AFRIKÄN PROTOKÖL - BEYOND THE GRID

Mogen we, voor één keer, en wellicht tegen de zin van de band zelf in, een héél klein beetje chauvinistisch zijn? Mogen we? OK, dan vraag ik nu heel graag uw volledige en stilzwijgende aandacht voor een bijzondere groep, waarvan de aanstoker helemaal uit ons eigenste Brussel komt, al heet hij Van Parys.

Guillaume, zo heet hij van zijn voornaam, is een meer dan begenadigd saxofonist met flink wat voeten in de jazzgrond, maar tevens begiftigd met een brede blik op de wereld en zo kon het gebeuren dat hij, een viertal jaar geleden op reis was in Burkina Faso en daar de percussionist Moïse Outtara ontmoette. Zoals dat altijd gaat bij muzikanten, duurde het niet lang of ze waren niet alleen meer over muziek aan het praten, maar ze begonnen algauw samen te improviseren en er sloeg een vonk over. Dat werd het begin van een vriendschap die tot een groep leidde: vandaag, een EP en een studioplaat uit 2014 ver, bestaat de band uit drie saxofonisten (naast Van Parys zijn er ook Frédéric Becker en Yizih Yode), een bassist, Achille Ouattara, een drummer, de al genoemde Moïse Ouattara en een percussionist, Zourati Kone.

Samen werken ze zich door acht composities van de hand van Van Parys en die -vaak instrumentale- nummers drijven helemaal op de vermeende tegenstellingen (of waren het gelijkenissen?) tussen de saxen en de ritme-instrumenten. “Groove”, is hier het toverwoord en, gelet op wat de jazz -en bij uitstek de saxofoon- bij voorbeeld in de AfroBeat binnenbracht, is de eenheid in de Afrikaanse grondslag niet meteen moeilijk te achterhalen.

Strikt genomen, moet je dit als “fusion” omschrijven, maar net doordat de melodieën van de sax zo naadloos door de percussie ondersteund (kunnen) worden, blijkt dit etiket al gauw onvoldoende de lading te kunnen dekken. Dit soort muziek -duidelijk het gevolg van veel repeteren, weggooien en herbeginnen- zou nooit werken met bij voorbeeld trompetten of trombones.

Je hoeft bij voorbeeld maar naar “Kèlè Magni” te luisteren, de kerntrack van deze plaat en je begrijpt meteen wat ik bedoel: deze instrumenten zijn kennelijk voor elkaar gemaakt en ze creëren een waaier aan klanken en kleuren, die net zo goed in Mali gesitueerd zouden kunnen worden, of in Kenia, als nu in Burkina. Ook “Facing Death”, heeft Malinese tentakels en van een nummer als “Gbégbé Fever”, kun je maar moeilijk geloven dat het door een Brusselse bleekscheet gecomponeerd werd. Dit is, met andere woorden, grenzeloos mooie muziek van de holistische soort: het geheel is zoveel meer dan de som van de delen.

Overheerlijk, totaal niet moeilijk om volgen en redelijk onweerstaanbaar, in die zin, dat stilzitten niet meteen de meest aangewezen optie is. Zoiets noemen we, met gepaste trots: bijzonder straf. Deze zomer allicht ergens in de buurt aan het werk en onder geen enkel beding te missen!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

label : Abozame
distr.: Xango

video