TÉMÉ TAN - TÉMÉ TAN

Als het waar is dat “verba volant sed script manent”, dan mogen we hier erg blij zijn, want deze Brusselaar met meer dan internationale roots -hij heet eigenlijk Tanguy Haesevoets en groeide op tussen Congo en Brussel, reisde naar Japan en werd verliefd op Braziliaanse muziek- viel ons dikke twee jaar geleden al op, toen hij op Esperanzah! niet kreeg wat hij verdiende: het publiek raakte maar niet geboeid door zijn eclectische mix van groeven, loops en beats, hoewel de kwaliteit er toen al van afdroop.

Vandaag is er dus de debuutplaat en drie maanden geleden mochten we op datzelfde Esperanzah! de herkansing meemaken, die met glans en forfaitscore door Témé Tan binnengehaald werd; we waren nog maar eens onder de indruk van de manier waarop hij vanop het podium het publiek weet te bespelen en de vanzelfsprekendheid waarmee hij de Congotronix met samba en bossa nova vermengt en overgiet met de heerlijkste ritmes.

Dat de stem en de teksten daar als toetje bovenop mogen, nemen we graag mee, als we de CD voor het eerst in de speler schuiven en al meteen met “Améthys” geconfronteerd worden. Dat nummer is namelijk een publiekslieveling geworden, allicht mede opdat Tanguy er zijn eigen mama mee eert en een deel van zijn levensgeschiedenis uit de doeken doet op een manier, die we hier eigenlijk alleen van een Stromae kennen. Weinigen zouden wegkomen met zo’n minimale verpakking, maat Témé Tan slaagt er wonderwel in. Met “Ca Va Pas La Tête” wordt er radicaal op de dansspieren gemikt en worden Afrika en Brazilië naadloos aan elkaar gelast. Bij “Champion” ga je, ook omwille van de stemgelijkenis, onwillekeurig aan David Byrne denken en “Menteur” heeft alles, maar dan ook alles in huis om een regelrechte hit -op radio en in dansclubs- te worden.

Dat levert een bijzonder straf inleidend gedeelte van de plaat op: vier keer op een rij helemaal “prijs”, maar dat gemiddelde wordt helaas niet gehandhaafd. Ik vind “Coups de Griffe” een wat oppervlakkig uitgewerkte riff, waar best wat meer mee aangevangen had kunnen worden. Met “Ouvrir La Cage” lijkt Témé Tan een beetje tegen de beperkingen aan te lopen, van de formule waar hij vrijwillig voor gekozen heeft: er is hijzelf, zijn stem, zijn gitaar en zijn muziekdoosjes en dat blijkt niet altijd te werken, al wordt met “Le Ciel” en vooral “Matiti” opnieuw de weg naar omhoog ingeslagen en zijn “Sè Zwa Zo” en “Tatou Kité” intussen terecht via de radio meer dan een beetje gekende materie geworden.

Al met al is dit dus een heel veel belovende debuutplaat van eennorm boeiende figuur, waar we, zo denk ik, nog erg veel gaan van horen: hij heeft de gave van het componeren en vooral beschikt hij over een ijzeren wil. Zodra hij een weg gekozen heeft, moet je al van erg goeden huize zijn om hem daarvan af te brengen. Daar hou ik van en ik kan dan ook niet anders dan dit een erg fijn debuut noemen dat weliswaar nog niet perfect is, maar toch meer dan voldoende beloftes inhoudt om nu al uit te kijken naar de volgende toernee en de tweede plaat. Om Témé Tan in eigen land aan het werk te zien, zal je snel moeten zijn: er zijn nog concerten in Lukt en in Brussel, maar dat laatste blijk, wanneer ik deze regels intik, uitverkocht te zijn. Geen nood echter: 2018 wordt immers écht het jaar van Témé Tan !

(Dani Heyvaert)

 

29 nov. Botanique Brussel

 


Artiest info
   
 

Label: PIAS

video