SABIEN TIELS - MANNELIJK SCHOON

Het is werkelijk héél lang geleden, dat ik de term “kleinkunst” nog eens van stal mocht halen om een nieuwe CD te catalogeren en ik moet zeggen, dat er tegen dit etiket werkelijk niks in te brengen is. Sabine Tiels was ooit dé aanstormende jongere, waarvan zowat iedereen verwachtte dat zij één van de volgende Groten in de Vlaamse muziekbusiness zou worden, maar ergens onderweg moet er iets gebeurd zijn, waardoor deze Limburgse veel en veel minder in de schijnwerpers kwam te staan, al bleef ze wel altijd bezig en was ze recent nog in de betere theaters te beluisteren en bekijken met het project “Nijghse Vrouwen”, waarin ze, aan de zijde van Astrid Nijgh, Riet Muylaert “n Amaryllis Temmerman, voor hele fijne avonden van Nederlandstalig muzikaal vermaak zorgde.

Voor haar nieuwe plaat -de titel is duidelijk niet toevallig gekozen- ging Sabien samenwerkingen aan met grote en minder grote namen uit de Nederlandstalige zangerswereld: van Stef Bos (“De Reis”) en Guido Belcanto (“Wilde Haren”) en Johan Verminnen (“Zusje en Broer”) over Wigbert (“Niks Mis Mee”) en Stoomboot (“Onderweg”) tot Hans De Booij (“Nooit ofte Nooit”) en Rocco Granata (“Onderweg”)…in totaal tien “mannen van stand” schreven samen met Sabien telkens een nieuw nummer en de neerslag van die tien samenwerkingen is wat we op de 36 minuten, die deze CD lang is, te horen krijgen.

Drie van die samenwerkingen heb i tot nu toe niet vermeld en dat heeft zijn redenen: dat zijn namelijk de drie, die duidelijk boven het maaiveld uitsteken en die deze plaat behoeden voor al te veel gelijkmatigheid. “Kommen Hole”, geschreven en gezongen met Berlaen, hij in het Zults, zij in haar Limburgs, zorgt voor het tweede hoogtepunt van de plaat. Dit duo geloof je, hier wil je opnieuw en opnieuw naar luisteren, net zoals je maar niet genoeg kunt krijgen van “Is Het Dit NU?”, het duet met Marcel De Groot, dat zonder twijfel een terechte singlekeuze was en dat, volgens mijn oren dan toch, een klassieker in wording is. Hoogtepunt drie is voor “Lief”, met Nol Havens - je weet wel, die man van VOF De Kunst: een prachtig liefdeslied, ronduit romantisch, maar net daarom zo pakkend.

Nochtans valt de plaat in haar geheel een beetje tegen, al kan dat ook te maken hebben met mijn verwachtingen: er zijn nummers, die echt niet goed genoeg zijn om aanspraak te maken op ons aller geheugencapaciteit. Weet je, er wordt meer dan degelijk gemusiceerd - de vaste band van Berlaen, met Laurens Billiet en Ward Snauwaert, hoeft niet echt veel meer te bewijzen. Medepercussionist Peter Schneider kennen we van bij Natalia en Leki en de pedigree van toetsenman Dirk Schruers is simpelweg te groot om eraan te beginnen. Tel daarbij de gitaarbijdragen van Marcel De Groot en Wigbert op hun eigen nummers en je hebt een totaal, dat je toelaat hoge verwachtingen te koesteren en toch… Het komt er al te zelden uit, vind ik: iets te vaak klinkt het allemaal te braaf en vooral -maar dat is het risico van elk project als dit- mist het wat coherentie. Kijk, het is geen schande om geen Emmylou Harris te zijn, maar het is wel een noodzaak om het hele project als zangeres naar jou toe te trekken.

Dat Sabien dat niveau niet haalt, vind ik helemaal niet erg, maar op drie nummers zingt ze wel zoals van een echte frontvrouw voor een project als dit verwacht mag worden. Daardoor heb je nu een plaat, waar weliswaar enkele echt straffe nummers opstaan, maar die als geheel toch duidelijk onder de verwachtingen blijft. Laat ik echter positief afsluiten: ik hoorde in geen tijden nog een Nederlandstalig kleinkunstnummer dat zelfs maar in de buurt komt van “Is Het Dit Nu?”. En ik genoot met volle teugen van “Nijghse Vrouwen”. Ik ben dus onverdacht…

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

video