JOHN GINTY FEATURING ASTER PHEONYX - ROCKERS

Trouwe lezers van deze kolommen weten best wie John Ginty is en zij kunnen dus de volgende paar lijnen overslaan. Voor de anderen: John Ginty, een man uit New Jersey, is een van de echte meesters op de Hammond B3, die als begeleider heel wat sporen verdiend heeft in de (tour)bands van bij voorbeeld Jewel, Santana, Whiskeytown, maar vooral Robert Randolph en The Dixie Chicks. Heel soms maakt hij ook een plaat onder eigen naam en deze nieuwe is de vierde uit die reeks.

Het gebeurde tijdens een tournee ter promotie van “No Filter”, zijn vorige soloplaat, waarover we behoorlijk lyrisch waren in deze kolommen, dat Ginty, in de nogal legendarische “Wonder Bar” in Asbury Park, kennis maakte met een lokaal zangeresje, dat als voorprogramma ingehuurd was. Aster Pheonyx, zo heet de dame in kwestie, en Ginty geraakten backstage aan de praat, er werd wat gejamd en uiteindelijk nodigde John haar op het podium uit die avond en daar bleek toen nogal wat chemie in de lucht te hangen. Het resultaat was dat Aster de vaste zangeres werd in Ginty’s band en dat de nieuwe plaat eigenlijk als duoplaat gepresenteerd wordt. Twaalf nummers en 51 minuten lang kunnen we kennis maken met het wonderwel werkende samenspel tussen een bijzondere stem en een heel bijzonder orgel.

Op opener “The Shark” en afsluiter “Rockers” na, werden alle songs door het nieuwe duo geschreven en ingespeeld in samenwerking met de ijzersterke ritmetandem Justine Gardner (bas) en Maurice ‘mOe’ Watson (drums). Kleinere helpende handjes kwamen er van Mike Buckman en Jimmy Bennett. De eerste hing al rond in de omgeving van Ginty, toen die bij Robert Randolph aan de slag was, de tweede werkte ook al met Ginty samen, onder meer op “Love the Way You Roll” van de Alexis P. Suter Band.

Waarmee maar in één moeite duidelijk wordt, dat Ginty iemand is, die goeie muzikanten herkent, zodra hij ze ziet en blijkbaar was het met Aster Pheonyx niet anders: de dame heeft een stem, die gemaakt is voor het hardere bluesrockwerk, de zogeheten “powerhouse”, zij het dat ze, zoals in “Target On The Ground” en vooral “Captain Hook” een flinke dosis soul in haar zang weet te stoppen. Verder is de plaat vintage Ginty: heelder Hammondpartijen, die nooit vervelen, gitaren die behoorlijk weten te scheuren en een groepsgeluid dat meer dan eens doet denken aan de samenwerking tussen Beth Hart en Joe Bonamassa. Waar “Lucky 13” enkele maanden als single gelanceerd werd, ligt het absolute hoogtepunt volgens mij toch bij “Priscilla”, waarin Ginty zijn veelzijdigheid op toetsen mooi combineert met de voor een keer naar pop neigende stem van Aster.

Al bij al levert dit een fraaie nicheplaat op, die zowel de Hammondliefhebbers -waartoe ik mezelf reken- als de fans van krachtige vrouwenstemmen zal bevallen Het zou mij trouwens allerminst storen als iemand dit gezelschap eens naar onze contreien zou halen…

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

video