LLOP - J, IMP

Llop -het woord betekent “wolf” in het Catalaans- is een Belgisch import trio, bestaande uit saxofonist Erik Bogaerts, gitarist Benjamin Sauzereau en drummer / electronicaman Jens Bouttery. Ik hoorde een paar jaar geleden voor het eerst van het gezelschap toen een bevriende cafébaas hun CD “Lampke” had opstaan en ik eigenlijk behoorlijk onder de indruk kwam van wat ik daar hoorde.

Die CD had voor gevolg dat het trio onder meer in Scandinavië ging spelen, wat dan op zijn beurt weer leidde tot een uitnodiging vanwege ARNA, een organisatie uit het zuiden van Zweden, die muzikanten van over heel de wereld uitnodigt om “in residence” aan hun muziek te komen werken en intussen andere muzikanten te ontmoeten. Dat speelt zich allemaal af in een plaatsje dat “Harlösa” heet en het is het oude kerkje aldaar, dat deze plaat opgenomen werd, met toevoeging van de baslijnen van de Fransman Brice Soiano, die ze ter plekke ontmoetten. Helemaal “impro” dus en wat ik, na ettelijke keren luisteren, steeds meer onvoorstelbaar vind, is het vanzelfsprekend gemakt waarmee de muzikanten elkaar en hun melodie weten te vonden: op vier nummers na, is alles geïmproviseerd, lees ik in de hoesnota's en, echt waar, ik kan daar nauwelijks bij: hoe mensen dingen zo organisch, zo naturel kunnen laten klinken…daarvoor moet je echt wel op mekaar ingespeeld zijn. Of gewoon het momentum kunnen vangen…Ik wéét niet hoe ik het moet verwoorden, maar een nummer als opener “Hapii Too”, dat lijkt gewoon door en door gerepeteerd. Die zweverige, dromerige sfeer die de hele plaat lang gecreëerd wordt en bij momenten danig bruusk doorkruist wordt door elektronische klanken die als het ware over je heen gedonderd komen zonder dat je ze verwacht, zoals in “Seagal”…ik vind dat wonderlijk, temeer omdat dat perfect bij elkaar blijkt te passen.”Il Pleut” is nog zo’n pareltje, zij het wel “gecomponeerd” met z’n meertalige bijna-nonsenstekst boven een bossa-achtig ritme, waarbij de sax op de wijze van Stan Getz de Ipanema-sfeer weer op te roepen, in duet met de bas…god jongens, wat is dat toch mooi.

De titeltrack, ook een heuse compositie, is met zijn dikke 8 minuten meteen ook qua omvang, de hoofdmoot van de plaat en etaleert de veelzijdigheid van de muzikanten én van componist Bogaerts, die een heel filmisch stuk afleverde, waar je zonder al te veel moeite zelf de beelden bij kunt verzinnen. In dit nummer valt alles samen, waar Loop voor staat: sfeerschepping, met een mix van klankentapijten en “exhte” muziek die, hoewel ze vaak totaal niet beantwoordt aan wat onze oren gewoonlijk te horen krijgt, toch klinkt, alsof je ermee opgegroeid bent. Mijn persoonlijke lieveling van de plaat is, samen met afsluiter “Troupeau”, “Le Sous-entendu”, een compositie van Sauzereau, die , mede omwille van de knappe gitaarlijnen, perfect in te passen is in de Nordic import die ik sedert enige tijd geregeld te horen krijg en waar ik ook erg ben gaan van houden. Deze hele plaat kan mee met het beste wat mij uit Noord-Europa is komen aanwaaien en, wie er deze kolommen wil op nalezen, zal merken dat ik daar verdomd straf materiaal tussen gevonden heb.

Natuurlijk, bij El Negocito Records hebben ze sowieso al niet de gewoonte zich met rommel bezig te houden, maar dit is toch wel een heel straffe plaat. Wat zijn we in dit apenlandje toch verwend, als het op goeie jazz- en improvisatiemuzikanten aankomt! Kijk: dit is nu echt een plaat, die ik aan mijn wat oudere folk- en bluesminnende vrienden moet laten horen. Tot op dit moment weten ze namelijk niet wat voor fraais ze missen, als ze deze CD niet gehoord hebben. TOP !

(Dani Heyvaert)

Artiest info
Website  
 

CD Baby

label: El Negocito Records