate goed aan, dat je er donder kunt op zeggen dat dit muziek is, die door en door gerepeteerd en uitgeschreven is. Daar is niks mis mee, natuurlijk, op voorwaarde dat je als luisteraar niet het gevoel krijgt dat je naar technici zit te luisteren en niet naar muzikanten. Nu, daar hoeft u zich alvast geen zorgen over te maken: dit klinkt erg organisch en spontaan, als werd het terplekke bedacht en dat is bijzonder aangenaam, temeer omdat de vier perfect schijnen aan te voelen hoe ze moeten doseren.

Nergens krijg je het gevoel dat deze of gene muzikant de zaak wil domineren. Nee, deze mensen spelen echt samen en, als het dan zo mag zijn, dat dit allerminst strofe-refreintje-strofe-refreintje muziek is, toch krijg je op geen enkel moment het gevoel dat de steriliteit dreigt. Van dergelijke platen krijgt een mens nauwelijks genoeg: je hoort dat de muzikanten niet alleen meer dan uitstekend kunnen spelen, het plezier spat werkelijk uit de boxen, ok al omdat je voelt dat de muzikanten elkaar uitdagen en opjutten en ze zo tot hoogtepunten komen, waar menigeen jaloers mag op zijn.

Het meest treffende voorbeeld hiervan vind ik “Fevriesque”, een lang nummer dat rustig begint en drijft op een diepe, donkere tromtoon, waar de accordeon een basislaag overheen legt en de trompet omheen waaiert, daarin gevolgd door de sax. Zodra elkeen aan de beurt geweest is, beginnen de vier samen aan een collectief opgedreven volume te werken en wordt het stuk vanaf daar weer afgebouwd naar het bijna fluisterende niveau waarop het ook ingezet werd. De sax zet de uitleiding in met een werkelijk fenomenale solo, aangevuld met weer een trompetstuk en vervolledigd door de accordeon. Al die tijd blijft de trom onverstoorbaar doorgaan, als ware hij electronisch opgewekt. Vlak daarop volgt het erg folky, huppelende “Serelepe”, waarmee meteen de beide sterke kanten van het kwartet uitstekend in de verf gezet worden.

Natuurlijk, ik had net zo goed twee of drie andere titels kunnen citeren, want de 65 minuten van deze plaat hangen aan elkaar van dergelijke sterke momenten, en de hele plaat vliegt voorbij, alsof je naar een bijzonder goeie film zit te kijken. De muziek van het kwartet roept overigens als vanzelf beelden bij me op en ik mag haar dus “filmisch” noemen. Muziek voor ogen én oren…een mens moet soms met veel minder tevreden zijn… Geweldige plaat!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

label: Paker Prod
distr.: Xango

video