ADÉDÈJÌ - AFREEKANISM

Adédèjì Adetayo is een nog jonge, veelzijdige muzikant, wiens wieg in het Nigeriaanse Lagos stond, maar die sinds een jaar of tien zijn tijd verdeelt tussen Griekenland en Nigeria. Als je in West-Afrika opgroeit en met muziek bezig bent, dan kom je als vanzelf bij Fela Kuti en King Sunny Adé uit en dan ga je, haast even vanzelfsprekend, ook muziek maken, die in die lijn zit. Het muzikale dieet waarmee Adédèjì groot gebracht werd, blijkt, zo lees ik, ook flinke dosissen George Benson en Wes Montgomery bevat te hebben en ook dat hoor je vandaag terug in deze nieuwe -zijn tweede- CD, die overigens een heuse dubbelaar is, waarvan de totale speelduur net beneden de twee uur blijft.

Dat is, met z’n twintig nummers een heuse hap om te verorberen, ook al omdat ruim vijftig muzikanten en zangers meewerkten aan de plaat, die zowel Grieken, Spanjaarden, Nederlanders als Afrikaanse muzikanten aan het werk laat. Ik vermoed dat de bedoeling van Adébèjì was, te laten horen dat muziek geen grenzen kent noch accepteert en, zo lees ik op de binnenkant van de overigens erg knap uitgegeven cd’s te wijzen op het bestaan van zoiets als het “Africanisme”, dat omschreven wordt als “een geestesgesteldheid, een vormgeving van de West-Afrikaanse sound, die tegelijk binnen de traditie blijft en systematisch de grenzen probeert te verleggen. Afreekanism is 90% Afrikaanse muziek, vermengd met 10% andere muziek, die haar wortels in Africa heeft”.

Tja, dan zit je bij de jazz, de funk, de soul, de Afrobeat…en vanaf nu dus ook bij Adédèjì, wiens adresboekje kennelijk nogal uitgebreid is, aangezien hij mensen als de grote Orlando Julius en Lekan Babalola zag deelnemen aan de opnames, naast het Griekse Fonés en het Nigeriaanse koor Adunni & Nefertiti. Alle nummers zijn van de hand van Adédèjì zelf, zij het dat sommige traditioneel zijn en door hem bewerkt worden. Daarnaast neemt de man ook zowat alle vocals voor zijn rekening, speelt hij ongeveer elke noot gitaar in, die op de plaat te horen is, doet hij een deel van de percussie, bespeelt hij de piano, de klimba en de ngoni. Een heel veelzijdig baasje dus, dat een leuke nieuwe plaat heeft afgeleverd, waarin ik maar een grote valkuil zie: dit moet je echt goed doseren. Immers, de mix van al de hierboven opgesomde genres is heel veeleisende muziek, die je niet gauw-gauw tijdens de afwas moet beluisteren.

Daarenboven werken de nogal ongebruikelijke ritmepatronen een beetje verwarrend en blijk je iets te vaak met je Westerse zelf geconfronteerd te worden als je, voor de zoveelste keer, denkt het ritme te pakken te hebben en dan toch weer uit verband gespeeld wordt. Ik denk dat dit bij uitstek muziek voor live-aangelegenheden is, maar tegelijk kan ik u de plaat aanraden, mits de nodige dosering. Misschien gaat u vooraf best op zoek naar tracks als “C.O.P” -wat staat voor “country of pain”, “Iyawo Ori Aja” of de bonustrack “Kalimba”: daarmee krijgt u een aardige doorsnede van deze dubbel-CD en vermijdt u saturatie….

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

CD Baby

label : Dejafrique
distr.: Xango

video