ELVIS – EEN EENZAAM LEVEN - RAY CONNOLLY (BOEK)

 

Veertig jaar na zijn sterfdatum op 16 augustus 1977 leven de mythes rond Elvis Presley nog steeds voort en proberen biografen het waarom van zijn succes en populariteit te ontrafelen. Zijn historisch belang voor de pop- en rockgeschiedenis is een feit, maar vele raadsels rond zijn leven, drijfveren en verlangens blijven in het duister gehuld. Ray Connolly’s lijvige biografie is een nieuwe poging om sommige geheimen te ontsluieren die een complexe persoonlijkheid als Elvis omhullen, met inbegrip van alle tegenstrijdigheden dienaangaande. De opgang en geleidelijke neergang van zijn carrière worden beschreven aan de hand van Elvis’ platenproductie, Tv-optredens en films, en de reacties daarop van de media en het publiek. De auteur/journalist begint zijn speurtocht van bij de geboorte van Elvis in Tupelo, Mississippi, enig kind, geliefd door zijn ouders en opgegroeid in een van de armere wijken in Mississippi. Het verhaal eindigt met diens dood in eenzaamheid, ondanks het entourage dat hem omringde.

De fascinatie voor de figuur en de muziek van Elvis Presley blijft tot vandaag onverminderd voortbestaan en gaat veel verder dan de adoratie van fans, die destijds in hun tienerjaren in de ban geraakten van een rockzanger die met zijn heupbewegingen suggestief de zinnen prikkelde. Ook bij de Britse auteur vind je diezelfde liefde terug voor een enigmatisch rockidool dat in zijn leven een grote rol speelde en die hij destijds mocht interviewen. Elvis beeltenis kon men aantreffen op foto’s, posters, het witte doek, op het Tv-scherm of in het journaal. Het is echter zijn muziek die hem boeiend en groot maakte en het zijn vooral die aspecten die in het boek een prominente plaats krijgen, naast de invloeden die zijn omgeving op hem uitoefende. De auteur maakt duidelijk hoe Elvis zich vanaf zijn eerste levensjaren vol zoog met wat hij op de straat, in de kerk, in de bioscoop en op de radio hoorde. Minstens twee derde van zijn collectie 78-toerenplaten die hij bijeen spaarde waren opnames van zwarte artiesten, die hem blijvend zouden inspireren. De rol die zijn moeder speelde, zijn verhuis naar Memphis, zijn eerste studio-opnames en muzikale doorbraak, zijn vrienden en eerste muziekmaten zijn slechts een voorafspiegeling om het fenomeen Elvis Presley beter te leren begrijpen.

Ruw geschetst kan men zeggen dat het boek, – dat meer dan veertig hoofdstukken omspant -, kan opgevat worden als een vijfluik met daarin de aanloop en opstart van zijn carrière als zanger -met eerste successen bij studiobaas Sam Philips-, zijn gloriejaren en platenproductie bij RCA, zijn doorbraak als filmacteur, de geleidelijke afbrokkeling van zijn succes, de comeback met uiteindelijke fysieke aftakeling. De datum 1956, waarin de figuur van ‘kolonel’ Tom Parker opduikt, markeert een belangrijk scharniermoment omwille van de nefaste rol die deze doorlopend zal spelen. Onderwijl verneem je veel over het privé-leven van de rockster, zijn eerste liefje, latere liefdes, zijn legerdienst, huwelijk en zijn omgang met zijn entourage, het publiek en de media. Tegelijk probeert de auteur ook een karakterschets weer te geven van een verwend maar onzeker moederskind, die bij gebrek aan een vertrouwenspersoon zijn lot dan maar in handen legde van een malafide manipulator als de ‘kolonel’, slechts uit op geldgewin. Dat Elvis zijn rijkdom probeerde te compenseren met vrijgevigheid verhinderde niet dat hij onachtzaam omging met latere blijken van genegenheid of liefde en dat zijn jaloersheid hem meer dan eens parten speelde.

Elvis Presley was nog geen 19 toen het succes hem overviel, zonder dat hij daartegen voldoende gewapend was. Wanneer je deze biografie leest, die gelukkig geen hagiografie is, dan valt het op dat Elvis in eerste instantie een gehoorzame jongen was die liefst wou zingen en zijn ouders financieel helpen. Wat hem later overkwam gebeurde allemaal in een stroomversnelling, zonder dat hij daar wezenlijk vat op kreeg. Het grootste drama daarbij is dat, ondanks zijn succes en populariteit, hij vaak niet ernstig werd genomen en zijn muziek soms zelfs belachelijk werd gemaakt. Zijn lichaamstaal, outfit, hang naar glitter maakte hem eerder amusant in de ogen van intelligentsia die een eigen visie hadden op muziek en hoe die moet klinken. Gaandeweg verloor hij alle greep op zijn eigen carrière, speelde in een dertigtal films waarvan hij soms zelfs het scenario niet had gelezen en greep meer en meer naar amfetamines en medicijnen, die hem door een arts ‘ruimhartig’ werden voorgeschreven. Gans het boek wordt inderdaad, zoals de titel zegt, het verhaal van een eenzaam leven ondanks alle rijkdom, de luxe van het landgoed ‘Graceland’ en zijn dienstwillige entourage, de ‘Memphis Mafia’ genoemd. Zelfs na de Beatlesmania bleef Elvis succes hebben. De tonaliteit van zijn stem en zijn ontwapenende inleving waren immers uitzonderlijk.

De auteur vertelt het verhaal met veel oog voor details, schildert een tijdsbeeld uit en zoekt verklaringen en antwoorden. Hij probeert de persoonlijkheid van Elvis te doorgronden en de redenen te achterhalen waarom Elvis zich zo afhankelijk opstelde tegenover zijn manager. Feit is dat Elvis nog een tiener was toen zijn blitzcarrière een aanvang nam en amper vijfentwintig toen hij de verantwoordelijkheid droeg voor een grote groep mensen: familie, muzikanten, vrienden, personeel en klaplopers. En toen zijn moeder stierf was er daarna wellicht niemand meer die nog echt van hem hield om wie hij was, een dromer en zanger die au serieux wilde worden genomen. De rockster stond er alleen voor en dat was ook zo bij zijn overlijden. De verdienste van de auteur is dat je doorlopend met hem begaan bent ook al is rockmuziek inmiddels geëvolueerd. Muziek is immers de kortste weg naar het hart. Elvis Presley’s hits, zijn ballades, rhythm-and-blues, hymnen, blues en gospels blijven in het collectieve geheugen bewaard en Connolly’s vlotte schrijfstijl maakt dat je deze biografie leest als een filmische roman over een in se tragische figuur.

Marcie

meer info

Artiest info
   
 

Uitgeverij: Thomas Rap