LULENDO - MWINDA

Je kunt je afvragen hoe het komt dat Lulendo, een Angolees, die ruim dertig jaar geleden zijn land ontvluchtte en in Parijs een behoorlijk succesvolle carrière als zanger en muzikant uitbouwde, hier bij ons niet meer bekendheid geniet. Nieuw in het vak is hij nochtans niet, aangezien deze “Mwinda” al minstens zijn vierde plaat is. Natuurlijk, het is alweer bijna tien jaar geleden, sinds de vorige, “Live Sessions” uitkwam, maar toch: ook “A Qui Profite Le Crime?” en “Angola bevatten voldoende moois om de man tenminste héél af en toe eens te draaien op onze radio. Lekker niet dus en een mens kan alleen maar hopen dat, nu hij voor zijn nieuwe plaat op de medewerking van niemand minder dan Tony Allen mocht rekenen, tenminste dié naam ergens een poortje naar wat airplay openzet. Daar geeft de kwaliteit van de elf songs op deze plaat hem alleszins recht op, naar mijn gevoel. Immers, Lulendo is een heel goeie zanger met een aangename stem -ik denk bij momenten aan Papa Wemba-, die zijn scholing kreeg in de kerkkoren van Luanda en je kunt eraan horen dat hij al heel lang goed geleerd heeft hoe je goed samen zingt.

Daarbij tel ik de gedrevenheid op van Lulendo-de-instrumentenbouwer, die zelf zijn likembe’s bouwt. Die naam, likembe, ook wel quissange genoemd, klinkt hier onbekend, maar eigenlijk is het de Angolese variant van de mbira of duimpiano en die wordt op deze plaat honderduit gebruikt.Dat mag misschien een beetje verwondering wekken, als je de naam van Tony Allen daarnaast afgedrukt ziet staan. Dan denk je immers altijd aan Afrobeat en dat is dan weer een genre, waar je niet meteen een traditioneel instrument als de duimpiano mee associeert. Lulendo doet dat dus wel en met erg goed gevolg: de elf songs wippen zonder remmingen heen en weer tussen de eerder traditionele aanpak en de meer rockende, op Afrobeat geïnspireerde arrangementen.

De onderwerpen van de liedjes zijn de klassiekers: beschouwingen over de mens en hoe hij in het leven staat (“Mwinda”, “Mamonambua”), de (onbereikbare) liefde (“Alabany”), de liefde voor Afrika (“Africa Meu Amor”, “Kuna Simu”), de politieke situatie in Angola en de instabiliteit van ’s mensen dagelijkse leven (“Zombo City”), het knotsgekke verkeer in Luanda (“No Ingaraffamento” -de verkeersopstopping; “Azul e Branco”) en Lulendo gebruikt drie talen om zijn boodschap over te brengen: zijn eigen dialect, het Portugees en af en toe een mondje Frans. Dat versterkt het “wereldgevoel” die de plaat uitstraalt, zo mogelijk nog feller dan de muzikale verpakking waarin een en ander gegoten is. Ook daar wordt traditie met moderniteit vermengd, dringen er, via de Afrobeat-toetsen, ook toefjes jazz binnen maar staat, vooral en bovenal, de glasheldere melodie centraal.

Lulendo beschikt overigens over een heel goed geoliede begeleidingsband, naar ik vermoed merendeels uit Franse muzikanten bestaand, maar de ontdekking van deze plaat is toch de meesterlijke gitarist Indy Dibongue. Geen idee waar die mens vandaan komt, maar zijn gitaarspel is de hele plaat lang ronduit subliem te noemen. Als ik dit allemaal teruglees, kan ik niet anders dan concluderen dat Lulendo een bijzonder knappe nieuwe plaat uit heeft. Waarvoor hij bij deze mijn grote dank toegestuurd krijgt!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
   
 

label : Buda Musique
distr.: Xango

video