DAMAKASE - GUNFAN YELLEM

Er is nog hoop ! Qué? Ik herhaal: er is nog hoop, want hoe meer de globalisering duidelijk wordt, hoe beter ook de term “wereldmuziek”, die ik al altijd flink verafschuwd heb, een echte invulling krijgt. De nieuwste parel aan de kroon -en nu wik ik heel erg mijn woorden- komt helemaal uit Ethiopië tot bij ons. Damakase is, eerder dan een band, een muzikaal project, waarin vier muzikanten, die elkaar maar deels rechtstreeks kenden, samen muziek maken. Even uitleggen: Endris Hassen, een genie op de éénsnarige viool of masenqo, kende percussionist Misale Legasse van bij Ethiocolor. Hij speelt ook bij MistO-MistO, een band waarin we ook de Franco-Amerikaan Cory Seznec terugvinden én de Nieuw-Zeelandse bassist Cass Horsfall.

Dat de vier ooit samen wat zouden gaan doen, kon niet uitblijven en nu is het dus zover: de eerste neerslag van het samenwerken is er, in de vorm van een ongemeen knappe CD, waarop weliswaar slechts 8 nummers en 34 minuten muziek prijken, maar die van A tot Z een waar genot is voor benen, trommelvliezen, solar plexus en al wat zich daartussen bevindt. Wat ik daarmee wil zeggen, mag duidelijk zijn: deze vier jongelui maken een heel fijne mélange van Ethiopische ritmes en West-Afrikaanse grooves en strooien daar bij tijd en wijle ook nog war bluegrass- en blusingrediënten doorheen.

Dat levert een ongelooflijk originele stoofpot op, waarbij het -zelf uitgetest- onmogelijk stilzitten is: dit is een heel nieuwe mengvorm van twee, nee, zelfs drie of vier muziekstijlen en de resultante van die op elkaar inwerkende factoren is nog onweerstaanbaarder dan de basisfactoren van waaruit ze vertrekken. Opener “Wuba” begint ragfijn met enig akoestisch gitaargetokkel en een paar streepjes masenqo, maar zodra de kebero, die komische, dubbelvellige trom, zijn werk begint te doen, is er geen houden meer aan, al staat de aanstekelijkheid van de muziek nergens de subtiliteit in de weg. “Tizita Gourd” verwijst al in de titel naar de kalebas, die een heel prominente rol speelt in een bezwerende, erg repetitieve instrumental, waarin de viool bij momenten stevig loos gaat. Hét snoepje van de plaat -let op, dit is een “primus inter pares”-appreciatie- is voor mij “Wassorai Asho Mada”, één van de schaarse nummers waarin al eens gezongen wordt, maar waar vooral àlles heerlijk samenvalt, inclusief een fenomenale gitaarlijn van Seznec en een baspartij, die een eigen stemvertolkt. Schitterend nummer is dit, al kan ik dat met evenveel overtuiging zeggen over “Batten Down The Hatches” of “Tizu Konjo Wusha”, waarin de “Ethiopiques”-groove nadrukkelijk aanwezig is en een bezwerende zanglijn een toefje extra toevoegt. Ook de eerste minuut van afsluiter “Damakase” gaat geheid een lang leven tegemoet als kenwijsje van radioprogramma’s, waarin wereldmuziek centraal staat.

Tot voor een paar weken kende ik Corentin Seznec niet of nauwelijks, maar ik ben wat blij dat daar nu verandering in gekomen is: zijn soloplaat “Backroad Carnival” haalde mij al over de streep, maar deze Damakase zorgt er voor dat ik daar met geen stokken meer weg te slaan ben. Topplaat !

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

CD Baby

label : Captain Pouch Records
distr.: Xango

video