KING DALTON – THE THIRD

 


‘De plaat klinkt, na de vorige erg geslaagde worpen ‘King Dalton’ en ‘Thilda’,
nog hechter, nog meer organisch, nog rijker aan klankkleuren
en de songs die uit het proces oprezen, staan als een villa’

Met ‘The Third’ zet King Dalton een stap naar de hoogste divisie, waar een groep een eigen categorie vormt en een referentiekader wordt voor anderen. Eén waar in dit geval geen etiket op plakt, dat het genre omschrijft, behalve dan een adjectief: ‘opwindend’, misschien, of ‘weergaloos’. Misschien zijn ze over het enthousiasme zelf nog wel het meest verrast, omdat je daar tijdens het scheppingsproces niet mee bezig bent, en nog om een andere reden...

Er was een tijd dat er een patroon te bekennen was in de eerste releases van bands: het debuut bevatte het beste dat de band of artiest in jaren had bijeen gespaard, de tweede bevatte de restjes en mocht dus net even minder zijn dan de hopelijk succesrijke eerste. Die tweede verkocht dan zo wel. Met de ‘crucial third’ moest die groep of solist bewijzen, via echt nieuw materiaal, dat ze blijvers waren. De groepsdynamiek en de releasemethodes zijn intussen geëvolueerd dat je nog maar zelden zo’n schema kan toepassen. Het geldt al helemaal niet voor King Dalton. Toch staat het ons voor dat men wilde verwijzen naar een cruciale derde poging, al was het maar omdat de plaat in eerder moeilijke omstandigheden tot stand kwam. Niet zo moeilijk als het ontstaansproces van ‘Rumours’ van Fleetwood Mac in 1976 (dat was bepaald extreem), maar het ging naar verluidt toch niet van een leien dakje om ‘The Third’ tot stand te brengen.

Zes studio’s, naar verluidt in meerdere continenten, kwamen eraan te pas, waar men telkens kort maar krachtig een paar nummers onder handen nam. Het bleek immers niet mogelijk het vijftal langere tijd bijeen te brengen, omdat iedereen in andere bands of projecten verwikkeld zit, soms met uitgesproken succes. Pieter De Meester (zang, gitaar, saxen...) scoort internationaal met Stavroz, Jorunn Bauweraerts (zang, autoharp, percussie, orgel…) heeft nog steeds Laïs en ook de anderen zitten tot over hun oren in het werk. Die anderen zijn nog steeds Jonas De Meester (backings, gitaar…), Tomas De Smet (backings, staande en elektrische bas…) en Frederik Heuvinck (drums, percussie, sampling…) Zoals dat vaak is met bands leidt zoiets tot spanningen, op zich niets ongewoons.

Maar we hebben de indruk dat de Daltons dat spanningsveld, net als Fleetwood Mac in 1976-7 en vanzelfsprekend alle verhoudingen in acht genomen, positief hebben weten om te buigen. Wat potentieel een splijtzwam was, werd een uitgesproken sterkte: iedereen kent na ongeveer een decennium zijn stek, ideeën in de groep geworpen ketsen heen en weer, waar ze leiden tot een synthese. Al is dat soms een compromis, dan toch hoorbaar zonder de kantjes af te vijlen. ’The Third’ klinkt, na de vorige erg geslaagde worpen ‘King Dalton’ en ‘Thilda’, nog hechter, nog meer organisch, nog rijker aan klankkleuren en de songs die uit het proces oprezen, staan als een villa. Pieter levert de meeste van de tien songs aan, tekst en muziek. Jorunn bracht een paar keer de lyrics aan en met ‘Walking Wounded’ de hele song. Een paar keer staat de muziek gewoon op naam van King Dalton.

Maar dat heeft niet zoveel belang. Het eindresultaat is dat wel. ‘The Third’ voelt aan als het werk van een groep en vormt een totaalbeleving, het soort plaat dat je opzet zonder dat je er een song uitlicht, een die je in één flow beluistert. Natuurlijk denk je aan een heleboel bands die verscholen zouden kunnen zitten in de rijkgeschakeerde, gelaagde muziek van King Dalton, maar aan het eind hoor je enkel King Dalton. Die eigen categorie, niet? Het heeft niet veel zin om er nummers uit te lichten. Toch dit: ‘Damn My Luck‘ maakt gebruik van een straffe tekst, en die is van de hand van de frontman van Gentse indie rocktrots van late eighties en vroege nineties The Pink Flowers, Bruno Deneckere. Dat is geen toeval. Pieter: ‘Singer-songwriter Bruno Deneckere is de reden waarop ik op 17 jaar muziek ging spelen. Toen we onze eerste successen met AedO vergaarden, was Bruno de inspiratie om zelf nummers te gaan schrijven.’ Ze traden samen op, tot in Portugal toe, als we dat goed hebben. Aan die teksten is gewerkt. ‘Velvet Highway’ stevent zowaar af op een quote van Griekse pre-socratische filosoof Heraclitus van Ephese: ‘You can not jump twice into the same river for the water keeps on flowing’. Geen moeilijkdoenerij: het pas gewoon in de song. Organisch, zoals alles op ‘The Third’.

Het geeft te raden wat dit op het podium zal geven. Misschien komt het als een verrassing voor wie de laatste tijd in een Tesla rond de zon aan het cirkelen was, maar de anderen weten ongetwijfeld welke verschroeiende liveband King Dalton is. Naar aanleiding van Leffingeleuren 2015 stelden we vast dat ‘King Dalton is als een opgespannen stalen veer die zich in één keer ontspant’. Die spankracht hebben ze nu vertaald naar de studio(‘s). En live komt daar onbetwist nog een dimensie bij.

Antoine Légat.

 

 

Artiest info
Website  
 

label: Waste My Records

video