GEIR SUNDSTØL - LANGEN RO

a-Ha, Hanne Hukkelberg, Jonas Fjeld, Henning Kvitnes, Paal Flaata, Nils Petter Molvær…het is slechts een heel kleine greep uit de immense groep artiesten die in de loop van de voorbije dertig jaar een beroep deden op de snarenklanken van Geir Sundstøl, een Noor, die net zo goed vertrouwd is met het werk van Woody Guthrie of Hank Williams en die over een batterij snaarinstrumenten blijkt te beschikken, waar zelfs Ry Cooder een tikkeltje jaloers zou durven naar kijken.

En toch is Geir nu pas aan zijn tweede plaat onder eigen naam toe. Ze bestaan dus nog, de absolute toppers, die geen moeite hebben om anderen te begeleiden en beter te maken, zonder dat ze daarom zelf in de schijnwerpers komen te staan.`Het is nog maar eens via het -stilaan onvolprezen- Hubro-label dat we deze CD in handen krijgen en dat we ons aan alweer een bijzonder rondje muziek beluisteren mogen begeven.

Zoals je eigenlijk al een beetje kunt voorspellen bij een volledig instrumentale plaat, hebben de composities van Geir een hoog cinematografisch gehalte: de woorden ontbreken en dus moeten de klanken hun werk overnemen om de luisteraar duidelijk te maken wat ze bij de geluiden moeten/mogen/kunnen zien.

De zesendertig minuten die deze CD loopt, worden ingevuld door acht nummers die, qua opzet en aanpak, nu eens bij de ambient gerangschikt kunnen worden, dan weer jazzy of folky klinken of naar de indie-pop neigen. Zeven van de acht zijn eigen composities van Sundstøl, het achtste, Tony’s Theme is van de hand van Giorgio Moroder en werd oorspronkelijk in de film “Scarface”. Toen was het een zwaar op de hand, door veel synthesizers aangedreven, dreigend nummer, terwijl het hier flink ingekort wordt en door Geir in Indische klanken omgezet wordt. Om het duidelijk te stellen: het nummer is positief gedeconstrueerd en dus nauwelijks herkenbaar. De remake is vele keren beter dan het origineel…

Opener en titelsong “Langen Ro” zet meteen de toon: brede klankenlagen worden beetje bij beetje ineen geweven en doen je al meteen aan ruisende oceanen en wiegende landschappen denken. In “Gråtarslaget” gaat het, mede vanwege de percussie, een tikkeltje meer de blueskant op, maar dan wel eerder in de Harry Manx-variant dan wat bij voorbeeld Cooder er zou mee doen. “Los” is dan weer een pure soundscape, terwijl “Florianer” echo’s van Paris-Texas herbergt. In “Røk” etaleert Geir, helemaal solo, de mogelijkheden van zijn pedaal steel gitaar, terwijl hij in “Baris” aan de slag gaat met allerhande snaren, een basdrum, cimbalen en een xylofoon.

Voor de afsluiter, “Bek”, komen de kompanen weer opdraven en zetten zij met z’n vieren een boel instrumenten bij elkaar, voldoende om een kamerorkest mee te bemannen. Deze mensen kunnen bijzonder goed met die veelheid aan instrumenten overweg, zoveel is duidelijk en een plaat als deze beluisteren, maakt je helemaal rustig, zonder dat je gaat zweven.

Hoewel ook deze plaat, net als een aantal andere Noorse dingen die recent op onze tafel terecht kwamen, helemaal instrumentaal is volgespeeld, is hier totaal niks moeilijk aan. De enige voorwaarde is, dat je gaat zitten en de muziek de kans geeft haar werk te doen. Dan komt die vlotjes en zachtjes je hoofd binnengewaaid en word je als vanzelf blij en goedgemutst. Als dat een vorm is van “helende muziek”, dan is het wel een volstrekt pijnloze remedie tegen zielenpijn. Heel warm aanbevolen dus!

(Dani Heyvaert)

 

Artiest info
Website  
 

Label: Hubro
Distr.: PIAS