ERIC WESTBURY - ATOMIC WILDERNESS

Nou, dàt was schrikken! “Burnt Tongues & Blue Truth”, de jongste plaat van Eric Westbury uit Canada’s British Columbia, komt hier in huis al tijden geregeld uit de kast, maar het is pas naar aanleiding van het verschijnen van de nieuwe CD, dat ik even bekeek wanneer die plaat uitkwam en toen trok ik zùlke ogen: van 2003 dateert ze. Dat is dus veertien jaar geleden…Het leek me logisch dat ik in de tussentijd een paar nieuwe platen gemist had, maar enige opzoeking leerde me al snel dat Eric in al die tussentijd geen enkele plaat uitbracht, maar zich, integendeel helemaal uit de muziek terugtrok en volop het plattelandsleven beleefde.

Veertien jaar, da’s een hele carrière in de muziek en dus kan ik mij inbeelden dat Eric wel een heel hoge nood en een grote drang moet gevoeld hebben om deze tien songs op te nemen en op de wereld los te laten. Groot verkoopsucces heeft hij allicht nooit beoogd en dat zal ook nu weer niet de doelstelling geweest zijn. Wel: de wereld laten weten dat hij er nog is en dat hij een kijk op de wereld en de wereldgebeurtenissen heeft.

“Atomic Wilderness” is dan ook een gruizige overpeinzing geworden over de rare tijden, die we beleven op sociaal, politiek en milieuvlak. Welja, als je na veertien jaar nog eens naar buiten treedt, kun je maar beter de hele scala ineens bespelen en tegelijk ook proberen consequent op te treden. Zo kun je de CD niet kopen via Spotify of i-Tunes, maar wel rechtstreeks bij Eric zelf, die vindt dat die grote platformen al meer dan genoeg geld verdiend hebben op de rug van artiesten.

Het sterke aan deze plaat-met-een-boodschap is toch dat Westbury er in slaagt de prekerigheid te vermijden: hij maakt zijn punt over de dingen, die hem treffen, maar vervalt nergens in zeurderigheid. Als hij in hij in “Tellin’ Signs” aanklaagt dat we met z’n allen onze planeet finaal naar de knoppen aan het helpen zijn, belet zulks hem niet dat te doen middels een erg aanstekelijke song, waarin tekst en muziek knap samengaan en de melodie de klacht enkel kracht bijzet.

Dan heb ik het, om te beginnen, over de afsluitende song gehad, maar nog niks gezegd over de negen nummers die daar aan voorafgaan en die aangevoerd worden door opener “The Cavalcade”, gevolgd door het nogal misantropisch getinte “My Kind of People (are getting hard to find), waarin een stompend ritme, geleverd door de gelegenheidsbas van Gurf Morlix, de banjo van Russell Bloom op sleeptouw neemt.

In “Stupid Answers to Stupid Questions” stelt Westbury zich “de grote vragen”: hoe komt het dat we, wel wetende dat we niet goed bezig zijn, toch gewoon verder blijven doen”. Wat maakt, met andere woorden, dat een intrinsiek goede mens, toch verkeerd handelt? “In The Court of Ravens” is heuse, old school alt. Country, waarin Eric op licht ironische wijze uiteenzet hoe je zelf een roofvogel kunt worden en in het prachtige “Here Lies Vera” met heerlijke fiddle van Denis Dufresne brengt hij het Katrina-drama in herinnering. Zoals we weten, heeft dat verhaal ook een politieke kant en ook die wordt door Westbury niet uit de weg gegaan. Hoogtepunt van de plaat, wat mij betreft, is “All Hail The Profiteers, een rechttoe-rechtaan rocker met een titel, die precies inhoudt wat hij belooft.

Eric Westbury is dus op volle sterkte terug met een plaat die aangeeft dat we allemaal veel te lang op zijn nieuwe werk hebben moeten wachten. Prima stuff is dit!

(Dani Heyvaert)

Artiest info
Website  
 

video