75 DOLLAR BILL - WOOD/METAL/PLASTIC/PATTERN/RHYTHM/ROCK

Dit is eigenlijk een welverdiende herkansing voor een plaat, die je zowat een jaar geleden via de minder geijkte kanalen als Bandcamp al in huis al kunnen halen. Dat ze bij Glitterbeat oren aan hun hoofd hebben, weten we al langer en, nu ze daar ook een tak:til-sublabel hebben om interessante muziekjes, die niet meteen onder de noemer “wereldmuziek” vallen, toch wereldwijde distributie te geven, hebben ze de kans gegrepen om deze van 75 Dollar Bill op U en mij lost te laten.

Het New Yorkse duo, bestaande uit gitarist/bassist Che Chen en percussionist Rick Brown is, zo denk ik te hebben kunnen achterhalen, aan zijn vierde plaat toe en voor de gelegenheid werden een paar interessante gastmuzikanten uitgenodigd om één of een paar van de vier nummers, waaruit de plaat bestaat, mee te komen inkleuren.

Vier tracks op een full-CD? Dat moeten dan wel lange stukken zijn…ik hoor het u al denken en het klopt ook: het kortste, “Cummins Falls” is iets korter dan 5 minuten, afsluiter “I’m Not Trying To Wake Up” duurt net geen kwartier en, vooraleer u daarop afknapt, kan ik u al meegeven dat dat lang kan lijken, maar dat geen enkele van de vier songs te lang uitgesponnen is.

Opener “Earth Saw” kun je zo’n beetje als het visitekaartje van de band beschouwen: de inspiratie komt overduidelijk uit de desertblues, vanwege de wat donkere gitaarklank, het wiegende ritme en de tot trance aanzettende herhaling. De negen noten waaruit het motief van de song bestaat, worden de hele song lang herhaald en krijgen pas in de laatste anderhalve minuut een minimale variatie toegemeten, zodat je hier rustig van repetitieve muziek kunt spreken. Daarmee zijn de grenzen wat afgetast en is de toon gezet. We gaan dan naar “Beni Said”, een twaalf minuten durend epos, dat de draad van “Earth Saw” oppikt en met een vergelijkbaar gitaarspel begint, maar algauw omringd wordt door bijzonder knappe percussie en trancegeluiden, gemaakt op staande bas, viola en sax, waarmee een tapijt geweven wordt, waarop je als het ware boven de zandstormen van de woestijn gaan zweven. Beetje bij beetje worden geluidssterkte en cadans opgevoerd om uiteindelijk in een climax te belanden, waarvan je na afloop wel even moet bekomen. Een regelrechte stomp in de maag is dit, zo indringend, zo beklijvend…om hiervan te herstellen, heb je wel even de tijd nodig, al lijkt het niet in de aard van de band te liggen om je die kans ook te geven. Het al genoemde “Cummins Falls” drijft de beat op tot Bo Diddley-hoogte, de vaak vervormde gitaar scheurt vanaf de tweede seconde richting trancetop en naar een nieuwe climax. Zouden ze daar in New York misschien aan een ander ritme gewend zijn?

Heel even denk je, bij de start van het superlange slotnummer “I’m Not Trying To Wake Up”, waarin gastsaxofoniste Cheryl Kingan en de trompet van Rolyn Hu, met wie Che Chen ook in het experimentele duo “True Primes” zit, heerlijk in gevecht gaan met gitaar en percussie en alweer wordt de luisteraar meegetroond naar een universum, waarvan hij vermoedelijk het bestaan niet eens kende, maar waar het, achteraf bekeken, heerlijk toeven is.

Ik denk niet dat dit muziek voor elke dag is, maar als diepgravende afwisseling met alle mainstream, die je sowieso dag in, dag uit te verwerken krijgt via allerlei andere kanalen, is dit een onomwonden schot in de roos. Schitterende plaat, vindt uw (Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

label: Thin Wrist Recordings / Glitterbeat
distr.: Xango

video