JOWEE OMICIL - LET’S BASH

Dat de naam van Jowee (spreek uit als “Joey”) Omicil voor mij nieuw is, zegt alles over mijn beperkte kennis van de jazz, een genre waar ik pas recent en dan nog met babystapjes in rondschuifelt, maar dat mij geregeld fijne muzikale momenten bezorgt. Dit gezegd zijnde: Omicil is van HaÏtiaanse afkomst, werd geboren in het Canadese Montreal en begon sax te spelen toen z’n vader, een predikant met plannen voor een kerkorkest, hem vroeg om een instrument te leren spelen, zodat hij deel kon uitmaken van dat orkest. Hij bleek op z’n vijftiende al zodanig getalenteerd te zijn én bezeten van de sax, dat hij uiteindelijk in Berklee belandde en van daaruit uitverkoren werd voor het zomerkamp van het Thelonious Monk Institute, een gegeven, waar slechts twintig jonge mensen per jaar mogen aan deelnemen.

Het baasje had dus enig talent, zullen we maar zeggen en dat werd ook opgemerkt: passages in gespecialiseerde radio- en TV-shows werden zijn deel en van daaruit wenkte de hele wereld. Tegenwoordig houdt Jowee residentie in Parijs, waar hij zich verder ontwikkelt en een neerslag van die ontwikkeling vind je op deze nieuwe CD, waarop hij vooral als multi-instrumentalist uit de verf komt: hij speelt zelf altsax, tenorsax, klarinet, cornet, piccolofluit en toetsen en zingt ook nog waar nodig.

Met een plejade aan bassisten, drummers, pianisten en daarnaast instrumenten als tabla en djembe, werkt hij zich door een dozijn nummers, waarin hij een eigen sound etaleert die weliswaar veel respect vertoont voor de voorbeelden als Charlie Parker, Ornette Coleman en Wayne Shorter en die een paar keer letterlijk verwijzingen naar de Hele Groten bevatten -één nummer heet “Ballad for Roy Hargrove”, een ander “One Note for Miles” en nog een ander “Morais Spirit”- maar tegelijk de veelzijdigheid van Omicil aantonen. Hij verweeft zijn Caribische roots in zijn nieuwe composities, zingt heel bijzonder, op bijna-Braziliaanse wijze, voegt nu en dan een toefje “nieuwe” muziek toe, met streepjes hiphop en nu-soul als meest in het oor springende en hij heeft een bijzondere groove, die geweldig aanstekelijk werkt.

Zijn frasering is heel bijzonder, vind ik: de stiltes tussen de noten zijn net zo goed muziek als de gespeelde noten zelf, hij daagt zijn medemuzikanten constant uit tot ze onverwachte dingen uit hun gitaar of piano halen of de drums effecten laten spelen, waar je nooit zelf op zou komen. In die zin is hij naast orkestleider ook leraar”, “mentor” voor zijn medemuzikanten en lijkt als uitgangspunt te hebben dat je niet per se zes miljoen noten per nanoseconde moet blazen om echt muziek te maken.

Dat levert heel fraaie momenten op, zoals het al genoemde, elf minuten lange “One Note for Miles”, een heel fijne bewerking van “Sur Le Pont d’Avignon” of “Love & Honesty”, dat z’n thema leende van “Speak Softly Love” uit The Godfather, maar hier vooral een bijzonder knappe drumpartij meekreeg. Afluiter “Mellow on the Saxophone” geeft dan weer blijk van een hele grote dosis zelfrelativering, wat ook altijd op Grote Klasse wijst.

Alles bijeen gerekend, geeft Omicil je, in de bijna zeventig minuten die de plaat duurt, geen moment de kans je te vervelen. Je aandacht blijft bij de muziek en je tuimelt van de ene verrassing in de andere. Dat iemand met een achtergrond en opleiding als die van Jowee, kan spelen, dat lijkt evident. Dat iemand dergelijke diepgang weet te bereiken, dat lijkt me dan weer eerder zeldzaam te zijn.

Nogmaals: ik ben absoluut geen jazz-cat, ik beschouw me zelfs als een volslagen leek, maar deze plaat heeft me wel stevig bij het nekvel. Wat u daarmee aanvangt, is natuurlijk uw zaak, maar kom achteraf vooral niet klagen. Ergens las ik, dat Jowee toert met Tony Allen. Of hij samen met Allen ook op Jazz Middelheim staat, komende zomer, wat weet ik dan weer niet, maar het zou wel fijn zijn… !

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Label: Jazz Village
distr.: PIAS

video