NAMVULA - QUIET REVOLUTIONS

Helemaal onbekend was Namvula niet bij ondergetekende: haar debuutplaat “Shiwezwa” van een jaar of drie geleden werd hier behoorlijk vaak gedraaid en dus was ik behoorlijk benieuwd naar wat de opvolger zou inhouden. Nu, dat blijkt in wezen niet geweldig veel te verschillen van dat debuut: Namvula Rennie, zoals ze voluit heet, blijft nog altijd de singer-songwriter met de glasheldere stem, die haar gitaar als voornaamste begeleiding gebruikt en op die manier heel mooie, zachte maar krachtige liedjes brengt.

Die liedjes zijn deze keer geïnspireerd door of gebaseerd op de verhalen of levens van vrouwen, die Namvula geholpen hebben om de vrouw te worden, die ze vandaag is. Dat kunnen “echte” vrouwen zijn (geweest), maar net zo goed figuren uit vertellingen die de Schots-Zambiaanse in haar kindertijd te horen kreeg. Zo is opener “Mbuya” een liefdesgedicht, opgedragen aan de grootmoeder, van wie Namvula de taal niet spreekt, maar die ze desondanks graag ziet. Een illustratie dus van de vaststelling dat “taal” grenzen kan doorbreken, maar tegelijk ook beperkingen kan opleggen.Diezelfde grootmoeder komt terug in het knappe uptempo “Njishe”: ze vertelde verhalen, die de kleine Namvula niet begreep, vanwege de taalbarrière en de zangeres vraagt in dit lied om haar die taal te leren.

“Zuba” is dan weer opgedragen aan een nichtje, aan wie ze de raad geeft zich vooral niks aan te trekken wat wat “de mensen” zeggen en haar eigen leven te leiden, met haar snoet in de zon. “Night Song” heeft het over een veel minder fraai aspect van “vrouw zijn”: dat lied handelt namelijk over een tienermoeder, die geen andere optie blijkt te hebben dan de prostitutie in te gaan om haar kind eten te kunnen geven.“Moto”, van een heel fraaie percussie-intro en funky ritme voorzien, heeft het over de schoonheid van De Vrouw en de enige niet-original van de plaat, “Nalile”, een Zambiaans volksliedje dat een klaagzang is over de mannelijke suprematie, werd door Namvula van een aanvulling voorzien, gebaseerd op Nina Simone’s Blackbird.

Ik vermeldde al dat de gitaar het voornaamste instrument in de begeleiding is, maar daarmee wil ik niet gezegd hebben dat er niks anders te beleven valt: er zitten bijvoorbeeld heel mooie saxpassages in “Kolomfula” en de percussie is, telkens als ze opduikt, van bijzonder hoog niveau. Een mooie plaat dus, met een immer actueel thema, dat benaderd wordt zonder enige prekerigheid. De meertalige zangpassages zijn voor mij een plus: het komt heus wel goed met die integratie en tenslotte nog dit: Namvula draagt de plaat op aan haar onlangs geboren zoontje, die haar de schoonheid van het moederschap leerde kennen. Veel vrouwelijker en mooier kan het niet meteen worden, toch? Dat de plaat een paar draaibeurten nodig heeft, alvorens ze zich onder je leden nestelt, getuigt dan weer van flinke diepgang en dus hebben we schoonheid, diepgang en vrouwelijkheid bij elkaar. Of waren dat sowieso al synoniemen?

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Bandcamp

label : Namvula Records
distr.: Xango

video