ELI COOK - HIGH DOLLAR GOSPEL

We hadden het hier vroeger al wel een paar keer over deze wonderlijke gitarist uit Nelson County, Virginia, die je zonder enige overdrijving een “fenomeen” kunt noemen. Niet alleen kan hij op gitaar zowat alle spelen, wat je je maar kunt indenken, maar hij is ook in het bezit van een stemorgaan waarmee je zowel in de grunge rock als in de pure blues je mannetje kunt staan. Hij is met deze “High Dollar Gospel” aan zijn zevende plaat toe en die is, nog maar eens, een grote stap vooruit in de toch al behoorlijke carrière van een nog altijd maar 31-jarige jongeman. Toen hij 18 was, mocht hij openen voor B.B. King en gaandeweg geraakte hij net zo goed in de ban van pokerrock à la Robin Trower, als van het gitaar picken van Doc Watson en zijn stemgeluid houdt het midden tussen dat van Howlin’ Wolf en Chris Cornell.

Op deze nieuwe plaat horen we hem in trilformatie -hijzelf op allerhande snaarinstrumenten en met geprogrammeerde loops en beats, Petr Spaar op bas en Nathan Brown op drums- met elf nummers, waarvan acht door hemzelf geschreven zijn. De gozers van dienst zijn “Can’t Lose What You Never Had”, van de hand van Muddy Waters, dat een lang uitgesponnen, trage versie krijgt en een zangpartij, die ons ogenblikkelijk aan Ian Siegal deed denken. Er is ook “44. Blues” van Roosevelt Sykes maar vooral bekend van The Wolf, en “I’ll Be Your Baby Tonight”, jawel, die van Bob Dylan. Vooral Cook’s versie van die totaal niet aan blues te linken song, vind ik indrukwekkend aan deze plaat: de voordracht is compleet onverwacht en stukken trager dan het origineel, maar het werkt gigantisch goed. Ik vind dat je van veel songs van Dylan gewoon moet afblijven, maar ik denk dat de Nobelprijswinnaar zelf hier zeer gelukkig mee is. Cook bewijst namelijk dat hij zich de song méér dan een beetje eigen maakte.

Dat de eigen songs van Cook op deze plaat niet moeten onderdoen voor de nummers die al een halve eeuw hun deugdelijkheid bewezen hebben, is zowat het mooiste compliment dat ik kan bedenken. Dat kun je al horen vanaf opener “Trouble Maker”, een midtempo stompende blues, waarin de slide schittert en die heel organisch vervolgd wordt met “The Devil Finds Work”, een begeesterend nummer, dat na een kleine minuut openbarst en vervelt tot een solo gezongen gospel. In die songs zit het hele hebben en houden van Eli Cook. Of toch bijna: hij heeft ook een tedere, zachte, zelfs klagerige kant, die geëtaleerd wordt in onder andere “King of The Mountain”. De titel van de plaat betekent zoveel als “hoogwaardige gezangen. Dat dekt voor een groot deel de lading van deze heel fijne, innovatieve plaat, die duidelijk maakt dat Eli Cook stilaan maar zeker op weg is om een hele grote te worden.

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Label: C.R. 8 Records

video