TAJ MAHAL & KEB MO – TAJMO

 

 “ The long-anticipated collaborative album! “

Na meer dan veertig jaar wachten, is eindelijk de lang verwachtte samenwerking van Taj Mahal en Keb’ Mo’ een feit: ‘TajMo’ !

Henry Saint Clair Fredericks (Harlem, NY, °1942) aka Taj Mahal, is een Amerikaans blues muzikant, singer-songwriter en film componist. Taj Mahal verzorgde voor diverse films de muziek, of schreef er de muziek voor. Mahal gebruikt in zijn muziek vaak elementen uit de wereldmuziek. In zijn carrière heeft hij altijd geprobeerd om de definitie en visie van de blues te herzien. Hij reisde daarvoor de wereld rond. Mahal is een multi-instrumentalist. Taj Mahal bracht tussen 1968 en 2008 zo’n vijfentwintig studioalbums uit.

Henry groeit op in een muzikale familie. Zijn vader was een jazz pianist / componist en zijn moeder was een zangeres en lerares. Tijdens zijn jeugd verhuizen ze (omdat hun moeder, nadat hun vader verongelukt hertrouwt)  naar Springfield, Massachusetts. Door zelfstudie leert Fredericks meerdere instrumenten, waaronder piano, klarinet, harmonica, gitaar (die hij vond in de kast van zijn stiefvader) en bas gitaar. In 1964 haalt Fredericks een diploma landbouw aan de University of Massachusetts.

In een van de eerste bands waarin Fredericks speelt (The Rising Sons), speelt ook Ry Cooder. In 1968, bij het uitbrengen van een titelloos debuut album, neemt hij, na het verschijnen van een monnik in zijn dromen, de artiestennaam Taj Mahal aan. Kort daarna volgen de albums ‘The Natch'l Blues’ [1968] en ‘Giant Step’ [1969].

Mahal is gekend voor zijn muzikale ontdekkingstochten. Hij is gaan zoeken naar de roots van de muziekstijlen, waarbij zijn eigen Caraïbische en Afrika-Amerikaanse afkomst erg belangrijk is. Het nummer “West Indian Revelation" is hiervan een voorbeeld. In zijn muziek hoor je invloeden uit Zuid Azië, West en Oost Afrika en de Caraïben.

Solo bracht Taj Mahal dozijnen albums uit, waaronder ‘Happy to Be Just Like I Am’ [1971], ‘Music Fuh Ya' (Music Para Tu)’ [1977], ‘Taj’ [1987], ‘Dancing the Blues’ [1993] en ‘Mkutano’ [2005]. Mahal heeft ook samen gewerkt met verschillende andere artiesten en heeft albums voor kinderen uitgebracht op het Music for Little People label, zoals ‘Shake Sugaree’ [1988], ‘Peace Is the World Smiling’ [1989] en ‘Smilin' Island of Song’ [1992]. In 1976 huwt hij met Inshirah Geter en in de jaren ’80 verhuist hij naar Hawaii. De albums ‘Sacred Island’ [1998] en ‘Hanapepe Dream’ [2003] zijn een link met zijn nieuwe thuisland Hawaii.

Mahal is actief in de filmwereld. Hij acteerde in “Sounder” [1972] en “Sounder: Part Two” [1976]. Hij componeerde filmmuziek voor de film “Brothers” [1977] en “Mule Bone” [1991], van Langston Hughes & Zora Neale Hurston.

Taj Mahal won twee Grammy Awards met ‘Señor Blues’ [1997] en ‘Shoutin' in Key: Taj Mahal & the Phantom Blues Band Live’ [2000], telkens in de kategorie ‘Best Contemporary Blues Album. Met zijn album ‘Maestro’ [2008] vierde hij zijn veertig jaar als artiest, met meerdere gasten, waaronder Ben Harper, Ziggy Marley en Angélique Kidjo. In 2009 brengt hij ‘American Horizon’ uit, featuring Los Cenzontles en David Hidalgo (van Los Lobos).

Kevin R. Moore, a.k.a. Keb' Mo' (°1951) is een blues muzikant die drie keren een Amerikaanse Grammy Award won (met ‘Just Like You’ [1996], ‘Slow Down’ [1998] & ‘Keep It Simple’ [2004]). Moore is een singer-songwriter en multi-instrumentalist en is momenteel woonachtig in Nashville, TN, met zijn vrouw Robbie Brooks Moore en hun twee zonen (Kevin II & Carter). Moore kreeg zijn bijnaam Keb’ Mo’ van zijn eerste drummer Quentin Dennard. Deze naam werd later door zijn platen label overgenomen.

Kevin Moore startte zijn muzikale carrière als (steel) drummer en staande bassist in een calypso band. In de jaren ’70 en ’80 speelde hij in meerdere blues en backup bands. Zijn eerste opnames dateren van aanvang jaren ’70, toen Moore (toen 21) ingehuurd was door de R&B band Zulu. Deze band begeleidde blues violist “Papa” John Creach (1917-1994). Creach speelde van 1970 tot 1975 bij de psychedelische rock band Jefferson Airplane. Moore is te horen op vier van Creach’s albums: ‘Filthy!’ [1972], ‘Playing My Fiddle For You’ [1874] & ‘I'm The Fiddle Man’ [1975] en ‘Rock Father’ [1976]. Moore componeerde zijn eerste gouden single “Git Fiddler” in 1975, samen met John Creach. Het nummer is te vinden op het album ‘Red Octopus’ [1975] van Jefferson Starship (een andere band met ex Jefferson Airplane muzikanten, waar Creach ook in speelde).

Kevin Moore’s debuut ‘Rainmaker’ [1980], was niet erg succesvol. In de jaren ‘80 speelde Moore in de Whodunit Band, de band van Monk Higgins (de producer van Bobby "Blue" Bland) en werkte hij als songwriter voor A&M Records. Moore trad in 1990 op als delta blues muzikant en jamde met Albert Collins en Big Joe Turner. Moore was in die periode ook te zien in de theatervoorstelling “Rabbit Foot”. Sinds de jaren negentig gebruikt Moore het pseudoniem Keb' Mo', geïnspireerd door McKinley Morganfield (Muddy Waters) en Henry St. Clair Fredericks (Taj Mahal). In 1994 bracht Okeh Records (een sub label van Sony Music) zijn titelloos debuut solo album ‘Keb' Mo'’ uit. Het label deal kwam er met de hulp van Taj Mahal! Op dit album staan twee covers van Robert Johnson, "Come On In My Kitchen" en "Kind Hearted Woman Blues". Moore speelde de rol van Robert Johnson in de biografische speelfilm “Can't You Hear the Wind Howl?” uit 1996. In “The Blues”, een serie van Martin Scorsese, vertelt Keb' Mo', dat hij sterk beïnvloed is door Robert Johnson.

In 1996 brengt Mo’ zijn tweede album ‘Just Like You’ (met gastoptredens van Jackson Browne en Bonnie Raitt) uit, waarmee hij zijn éérste Grammy Award won. ‘Slow Down’, zijn volgende album won in 1998 een tweede Grammy Award. Het album begint met de song "Muddy Water", een tribute aan Muddy Waters. Op het album staat ook het nummer "Rainmaker", dat achttien jaren eerder ook al op zijn eerste album stond. Zijn vierde album ‘The Door’ is uitgebracht in 2000. In hetzelfde jaar brengt Keb' Mo' ook ‘Big Wide Grin” uit, een kinder album, met liedjes uit zijn eigen kindertijd.

In 2003 werkt Martin Scorsese samen met verschillende blues muzikanten om samen een reeks uit te brengen onder de naam “The Blues”. In 2004 brengt Mo’ ‘Keep It Simple’ uit, wat hem zijn derde Grammy Award oplevert. In 2006 volgt ‘Suitcase, een album dat hij promoot met zijn touring band  met Reggie McBride (bas), Les Falconer III (drums), Jeff Paris (keyboards) en Clayton Gibb (gitaar). Tussen 1990 en 1993 was Mo’ als de “Guitar Man” te zien, in verschillende ‘versies van de musical "Spunk" van Zora Neale Hurston. In 2011 brengt Keb' Mo' zijn album ‘The Reflection’ uit.

‘TajMo’ heet het gezamelijk project van Taj Mahal & Keb’ Mo’. Zes van de elf nummers schreef Keb’ Mo’ en Mahal hielp hem op twee nummers. Een van die gezamelijke nummers is de opener “Don’t Leave Me Here”, het tweede “Soul”. De opener is een goed klinkende shuffle, die ondersteund wordt drie blazers (Sam Levine: tenor sax, Keith Everette: trompet & Roger Bissell: trombone) en de blues harmonica van Billy Branch. Op “She Knowd How to Rock Me” (van William Lee Perryman) wordt het heel swampy en gezellig en spelen beiden op akoestische gitaar. Het goed in de oren klinkende “All Around the World” zal ongetwijfeld de nodige radiozendtijd halen en voor het soulvolle ”Om Sweet Om” kunnen beide heren rekenen op de vocale hulp van Lizz Wright (een Amerikaanse jazz-, R&B- en gospelzangeres en componiste, die inmiddels vier studioalbums op haar naam heeft staan).

Het pittige en funky Billy Nichols’ “Shake Me In Your Arms” (met een gitaar solo van Joe Walsh) en “That’s Who I Am” zijn twee nummers die op Mahal’s lijf lijken geschreven te zijn. John Estes’ “Diving Duck Blues” is een sterk gekozen cover die al eerder door Mahal (op ziijn debuut album in 1968)  opgenomen werd. Met enkel twee unplugged gitaren (Mahal: akoestisch & Mo’ op resonator) en zang door beiden is dit zeker een hoogtepunt. Met de Pete Townshend (The Who) cover “Squeeze Bow” gaan we terug naar de sixties. In het nummer hoor je de accordeons van Jeff Taylor & Phil Madeira, Colin Linden op mandoline en de percussie van Sheila E. Over het donkere, Latino getinte “Ain’t Nobody Talking” hangt een waas van Steely Dan en wordt incest bespreekbaar en, in de Afro pop song “Soul” zijn het de baslijn van Phillip Moore, de fluit solo van Nestor Tores, de backing vocals (Sharon Cho, Raphael Nduko Onwuzuruigbo, Sidney Rutter, Dain Ussery & Michael B. Hicks) en de blazers (Jovan Quallo: sax, Roland Barber: trombone & Quentin Ware: trompet) die opvallen. De afsluiter is John Mayer’s “Waiting On the World to Change”. De politieke boodschap wordt hier onopvallend de wereld mee ingezongen door Bonnie Raitt

‘TajMo’ is meer dan het samenbrengen van twee muzikale iconen als Taj Mahal en Keb’ Mo’. Het is voor Taj Mahal ook een stukje erkenning, dat sommigen aan deze vaak over het hoofd geziene geweldige roots muzikant, vergeten te geven. In ‘TajMo’ voel je de kameraadschap van beiden en de liefde voor de muziek die beiden bindt. Het album zet beide heren, waarbij Keb’ Mo’ spontaan en duidelijk wat meer ruimte geeft aan Taj Mahal, eens samen in de vitrine.

Dit is een muzikaal duo om naar uit te zien. Hun agenda staat de volgende maanden al vol geboekt met ook Europese optredens, maar met slecht 1 optreden in de Lage Landen: 07.09.17: The Taj Mahal & Keb Mo' BandR’dam: NORTH SEA JAZZ FESTIVAL.

Check voor meer info én/of alle tourdata de website van de artiest/band!

Eric Schuurmans

 

 

07.09.17    TajMo: The Taj Mahal & Keb Mo' Band
Rotterdam, Netherlands  
NORTH SEA JAZZ FESTIVAL

 

Album track list:
1”Don’t Leave Me Here” [& Taj Mahal - Gary Nicholson] - 2”She Nows How to Rock Me” [William Lee Perryman] - 3”All Around the World” [& Chic Street Man] - 4”Om sweet Om” feat. Lizz Wright [& John Lewis Parker – Om Johari] - 5”Shake Me In Your Arms” [Billy Nichols] - 6”That’s Who I Am” [& Al Anderson – Leslie Satcher] - 7”Diving Duck Blues” [John Estes] - 8”Squeeze Box” [Pete Townshend] - 9”Ain’t Nobody Talkin’” [& John Lewis Parker] - 10”Soul” [& Taj Mahal] - 11”Waiting On the World to Change” [John Mayer] – Music/Lyrics by Kevin R. Moore and/or as [noted] ℗ 2017 – Produced by: Keb’ Mo’ & Taj Mahal

Album Line-up:
Taj Mahal: vocals - acoustic, electric & resonator guitar – ukulele – banjo – b-voc
Keb’ Mo’: vocals – acoustic, nylon string, electric, slide & resonator guitar – bass – keys – percussion – organ – Wurlitzer - b-voc
Vocals : Lizz Wright (4)
Electric guitar : Philip Hughley (3-4,10) / Joe Walsh (4,5-solo,8) / Colin Lindin (8)
Keys : Michael B. Hicks: Keys (1,6) – B3 (3,6,8,10) - Piano (3) – Wurlitzer (8) – Rhodes (10) / Phil Madeira: Keys (4,9) - Organ (4) - B3 (5,9) / Eric Ramey: Electric piano overdub (9)
Harmonica : Billy Branch (1) / Lee Oskar (4-solo)
Mandolin : Colin Lindin (3,6,8)
Accordeon : Jeff Taylor (lead-8) / Phil Madeira (8-rhythm) – B3 (5)
Drums : Thaddeus Witherspoon (1,10) / Marcus Finnie (2,5) / Chester Thompson (3-4) / Keio Stroud (6,8-9)
Percussion : Sheila E. (3,8) & Chrystal Taliefero (3-4,9-10)
Bass : Philip Moore (1,10) / Eric Ramey (2,5,9) / Tommy Sims (3,6,8)
Sax : Sam Levine: tenor (1,3) - Flute (3) / Jovan Quallo (5,6-solo,9-10)
Trumpet : Keith Everette (1,3) / Quentin Ware: (3-solo,5-6,9-10)
Trombone : Roger Bissell (1,3) / Roland Barber (5-6,9-10)
Flute : Nestor Torres (10-solo)
B-voc : Sharon Cho, Raphael Nduko Onwuzuruigbo, Sidney Rutter, Dain Ussery, Michael B. Hicks, Robbie Brooks Moore, Stephanie Bentley & Meg Manning (3,4,6,8,10) / Bonnie Raitt (11)

Discography Taj Mahal:
Solo Albums:
1968 – Taj Mahal / 1968 – The Natch'l Blues / 1969 – Giant Step/De Ole Folks at Home / 1971 – Happy Just to Be Like I Am / 1972 – Recycling The Blues & Other Related Stuff / 1972 – Sounder / 1973 – Oooh So Good 'n Blues / 1974 – Mo' Roots / 1975 – Music Keeps Me Together / 1976 – Satisfied 'N Tickled Too / 1976 – Music Fuh Ya' / 1977 – Brothers / 1977 – Evolution / 1987 – Taj / 1988 – Shake Sugaree / 1991 – Mule Bone / 1991 – Like Never Before / 1993 – Dancing the Blues / 1995 – Mumtaz Mahal (with V.M. Bhatt and N. Ravikiran) / 1996 – Phantom Blues / 1997 – Señor Blues / 1998 – Sacred Island aka Hula Blues (with The Hula Blues Band) / 1999 – Kulanjan (with Toumani Diabaté) / 2001 – Hanapepe Dream (with The Hula Blues Band) / 2005 – Mkutano Meets the Culture Musical Club of Zanzibar / 2008 – Maestro / 2017 – Tasjmo, with Keb’ Mo’
Live albums:
1971 – The Real Thing / 1972 – Recycling The Blues & Other Related Stuff / 1972 – Big Sur Festival - One Hand Clapping / 1979 – Live & Direct / 1990 – Live at Ronnie Scott's / 1996 – An Evening of Acoustic Music / 2000 – Shoutin' in Key
Movies:
1972 -- Sounder / 1977 -- Brothers / 1991 – Bill & Ted's Bogus Journey / 1996 – The Rolling Stones Rock and Roll Circus / 1998 – Outside Ozona / 1998 – Six Days Seven Nights / 1998 – Blues Brothers 2000 / 1998 – Scrapple / 2000 – Songcatcher / 2002 – Divine Secrets of the Ya-Ya Sisterhood

Discography Keb Mo:
Solo & Live Albums:
1980 - Rainmaker” (released under the name Kevin Moore) / 1994 - Keb' Mo' (debut album Keb' Mo') / 1996 - Just Like You Won / 1998  Slow Down / 2000 - The Door / 2000 - Sessions at West 54th: Recorded Live in New York / 2001 - Big Wide Grin / 2003 - Martin Scorsese Presents the Blues: Keb' Mo' / 2004 - Keep It Simple / 2004 - Peace... Back by Popular Demand / 2006 – Suitcase / 2009 - Live and Mo / 2011  - The Reflection / 2014 – BLUESAmericana / 2017 - TajMo, with Taj Mahal

 

 

 

 

 

Artiest info
Website  
 

itunes

Label: Tajmo records / Concord Records

video