DANNY BARNES - STOVE UP

Ik zie de vraagtekens in uw ogen al, lezer: “Wat? Danny Barnes, die een bluegrass-CD maakt? Dé Danny Barnes van The Bad Livers?” Jawel, dié Danny Barnes, die als z’n hele muzikale leven lang allerhande muzikale grenzen aftast en die nooit voor één gat te vangen was, heeft, na vijfenveertig (!!!) jaar oefenen een bluegrassplaat gemaakt en wat voor eentje
!
De plaat kreeg de titel “Stove Up” mee en dat is een nauwelijks verholen verwijzing naar de grote Don Stover, de man die letterlijk elke banjostijl onder de knie had en die met zijn Lilly Brothers en zijn White Oak Mountain Boys van onzegbaar grote invloed was op haast elke banjoliefhebber en -speler.Die invloed, zo leren ons Barnes’ liner notes bij deze CD, was er ook op Barnes, die Stover’s “Things in Life” van levensbelang noemt voor zijn muzikale carrière.

Op deze nieuwe plaat werkt Barnes zich, fijntjes omringd door de fiddle van Jason Carter, de bas van Mike Bub en de gitaren en mandolines van Chris Henry en producer Nick Forster door zeventien songs, waarvan er twee op naam staan van Don Stover (“Black Diamond” en “Rockwood Deer Chase”), een drietal van eigen hand zijn (het openende en indrukwekkende “Isotope 709”, “Charlie” en “Get It While You Can”, waarvoor hij de 12-string gitaar uithaalt) en verder een aantal klassiekers zijn, gaande van Eddie Shelton’s “Blue Ridge Express”, over Grandpa Jones’ Eight More Miles to Louisville”, Flatt & Scruggs’ “Fireball” en “Flint Hill Special” en zogeheten “public domain”-songs als “Old Liza Jane”, “John Hardy” en “Paddy on the Turnpike”.

Wellicht de grootste verrassing is de banjobewerking van “Factory Girl van The Rolling Stones: dat zou je nooit verwachten, maar Barnes hoorde er altijd al bluegrasspotentieel in, zo schrijft hij en hij blijkt nog gelijk te hebben ook. Een goeie song kan vele gedaanten aannemen en een muzikant met vele gezichten, zoals Danny Barnes er een is, kan elke song een andere gedaante doen aannemen, zo blijkt. Het eindresultaat van deze D is, noch min, noch meer indrukwekkend te noemen: een kleine vijftig minuten bluegrass met alles erop en eraan, van halsbrekende loopjes via razendsnelle akkoordenreeksen tot -en dat ik de grote troef van de plaat- een subtiele maîtrise, waarbij techniek weliswaar belangrijk is, maar nooit in de weg van de muzikaliteit komt te staan.

Wie nog geen bluegrassfan was, kan het aan de hand van deze plaat worden. Wie het al wel was en dus de jongste jaren wellicht een beetje op zijn honger bleef zitten, omdat veel van de jongere muzikanten en bands zich al te braafjes aan de voorschriften van vijftig jaar geleden houden, die komt hier volop aan zijn trekken: Barnes zou Barnes niet zijn, als hij niet geregeld een stapje verder ging, dan algemeen verwacht wordt. Dat is precies wat deze plaat zo spannend en belangrijk maakt: ze toont aan dat je, zelfs -en vooral- al ben je technisch een meester en muzikaal een genie, niet gebonden hoeft te zijn door gangbare begrenzingen van een genre. Bluegrass (her)leeft! Dank je wel, Danny Barnes!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

CD Baby

video