MARI KALKUN - ILMAMÕTSANC

Wie deze kolommen regelmatig leest, weet inmiddels dat er in Scandinavië best wel wat beweegt op muzikaal vlak. Gisteren nog waren we getuigen van een heel fijn concert van Maija Kauhanen -75 aanwezigen in Halle, niet meteen het epicentrum van de folkwereld, en behoorlijke CD verkoop achteraf- en vandaag mogen we enkele regels plegen over de nieuwe, derde soloplaat van de Estse Mari Kalkun, die we vooral kennen als frontvrouw van haar band Runorun, een jonge, door het keven getekende vrouw en bespeelster van de kannel, het zusterinstrument van de citer waar Kauhanen zo meesterlijk op musiceert en dat bij haar “kantele” heet.

Op deze nieuwe plaat, gaat Mari de heel persoonlijke toer op: de plaat handelt namelijk in grote mate over “het woud”, dat grote gegeven, waar Estlanders zozeer bij betrokken en mee geconfronteerd zijn en dat tegelijk de bron van veel angsten en het antwoord op veel problemen is. Mari zingt in het “Võru”, een heel grote regiotaal voor Esten, maar dan wel eentje waar verreweg de meesten onder ons geen jota van verstaan. Dat maakt dat wij het helemaal van de sfeerschepping moeten hebben en die is meer dan treffend: het zijn het lied, de zang en de spaarzame instrumentale begeleiding, die hier hun werk moeten doen. Dat lukt heel aardig, vanaf opener “Keelega-Meelega”, waarin de stemmen en de sobere citer de toon zetten. In “”Ngadei!” komen daar wat belletjes bij en meteen is de sfeer helemaal geschapen: je bent in het woud, dat mensen bang maakt en tegelijk rust geeft, vermits ze er bessen kunnen plukken, hout sprokkelen en wandelen. De plaattitel betekent “wereld” en voor Mari, die de plaat opnam in haar tot studio omgebouwde ouderlijk huis, dat letterlijk in het midden van de natuur staat, is de plaat noch min, noch meer de vertaling van wat mensen voelen, die dicht bij de natuur leven. Dat het milieu, de natuur, globalisatie, bescherming van kleine volkeren en dergelijke thema’s de plaat beheersen, lijkt dan ook niet meer dan logisch.

Nogmaals: ik beweer niet dat ik ook maar iets begrijp van alles wat Mari zingt, maar ik kan wel geraakt worden door haar stem, haar zang, de begeleiding en de sfeer, die van de plaat uitgaan. Als ik een erg eenvoudige melodie als die van Mõtsavele Mãng” hoor, dan kan ik me toch redelijk moeiteloos inleven in de leefwereld van de Est, die de nabijheid van de grote sovjet-buur niet altijd als heel geruststellend ervaart. “Laul Kahele”, wat “een lied voor twee” betekent, krijg je heel wat anders: dit is een liedje dat Maris schreef voor het huwelijk van twee vrienden, aan wie ze de raad geeft: “probeer een evenwicht te vinden tussen jezelf blijven en samenleven met een ander”. Dat zijn levenslessen, die in elke taal ter wereld dezelfde zijn. “Lãbi Katsa Kalamere”, ofte “Over de zeven wereldzeeën”, zegt dan weer dat je soms de wereld moet rondreizen om te ontdekken dat wat je de hele tijd zicht, simpelweg bij je thuis om de hoek te vinden was. “Lumeuni” is een song, die Mari schreef naar aanleiding van de dood van haar vader en waarin ze hem een goeie reis naar een vredevol verder leven wenst en afsluiter “Linda, Linda” is een liedje voor haar dochter, aan wie ze een veilige vlucht wenst. Heel knap nummer is dat, begeleid op harmonium en eindigend met een heel fijne blazerspartij, die weliswaar een beetje in contract staat tot de rest van de veeleer ingetogen plaat, maar die tegelijk heel fraai neerlegt.

U merkt het: Mari Kalkun is een vrouw, die midden in het leven staat en er mee bezig is. Dat ze dat op meer dan indringende muzikale wijze, is een extra troef. Dat wij er hier weinig van begrijpen, is geen probleem: mens zijn, of geliefde, of vader/moeder/zoon/dochter, het is overal ter wereld hetzelfde en misschien kunnen we wan elkaar wat leren om daar mee om te gaan. Heel mooie, pure, maar tegelijk voor Westerse oren ongewone folkplaat!

(Dani Heyvaert)

 

 

 


Artiest info
Website  
 

label: Nordic Notes

video