FRIMOUT - FRIMOUT

Heel af en toe overkomt het mij dat ik hopeloos achterop loop, waar het muziek van bij ons betreft. En dan kan het gebeuren, zoals recent het geval was, dat ik een mail krijg van iemand die ik totaal niet ken, maar die vraagt of ik iets wil schrijven over de op komst zijnde debuut-CD van zijn bandje. De naam “Frimout” deed meer belletjes rinkelen, die naar de ruimtevaart verwezen dan naar Vlaamse Pop. Evenzeer toevallig hoorde ik geen dag later “Het Huis Waar ik Woon” in de wachtkamer van de tandarts en kon ik, heel trots Stef Willems -want hij was de man die me mailde- antwoorden dat ik zijn groepje al gehoord had. Wist ik veel, op dat moment, dat Frimout als ruim vijf jaar bestaat en dat ze het presteerden om tien singles na één in de Vlaamse Ultratop te katapulteren…

We zijn vandaag drie weken na dat mailtje en ik bellen heel eerlijk dat ik de CD sinds het moment waarop ik ‘m binnenkreeg, minstens één keer per dag heb gedraaid. Dat kostte mij absoluut geen moeite, want, zeer tot mijn verbazing, blijkt dit een bijzonder volwassen plaat te zijn, die tegelijk -en dat is best wel zeldzaam- een heuse verzameling singles bevat en toch heel homogeen klinkt. Dat de band vijf jaar gewerkt heeft om te staan waar ze vandaag staan, vind ik een heel straffe prestatie want laat het duidelijk zijn; ik ben helemaal verkocht.

Dat heeft vooreerst te maken met de sterkte van de songs, die stuk voor stuk door Stef Willems geschreven blijken te zijn. Die mens heeft zeer duidelijk het vermogen om heel creatief met zijn en mijn moedertaal weet om te gaan en wiens teksten niet alleen ergens over gaan, maar daarenboven de verdienste hebben compleet congruent met de melodieën samen te vallen. Ik kan me bij veel andere Vlaamse artiesten donkerblauw ergeren aan de klemtonen die verkeerd komen te liggen omdat ze niet kloppen met de melodie. Die ergernis blijft me bij deze CD bespaard, net zoals ik intussen ook tot de bevinding kwam dat er wel meer nummers waren die al mijn oor binnengedrongen waren en, wat meer is, daar zelfs blijven hangen waren. “Ninett”, “Volwassen word ik nooit”, “De Sprong”, “Paradijs”…dat zijn de jongste weken zelfs vertrouwde nummers geworden, zodat ik niet anders kan besluiten dan dat het onderbewuste van een mens toch echt wat kan aanrichten.

Tot hier vind ik het allemaal wat vanzelfsprekend, maar wat ik het allerstrafst vind aan deze plaat, is dat de nummers die helemaal nieuw voor mij waren, precies omdat niet één kopie is van een ander. Dat wijst erop dat de band redelijk selectief tewerk is gegaan bij de samenstelling van de tracklisting en zo kom je dan uit bij zestien (!!!) heel knappe Vlaamse liedjes, die overigens bulken van de knappe hooks en riffs. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan “Mooie Meisjes” of “Toffer dan Tof” en ik stel vast dat de band echt wel heel hecht samenspeelt: Dave Elli op gitaren, een alomtegenwoordige en erg solide Jan Beyen op toetsen en een sterke ritmetandem, bestaande uit bassist Moreno Claes en drummer Matthias Fransen. Er blijven twee dingen te vermelden: de rol van Elien Boermans, die backing vocals zingt en die een bijzonder soulvolle stem heeft om dat opvallend onopvallend en dus prima te doen. Tweede punt: de band telt niet één, maar vijf zangers. OK, Willems is de leidende figuur, maar hij kan pas echt schitteren, doordat de anderen, waar nodig, het juiste kader creëren.

Als ik dat allemaal bijeen tel, dan kom ik tot een eindtotaal dat ik, eerlijk is eerlijk, nooit verwacht had. Dat zegt natuurlijk veel meer over mijn kennis van de Vlaamse scene van tegenwoordig, dan over deze plaat die ik, hand op hart, durf aanbevelen aan iedereen die van pop houdt: niet één zwakke song op een totaal van zestien? Ga daar maar eens om bij de zogenaamde “groten”! Overigens lees ik met plezier in de kleine lettertjes dat de groep ook Andries Boone een stukje viool liet meespelen in “Toffer dan Tof” en dat de strijkers van Mark Steylaerts mee kleur gaven aan “De Sprong”, net zoals de cello van Stijn Saveniers “De Regels van het Spel” een correcte dosis tristesse aanlevert . Ook dat kenmerkt de “echten”: die zijn niet te beroerd om hun eigen maaksels nog beter te laten klinken door dingen te importeren, die ze niet zelf in huis hebben. Dat een band als Frimout, die, zoals ik al schreef, bijzonder hecht klinkt, dat besef toch heeft, vind ik wellicht nog het mooist van al aan deze plaat.

Zeggen dat Frimout een aanwinst is voor de Vlaamse popscene, is wellicht een understatement van het type “Donald Trump is een beetje speciaal”, maar dat deze band een blijver is, dat mag ik toch wel stellen, zonder risico op hoongelach. Ik beken: ik draai al even mee en dus is een verrassing van deze soort redelijk ongewoon geworden. Straffe plaat, zeker weten !

(Dani Heyvaert)

 

 

Artiest info
Website  
 

video