THEM LEWIS BOYS - WANTED

Ik kan mij voorstellen dat er in bepaalde kringen een tikkeltje smalend gereageerd wordt, als je durft te zeggen dat je pianist bent en dat je nogal bezeten bent van het werk van Jerry Lee Lewis, zodat je maar met een paar vrienden een coverband voor “The Killer” hebt opgezet. In sommige kringen is zoiets gewoon heiligschennis. In diezelfde kringen hoor je Lewis ook niet op CD te kopen, maar moet je gaan voor de eerste persingen van z’n Sun-singles. Dàn ben je pas rock ’n’ roll…

Ik kan mij voorstellen dat Jeroen Sweers, gediplomeerde pianist met voorgaanden in zowat alle genres, van jazz tot boogie woogie, met de meest lachwekkende tegenargumenten om de oren geslagen werd, toen hij zijn passie voor Lewis en diens muziek kenbaar maakte. Maar ik vraag me wel af waartoe al die juristenbezwaren dan wel mogen dienen? We hebben het hier immers niet over het eerste het beste braderiebandje, nee, we hebben hier te maken met een meneer die verdomd goed weet hoe hij de piano bespelen moet en die zich daarbij omringd heeft met een stel gelijkgestemde zielen die, net als hij, met hart en ziel en vooral met veel kunde, het werk van Jerry Lee naar een nieuw en jonger publiek brengen.

Sweers was ooit lid van Jaap Dekker’s Grand Piano Boogie Train en kreeg daar de gelegenheid om heel veel te spelen en zich de rock ’n’ roll-stijl helemaal eigen te maken. Op een bepaald moment achtte hij de tijd rijp om zijn versie van de Lewisklassiekers op plaat vast te leggen en trok hij dus naar de Sunstudio’s in Memphis en hij kwam er weer naar buiten met niet één, maar twee cd’s onder de arm: het onder eigen naam uitgebrachte “Me and Jerry Lee” en de plaat waar we het vandaag over hebben.

Sweers’ stem ligt geen mijlenver bij die van The Killer vandaan, zijn pianospel is welhaast perfect en de band om hem heen -Willem De Roode op gitaar, plus de ritmetandem René Postma (bas) en Matthias Van Olst (drums)-gaat graag en bijzonder goed mee bij deze duik in het repertoire van Lewis. Let wel: er wordt niet alleen voor de “Greatest Hits” gekozen, maar ook het (veel) recentere werk komt aan bod, zodat je een heel mooie doorsnede krijgt van pakweg vijftig jaar Jerry Lee. Van de vanzelfsprekende “High School Confidential” en “Great Balls of Fire” en “Whole Lotta Shakin’ Going On”, over de al iets minder oude en minder bekende “Me & Bobby Mcgee”-versie van Lewis of het alleen bij echte fans bekende “Hong Kong Blues” tot het echt “jonge” “Mean Old Man”, Sweers en zijn bendeleden spelen het allemaal op niet alleen bijzonder aanstekelijke wijze, maar duidelijk met veel liefde voor de songs en voor de man die ze oorspronkelijk maakte.

Ik zou niet weten waarom Bach of Beethoven vandaag niet meer gespeeld zouden mogen worden door jonge mensen. Ik zou niet weten waarom Son House en Robert Johnson wel gecoverd mogen worden. Blijkbaar zijn er een boel mensen die vinden dat Presley en Lewis onaangeroerd moeten blijven. Ik deel die mening niet: net zoals dat het geval is geweest met Johnny Cash, zijn bands als deze “Them Lewis Boys” hoogst noodzakelijk om te vermijden dat relatief jonge muziek in de nevelen van de tijd verdwijnt. Kijk, van de radio moeten we het op dat punt allang niet meer hebben en dus is de jivetraditie de aangewezen weg om rock ’n’ roll als deze levendig te houden. Of willen we liever wachten tot er een soort Alan Lomax nodig is om datgene wat nu nog binnen handbereik ligt maar straks onvindbaar dreigt te worden, te gaan opgraven? Nee toch?

In elk geval -voor wat het waard is-: ik vind dit een erg leuke, goed gespeelde en dito gezongen plaat van een groep die, naar ik vermoed, nog het allerbest tot haar recht komt wanneer ze, Killergewijs, de boel in de fik kan steken vanaf het podium. Geen idee of er Belgische optredens in het vooruitzicht zijn, maar in afwachting dat het deze zomer zover komt op een of ander festival, overbrug ik de tijd wel met deze bijzonder fijne CD ! Chapeau, Heren !

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

video