JEMIMA JAMES - AT LONGVIEW FARM & WHEN YOU GET OLD (2CD)

Als je, zoals ondergetekende, al enkele decennia van het leven achter de rug hebt, dan weet je, door ervaring, dat het leven sos vreemde wendingen kan nemen. Dat is de eerste gedachte die door mijn hoofd ging, toen ik de eerste keer “At Longview Farm” in de cd-speler schoof. Deze CD deed er namelijk zevenendertig jaar over om het licht te zien: ze werd in 1979 opgenomen, maar verdween op één of andere plank, waar ze al die tijd stof bleef vergaren, tot nu dus.

Het is absoluut passend dat ik een beetje geschiedenis bedrijf, voor ik me aan de songs van de plaat zelf waag. Geef toe, lezer: ook bij de meesten onder U zal de naam van Jemima James niet meteen een belletje hebben doen rinkelen. Nochtans zouden we haar allemaal moeten leren kennen, al was het maar omdat ze de mama is van de heerlijke songwriter Willy Mason. Jawel, dié Willy Mason, die ons ooit allemaal omver blies met “Where The Humans Eat” en die sindsdien heel geregeld de fraaiste ep’s op ons losliet, maar rond wie het een beetje stil is geworden sinds “Carry On”, die dit jaar toch ook al vijf jaar oud zal worden.

Die Willy Mason, die ooit via Team Love Records, het label van Conor Oberst, aan de wereld werd voorgesteld, wees de mensen van dat label op het bestaan van een onuitgebrachte plaat van zijn moeder. Die was ooit vanuit Colorado naar Boston verhuisd om er te gaan studeren. Nadien kwam ze in New York terecht met haar man, Michael Mason en uiteindelijk werd Martha’s Vineyard hun bestemming, nadat ze uit New York wegliepen, gedesillusioneerd als ze waren in de folkscene van die tijd.

Jemima bleef spelen en liedjes schrijven, maar ze werd vooral huismoeder en opvoedster van haar kinderen, al kwam ze ook nog als dienster aan de kost, werd ze kokkin, kleuterjuf en bejaardenverzorgster, wat ze vandaag nog altijd doet.Longview Farm studio in West-Massachusetts, een heuse opnamestudio op een heuse boerderij, was voor drie jaar de thuisbasis van Jemima, die er kookte, poetste, opdiende…voor mensen als Arlo Guthrie, Tim Curry, de J. Geils Band, de Stones, Pat Metheny en John Belushi…en hat was dus in dat decor dat ze de plaat opnam, die haar debuut had moeten worden, maar die nooit het daglicht zag. Nu is ze er dus wel en wat alvast opvalt, is dat ze eigenlijk allerminst gedateerd klinkt: dit is een folkplaat, zoals we die kennen uit de tijd van toen. Ze bevat 10 songs en duurt 37 minuten, de tijd van een elpee dus.

De songs zijn allemaal van de hand van Jemima zelf en ik ben wàt blij dat de teksten in het begeleidende boekje opgenomen zijn. Het is namelijk daarin, dat volgens mij, het allersterkste van de songs vervat zit. OK, de melodieën zijn ook prima en de zang is allesbehalve ondermaats, maar de teksten doen de naam “James” alle eer aan. Jemima is verwant aan de grote Henry James en hier wordt duidelijk gemaakt dat de gave van het woord iets erfelijks is. Neem nu opener “Sensible Shoes”: die eerste strofe, da’s pure poëzie: “I’d buy the harbor light and all the stars above, i’d sine them down on you if I could win Your love. But i won’t win your lonely love cause i don’t bet on blues and i don’t stand around in line with fools”.

Of neem “Easy Come, Easy Go”, waarin de oerlijn klinkt als “Better drink than two feet tall, bigger than life is better than no life at all”…Ik vind zo iets heerlijk om te lezen. Niet alleen de poëtische kracht van James is opvallend, ook als vertelster komt ze aardig voor de dag, zoals blijkt uit “Jackson County”, het levensverhaal van John Ketchum in twintig lijnen…je kunt je de scènes zo voor de geest halen… Enfin, ik weet het: dat klinkt allemaal lovend, maar zo bedoel ik het ook. U moet vooral zelf eens gaan luisteren naar een plaat die, al werd ze zevenendertig jaar geleden opgenomen, ook vandaag nog had kunnen gemaakt worden.

`De tweede CD van deze dubbelaar is dus nieuw werk van Jemima, al herneemt ze “Easy Come, Easy Go”, waarin de Paddy van toen een Sally van nu geworden is en “aSensible Shoes”. Covers zijn er van Bobby Charles’ “Tennessee Blues”, van Blaze Foley’s “If I Could Only Fly”, van Gillian Welch’ “One and Only” en van zoon Willi Mason’s If It’s The End” uit diens “Carry On”-cd. Met de hulp van de gewone band, bestaande uit Shawn Barber (gitaar & zang), Josh Campbell (bas), Stuart Gardner (slide & zang) en Geordie Gude (harmonica & zang), werkt Jemima zich door een dozijn nummers. Dat het begeleidende boekje voor een beetje verwarring zorgt, kan ik door de vingers zien, al blijft het een beetje vervelend dat je op zoek gaat naar de titelsong, die weliswaar als tekst afgedrukt staat en al vermeldt het boekje dertien songs, terwijl mijn cd-speler niet verder raakt dan 12, maar dit terzijde.

De plaat laat een rijpe songschrijver horen, die inmiddels over een stem beschikt, waar je haast vanzelf naar luistert en van wie de pen door de jaren heen niks aan accuratesse ingeboet heeft. De sterkte van de CD zit hem echter in het feit dat Jemima haar eigen songs laat omringen door die van mensen, die zij klaar en duidelijk bewondert en die, stuk voor stuk hun waarde al bewezen hebben. U vindt hun namen hierboven geciteerd en ik mag u graag uitnodigen om met de middelen, die daarvoor tegenwoordig voorhanden zijn, deze plaat een voorbeluistering te gunnen. U ontdekt dan, met als ik, een heel fraaie plaat, waarvan de teksten even belangrijk zijn als de melodieën. Melancholie en delicatesse lijken mij de trefwoorden te zijn voor deze heel mooi plaat die, hoewel ze alle bestaansrecht en -reden heeft op zichzelf, toch nog beter tot haar recht komt, als je ze als twee-eenheid beluistert met “At Longview Farm”. In elk geval is er geen enkele reden om deze dubbelaar aan uw aandacht te laten ontsnappen !

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Bandcamp

video