STOOMBOOT - ZWARTE DOOS

Stoomboot…da’s het schip van Niels Boutsen, de Leuvenaar -dat denk ik toch- die, blijkens zijn eerste twee platen, aan groot en klein liet horen dat je ook geweldige nummers kan maken in een taal, die het “kundegij” en “hebdegij”-niveau ettelijke keren overstijgt. Ironische, zelfrelativerende lyrics, gecombineerd met vlot in het oor liggende melodieën, gemaakt en (veelal) gespeeld op akoestische gitaar. Zoiets noemden we vroeger “kleinkunst”, maar sinds een tijdje klinkt dat als een scheldwoord, al begrijp ik niet meteen waarom. Maar soit, Stoomboot dus, heeft een derde plaat klaar en ondervond blijkbaar zelf dat het tijd was voor een kleine koerswijziging: de akoestische gitaar werd (haast) overboord gegooid en vervangen door een elektrisch exemplaar met, godbetert, een delaypedaal als extraatje.

In tegenstelling tot wat op de eerste twee platen gebeurde, werden de songs deze keer uitgewerkt met de band, zijnde bassist Mathias Moors en drummer Geert Mariën schreven mee en zijn aldus mee verantwoordelijk voor de deels steviger klinkende plaat. Een stuivertje extra werd aangeboden door vaste Mixer Luc Weytjens, die zijn klavieren aan het werk zette en op die manier de klank de kleuren van de voorbije seventies en eighties meegaf.

Zoals van een woordartiest als Niels Boutsen verwacht mag worden, strooit hij de hele plaat lang met de fraaiste verzen en over de teksten hoort u me dus niet klagen. Die teksten handelen over ’s mans eigen leven en belevenissen, zo lijkt het wel: “Eindelijk een Lief”, dat de plaat opent, mag daar een overduidelijk voorbeeld van heten:Niels is intussen met dat lief getrouwd en schrijft ook geen nummers meer over andere en niet bereikbare meisjes, gewoon omdat dat “eindelijk”-lief daar niet zo goed tegen kan. Ook “Niets wat breken kon”, “Ik dacht dat het de koffie was” en het van de radio bekende “Vrouwen bouwen” zijn door de verse mevrouw Stoomboot geïnspireerd.

Niels woonde of woont in Leuven in een buurt waar toeristen of studenten de ochtendrust wel eens verstoren met hun rollende reiskoffertjes, die we ook wel eens trolleys noemen, maar die vooral verschrikkelijk veel lawaai kunnen maken, met hun kleine wieltjes op de Leuvense kasseitjes. Daar kwam “Devervelendluidetrolleyblues” uit voort en dat is een fraai complementaire song met “Kamiel”, dat handelt over de tijd dat Niels in het Camilo Torres- huis in de Leuvense Brusselsestraat verbleef. Veel te kleine kamertjes met veel te dunne muurtjes, die nochtans net genoeg houvast boden aan jonge Niels, die weliswaar een beetje rusteloos van natuur was maar toch ook, zoals elk van ons, behoefte had aan een haven(tje) waar hij thuis kon komen. Dat hokje was de “zwarte doos” van de titel van deze plaat, die ik tekstueel weer geweldig vind.

Wat de muziekjes betreft, die de teksten begeleiden, ben ik iets minder enthousiast: ik hoor iets te vaak dezelfde aanzet, dezelfde toon, hetzelfde ritme en vooral iets te veel kopieerwerk: zowel Senne Guns’ “Goudvis” als Fixkes’ “kvraagetaan” en Buurman’s “God, Ik en Marion” stonden model voor méér dan één nummer en da’s jammer. Niet dat ik iets tegen genoemde songs heb, au contraire, maar dit had allemaal een veel strengere producer verdiend.

Dat neemt overigens weg dat er toch een paar ijzersterke nummers op de derde Stoomboot staan: “Eindelijk een Lief”, het funky “Vrouwen Bouwen”, “ Niets Wat Breken Kon” en het afsluitende “Kersentaart” hadden samen een nagenoeg perfecte ep kunnen vormen. Alle teksten samen kunnen zo in een poëziebundel, die ik met heel veel genoegen zou lezen, maar als geheel weegt deze CD mij te licht. Dat ligt natuurlijk voor een stuk aan mijn verwachtingen, maar die heeft Niels Boutsen wel zelf gecreëerd….

(Dani Heyvaert)

Artiest info
Website